Spijkerbroeken Made in Limburg

Print
Spijkerbroeken Made in Limburg

Marcel (links) en Roger Grivec hebben wel twintig broeken afgekeurd voordat ze tevreden waren. Rechts de tweeling (Roger rechts) achter hun repareermachines. Rechtsonder: de broeken worden ingepakt als mijnwerkerspungel. Afbeelding: Bas Quaedvlieg

Het is een unicum, een nieuw jeansmerk uit Limburg, Chevremont of all places. Grivec Bros. is de naam van het merk dat de denimwereld moet gaan veroveren. Het is de missie van de Grivec-tweeling Marcel en Roger, die de spijkerbroek zalig hebben verklaard. Hun motto: we eat, breathe and shit denim!

Betrapt. Op streepjessokken en in boxer - denimkleurig, dat wel - doorzoekt hij de kartonnen dozen die nèt door de koerier zijn afgeleverd. „Normaal sta ik niet in mijn onderbroek in de zaak hoor”, verontschuldigt Roger Grivec zich enigszins gegeneerd. „Maar een nieuwe broek uitzoeken doe ik het liefst in rust, daar neem ik de tijd voor.Want de komende anderhalf jaar wordt dat mijn beste vriend. In het begin zit het echt niet, het is stug, hard, vervelend. Ik heb wel een week nodig om vriendjes te worden, en dan wordt die broek echt mijn beste maat.” Hij staart nog eens naar de stapel karton. „Het is gewoon ons DNA dat hier nu in die dozen zit. Daar krijg ik kippenvel van.” 

Het is een speciaal moment: de eerste tweehonderd exemplaren van hun eigen spijkerbroeken zijn gearriveerd. Jaren zijn ze ermee bezig geweest, nu zijn ze eindelijk tastbaar. En pasbaar. Het is de eigenaren van het Jeanspaleis in Chevremont (Kerkrade) gelukt: de tweeling Roger en Marcel Grivec (44) hebben hun eigen jeansmerk: Grivec Bros. Broeken die ze tot in het griezeligste detail zelf hebben ontworpen. Van het beste Japanse ‘doek’, tot de ultieme Amerikaanse knopen, stiksels tot op de millimeter uitgetekend. 

Een broek die een dag of een maand gedragen is maakt bacterieel geen verschil

Freaks? Ja, dat mag je ze gerust noemen. Denim freaks. Dr. Indigo en dr. Blue noemen ze zichzelf wel eens voor de grap. Ze zijn beroemdheden in de internationale wereld van de dry denim, letterlijk: droge jeans. Jeans die uit principe niet gewassen worden. Elke broek is een blanco indigo canvas dat door slijtage vorm en ‘kleur’ krijgt. Marcel: „Het zijn dagboeken van mensen. Kunstwerken. De een krijgt olievlekken, de ander fietst veel, je kunt aan de broek zien wat voor persoon er in geleefd heeft. Na anderhalf jaar is die ‘donkere plank’ verdwenen en ligt je verhaal op tafel. Stop washing, start living.” Roger: „Geen broek ziet er hetzelfde uit.Waarom zouden we allemaal rondlopen als kuddedieren?” 

Hygiëne is het punt waar bij dry denim altijd op gewezen wordt. Onzin, vinden ze. Marcel: „Een broek die een dag of een maand gedragen is maakt bacterieel geen verschil.” Roger: „Heb je al eens iemand deodorant in de knieholtes zien smeren? En hoe vaak was je je handschoenen? Met je handen zit je aan de karretjes van Albert Heijn, kleingeld, je peutert in je neus, en dan klaag je over een jeans?” Er zijn natuurlijk „vetkleppen”, waarvan de broek uiteindelijk naar „natte hond” gaat ruiken. Maar met normaal gebruik en goed luchten kom je een heel eind. „Er is geen ander product waarmee je in je leven zo veel tijd doorbrengt als je jeans. Van Obama tot putjesschepper, iedereen heeft er een.” 

Ik heb veel perfectionisten gezien, maar dit grenst aan het waanzinnige

Dry till you die. Dat is hun levensmotto. En eigenlijk wilden ze dat ook als merknaam gaan voeren. Maar de Maastrichtse ontwerper Boy Bastiaens die de ‘branding’ van het merk verzorgde, vond dat ze dicht bij zichzelf moesten blijven. Wat wil je nog meer met een exotische Sloveense achternaam als Grivec? Het was voor Bastiaens na onder meer Pepe Jeans, G-Star Denim Demon het veertiende jeansmerk waar hij aan werkte. Aanvankelijk had hij er weinig zin in: alwéér een spijkerbroekenmerk. Maar het fanatisme van de tweeling en hun authentieke verhaal trokken hem over de streep. „Ik heb veel perfectionisten gezien, maar dit grenst aan het waanzinnige. Zij zíjn eigenlijk die spijkerbroek.” 

Marcel en Roger leerden rolschaatsen in de zaak van hun ouders. Toen hun ouders scheidden, namen ze als achttienjarigen het jeans-imperium over. Amsterdam mag zich dan ‘jeans capital of the world’ noemen, het hart van de jeans ligt volgens de tweeling in de Mijnstreek. Hier werden de eerste ‘cowboy spijkerbroeken’ van Nederland verkocht aan mijnwerkers. Hun opa kwam ooit naar Nederland om in de mijn te werken, hun vader verkocht broeken langs de deuren. In Amerika werden spijkerbroeken ook gedragen door miners, goudzoekers. De link tussen de Verenigde Staten en Chevremont, dat lekker Amerikaans klinkt, was snel gelegd. 

Al jaren sudderde het verlangen om een eigen merk te starten. Marcel: „Dit is een logische evolutie in ons leven. Je wordt geboren in een jeanszaak, je gaat ze verkopen, repareren en de volgende stap is zelf produceren. Stel je voor, je komt bij Petrus aan de poort en je moet zeggen: ik had eigenlijk nog graag een eigen jeans willen maken.” Roger: „Het zou toch wat zijn, als mensen over honderd jaar nog in een broek van ons lopen. Hoe cool is dat!” 

We hebben die broek met liefde bedacht en je wil ook dat iemand die met liefde in elkaar zet

Ze hebben het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt, al hun spaargeld zit erin. Een vergeten klassieker wilden ze maken, een tijdloze broek. Alleen van het beste ‘doek’, Japans denim van de Kaihara mill in Fukuyama. En hij moest per se in Europa gemaakt worden, zo dicht mogelijk bij huis. Marcel: „Niet elke fabriek wil met die stugge stof werken. Je naalden knappen, machines lopen vast.” Het werd uiteindelijk een klein naaiatelier in Portugal. Marcel: „We hebben die broek met liefde bedacht en je wil ook dat iemand die met liefde in elkaar zet.” 

Geen computergestuurde machines, maar naaisters die ze voor het gemak maar allemaal ‘Maria’ noemden; van ‘achterzak-Maria’ tot ‘strijk-Maria’. Marcel was erbij toen de Maria’s de eerste broeken in elkaar zetten. „Ik werd bijna onpasselijk.We zijn eigenlijk twee jaar zwanger geweest en toen zag ik onze broek opeens geboren worden. Die dag ben ik ook pas de imperfectie gaan waarderen. Elke achterzak is er ‘op het oog’ opgezet, daar kunnen millimeters verschil in zitten. Maar de oude Wranglers en Lee’s werden ook niet met de laser gemaakt, maar door mensen. Juist die imperfectie maakt hem perfect.”

209 euro. Dat kost een exemplaar van Grivec Bros. Model ‘Cool Pete’ heeft een doorsnee pasvorm, ‘Hower’ is iets slanker. Niets aan deze broeken is vanzelfsprekend, alles heeft een verhaal. Zo is het leer van de ‘merkpatch’ achterop geïnspireerd op hun oude schooltas. De sluiting is van ‘13 star’ knopen die vroeger in Amerika veel gebruikt werden. Voorlopig zijn de broeken alleen in hun zaak te koop en online. Eerst willen ze de reacties van klanten zelf ervaren, dan willen de twee ze in speciaalzaken in de rest van de wereld te koop leggen. 

Van die gebleekte bovenbenen: dat krijg je nooit goed nagemaakt! 

In hun Jeanspaleis verkopen ze naast ‘Cool Pete’ En ‘Hower’ allerlei andere broeken, maar er zijn dingen waar ze een uitgesproken hekel aan hebben. Zo houden ze niet van strakke broeken. Wassingen, fabrieksslijtage of -verkleuring vinden ze als dry denim- freaks gruwelijk. Roger: „Van die gebleekte bovenbenen: dat krijg je nooit goed nagemaakt! Ze kunnen tegenwoordig wel een schaap klonen maar een goed ingedragen broek lukt niet. Of wat dacht je van bleke scheenbenen en kuiten.Wat heb je dan in godsnaam met die broek gedaan? Het zou verboden moeten worden!” Stretchstof, ook zoiets dat ze haten. „Er is maar één man die in een stretchbroek mag lopen en dat is Robin Hood.”

Goedkope spijkerbroeken à la H&M en Zara, daar kunnen ze ronduit boos over worden. Roger: „Als ik een broek van zeven euro vijftig zie hangen, kan ik je vertellen dat dat niet mogelijk is. Katoen plukken, kammen, spinnen, weven, verven, wassen: dat kan niet voor zeven euro vijftig. Dat is bloedgeld. Onze broeken kunnen ook goedkoper, maar dan moet ik ‘gemene dingen’ gaan doen.” 

We geven onszelf blauw

Natuurlijk, ze hopen dat Grivec Bros. een zakelijk succes wordt. Marcel: „Maar stel je voor dat je op het terras zit en je ziet iemand lopen met jouw naam op de kont. Dat is toch priceless! Volgens mij is dat de grootste kick die ik kan meemaken. Dat is het ultieme.” Roger: „Iedereen is met een bepaald doel op deze aardkloot en onze missie is om het blauw te verkondigen. Hier zit gewoon ons levensverhaal in.We geven onszelf bloot.” Marcel: „Nee, we geven onszelf blauw.” 

 

 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →