Hoe ga je om met pensioenangst?

Print
Hoe ga je om met pensioenangst?

Afbeelding: illustratie Geertje Grom

Waarom willen zo weinig mensen nu al nadenken over hun pensioen? Lisa Brüggen, wetenschappelijk onderzoeker bij de Universiteit Maastricht School of Business and Economics, zoekt naar manieren om mensen aan te sporen hun toekomstig inkomen veilig te stellen.

„Mijn pensioen? Pffff… Dat zie ik tegen die tijd wel.” „Wie dan leeft, die dan zorgt.” Vooral mensen die nog een tijdje te gaan hebben tot hun pensionering, zijn geneigd hun kop in het zand te steken als het gaat om hun financiële toekomst.

Ergens in hun achterhoofd roept misschien nog een stemmetje dat dat niet verstandig is, maar dat wordt vakkundig de mond gesnoerd. Lisa Brüggen, wetenschappelijk onderzoeker bij de Universiteit Maastricht School of Business and Economics, zoekt naar manieren om dat stemmetje te versterken. Haar onderzoeksvraag is: hoe kun je de Nederlandse bevolking bewustmaken van hun pensioensituatie en hen aansporen hun toekomstig inkomen veilig te stellen? 
Vandaag iets regelen om pas over dertig jaar de vruchten te plukken; dat spreekt maar weinig mensen aan. Bijna 60 procent van de pensioendeelnemers heeft geen idee welk bedrag hij of zij na het pensioen te besteden heeft. Uit onderzoek blijkt bovendien dat ruim 80 procent van de mensen een irreëel hoge verwachting heeft van zijn inkomen tegen die tijd. 

Veel mensen hebben weinig zelfdiscipline

Waarom verdiepen mensen zich niet in hun pensioen? Lisa Brüggen: „Uit onderzoek van collega’s in de gedragswetenschappen blijkt dat mensen het moeilijk vinden om zich hun toekomst levendig voor te stellen. Mensen hebben vaak weinig financiële kennis en ze vinden pensioen maar een ingewikkeld onderwerp. Verder hebben veel mensen weinig zelfdiscipline en maken ze regelmatig irrationele keuzes.” 
De meeste mensen die momenteel met pensioen zijn, zitten er relatief warmpjes bij. „Dat versterkt het idee bij jongeren dat het allemaal wel mee zal vallen als zij eenmaal met pensioen gaan. Maar door de toenemende onzekerheid op de financiële markt en natuurlijk door de vergrijzing komt steeds meer risico bij de mensen zelf te liggen. Daarom is het zo belangrijk dat ze zich erin verdiepen, om te voorkomen dat ze na hun pensionering te weinig geld hebben om rond te komen.” 

Mensen in de leeftijd 37-46 zijn het meest bang voor een pensioengat

Via allerlei verschillende wetenschappelijke studies probeert Brüggen te ontrafelen wat de beste manier is voor pensioenfondsen om over dit onderwerp te communiceren met de deelnemers. Het idee dat één boodschap, op één manier verteld, voor iedereen werkt, is natuurlijk al lang achterhaald. Brüggen onderscheidde drie groepen: de ‘overmoedigen’, bij wie je het plannen en de zelfwerkzaamheid zou moeten aanspreken om ze te bereiken, de ‘emotionelen’ bij wie de voordelen van actie ondernemen en de pensioenangst belangrijke punten zijn, en de ‘alphamannen’ die vooral willen vertrouwen op een fonds en een serieuze gesprekspartner willen zijn. Daarnaast vond ze bijvoorbeeld dat vrouwen over het algemeen meer obstakels ervaren en hun pensioen vaker met zorg tegemoetzien.

Mensen in de leeftijd 37-46 zijn het meest bang voor een pensioengat, maar staan tegelijkertijd het meest negatief en minst actief tegenover pensioenplanning. „Dat komt waarschijnlijk doordat ze in die levensfase nog druk zijn met onder andere het opvoeden van kinderen en ze dat als excuus voor zichzelf gebruiken om er niet mee bezig te hoeven zijn.” 

Uit een andere studie blijkt het ook van invloed welke titel je een nieuwsbrief meegeeft. ‘Uw pensioen veilig stellen wordt nog belangrijker in 2015’ werd bijna twee keer zo vaak gelezen als ‘Investeren in uw toekomst wordt nog belangrijker in 2015’. Een ander onderzoek schotelde deelnemers naast tekst ook beeld voor om bijvoorbeeld het fenomeen indexering uit te leggen. „Dat werd door alle deelnemers aan het onderzoek als heel prettig ervaren. Vreemd genoeg wordt dat nog niet veel gedaan in de pensioencommunicatie. 

De pensioensector is geïnteresseerd in ons onderzoek en wil graag leren hoe het beter kan, maar de cultuur is nog behoudend tot nu toe. Communicatiemiddelen worden in eerste instantie door juristen geschreven, waarna een tekstschrijver er nog iets van mag proberen te maken. Vóór de crisis uitbrak en het Nederlands pensioenstelsel uitmuntend was, was er natuurlijk ook niet zoveel noodzaak om veel uit te leggen aan de deelnemers.” 

Wie denkt dat reclamebureaus dit probleem wel even kunnen oplossen voor de pensioensector heeft het volgens Brüggen mis. „Van onze onderzoeksresultaten kijken reclamebureaus niet op, maar pensioenen zijn toch een vak apart. Zoals communicatieprofessional Kornelis Wetsema in zijn gelijknamige boekje zegt: ‘Bier verkopen kan iedereen – maar verkoop maar eens een verhaal over pensioen, dat is andere koek’.Wij proberen hier aan de universiteit eigenlijk de wereld van de communicatieprofessionals samen te brengen met de pensioensector. Mijn volgende onderzoek gaat bijvoorbeeld over de rol van emoties per doelgroep, maar ook over hoe je de invloed van mensen uit de directe omgeving kunt inzetten om mensen te activeren. Sociale normen zijn een klassieke en krachtige motor voor de beslissingen van individuen, maar zijn nog niet goed onderzocht in de pensioencontext.” 

59 procent van de pensioendeelnemers weet niet hoe hun pensioenregeling eruit ziet. 82 procent heeft ireëel hoge verwachtingen van hun inkomen na pensionering. 48 procent leest het jaarlijks pensioenoverzicht niet. Van degenen die het wel lezen, begrijpt 41 procent enigszins wat er staat en 10 procent helemaal niet. bron: GfK Pensioenmonitor, 01/2014 

Lisa Brüggen (1977) studeerde economie aan de Universiteit Maastricht en promoveerde er in de marketing in 2006. Momenteel is ze er universitair hoofddocent, wat betekent dat ze onderzoek doet en onderwijs geeft. Haar vakgebied is financiële dienstverlening, services-marketing en online marketing. Ze verwerft regelmatig grote onderzoeksbeurzen, waaronder in 2014 een Aspasia-beurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek voor excellente vrouwelijke onderzoekers.