Dolfinarium der letteren

Print
Dolfinarium der letteren

Afbeelding: MGL

Dit stukje werd getikt voordat de ergste ontsporingen van het jaarlijkse Boekenbal het beeldscherm haalden.Wie vrijdagavond tv keek, heeft waarschijnlijk een hele reeks losgeslagen literatoren de camera’s zien passeren.

Op familiefeestjes had je vroeger altijd wel een oom of tante die onder invloed van de losse sfeer, geestrijk vocht of allebei mal ging doen. Het Boekenbal lijkt keer op keer weer een broeinest van dit soort ooms en tantes. 
Gek? Nee hoor. Schrijvers zitten de overige 364 dagen wezenloos naar een beeldscherm te turen. 
Ploeteren als letterknechten voor hun volgende titel. Ze zijn de dolfijnen van de kunst, die normaal gesproken in een te klein bassin moeten zwemmen en door verzorgers aan hun gerief moeten worden geholpen. Laat je ze een keer los, dan maken ze rare sprongen. Gun al die auteurs hun jaarlijkse jolijt. 

Erger zijn de media die van het hele jaar een groot Boekenbal willen maken. Niet de romanciers die het genie zijn, maar zij die het genie spelen halen het vaakst de talkshowtafel. Bij voorkeur niet de inhoud of het moet autobiografisch en héél érg zijn. Schrijvers moeten hun trucje doen. 

Soms zelfs letterlijk. Bij DeWereld Draait Door zat deze week Ester Gerritsen, de redelijk zeldzaam op tv optredende, kundige vakvrouw achter het Boekenweekgeschenk Broer. De helft van het toch al niet te lange gesprek ging op aan het verzoek van de presentator om een goochelgeintje. Gesprekken over literatuur hoeven heus niet te bezwijken onder gewichtig- en moeilijkdoenerij. Maar als het dan toch een keer gaat over de betovering van boeken, hoop je op meer dan een imitatie van Hans Kazàn.