Tom Dumoulin nog geen grote meneer

Print
Tom Dumoulin nog geen grote meneer

Tom Dumoulin onderweg tijdens de proloog van Parijs-Nice waarin hij een kleine seconde tekortkwam voor de zege: „Fuck, dit is shit.” Afbeelding: EPA

In een spectaculair slotweekend in Parijs-Nice zakte Tom Dumoulin weg uit de top van het klassement. Conclusie na een zware week: als de grote meneren gaan, bevindt de Limburger zich nog een niveau lager.

In de teambus, op weg naar de start van de laatste rit in Parijs-Nice, verbaasden de renners van Giant-Alpecin zich over het hoge niveau afgelopen week. De wattages liggen iedere dag ‘belachelijk hoog’, zo stelde Tom Dumoulin. „Onze waarden hier zijn vaak hoger dan tijdens de Tour. Er wordt gewoon kneiterhard gereden. Dat is opvallend”, zei de Maastrichtenaar zondag in Nice, waar hij zijn eerste hoofddoel dit seizoen afsloot als twaalfde. Zaterdag stond Dumoulin na de lastige bergrit naar de Madone d’Utelle nog nummer vijf in het algemeen klassement, maar een dag later zakte hij in de bergen rond Nice fors terug, mede door een lichte verkoudheid en een lekke band.

De wattages liggen iedere dag ‘belachelijk hoog.

Op dat ‘kneiterhoge’ niveau kon Dumoulin zaterdag, toen hij nog wel fit was, in de bergen niet mee met de toppers. „Ik kom net te kort. Toen Contador aanviel op de Madone d’Utelle moest ik onmiddellijk passen. Vandaag werd ik niet fit wakker en door de lekke band moest ik een klim volle bak rijden om terug te komen”, zei de Giant-Alpecin-renner. Toen Contador op de Col d’Eze demarreerde was Dumoulin gezien. „Dat is balen. Vijfde in het eindklassement was netjes geweest, twaalfde is niks.” De 25-jarige Limburger maakte een verwijzing naar de Vuelta van vorig jaar toen hij in de laatste bergrit de rode leiderstrui verspeelde. „De laatste dag in een etappekoers valt wel vaker tegen bij mij. Dat begint een dingetje te worden.” Toch was Dumoulin, afgezien van de tegenslag in de laatste etappe, tevreden over zijn optreden. „Mijn grootste zorg vooraf was hoe ik in deze tijd van het jaar ging presteren. Ik ben nooit goed geweest in maart. Nu wel. Ik was niet top-top, maar ik zat er wel dicht tegenaan. Bovendien liggen mijn echte doelen pas later in het jaar.” Ook over zijn ploeg, die weinig ervaring heeft met rijden voor een klassement in meerdaagse wedstrijden, was Dumoulin lovend. „Ze hebben me heel goed bijgestaan in de bergen.” Dat hij in de laatste kilometers van de Madone d’Utelle niemand meer bij zich had, was geen probleem. „Alleen Thomas en Contador hadden nog een helper, verder niemand.” 

De laatste dag in een etappekoers valt wel vaker tegen bij mij. Dat begint een dingetje te worden.

De eerste koers voor Dumoulins nieuwe ploegmaat Laurens ten Dam verliep niet goed. De klimmer die van Maastricht naar Californië is verhuisd, had de hele week last had van zijn bronchiën en zat tot woensdag aan de antibiotica. Hij reed Parijs-Nice wel uit, maar kon zijn kopman niet van dienst zijn in de finales. De enige die dat wel kon in de bergen was Simon Geschke. Het door Dumoulin benoemde hoge niveau deze Parijs-Nice was voor een groot deel toe te schrijven aan Tinkoff. De ploeg van Contador nam de koers zaterdag en gisteren op zeer dominante wijze in handen. Vooral in de slotrit zette Contador, samen met ploegmaats Rafael Majka, Robert Kiserlovski en Yuri Trofimov, een geweldige aanval op touw, die pas in de slotmeters door klassementsleider Geraint Thomas (Sky) teniet werd gedaan. De Brit, die de voorjaarsklassiekers aan zich voorbij laat gaan en zich volledig toelegt op het rondewerk, werd gelost in de Col d’Eze, maar redde in de afdaling naar Nice op fenomenale wijze zijn gele trui. Tussen die wereldtoppers bewees Dumoulin, vooral op zaterdag, dat hij tegen de top aanhikt. En in vergelijking met zijn prestaties in maart in andere jaren heeft de Limburger een zeer acceptabele koers gereden, afgezien van gisteren. Maar in absolute zin moet hij nog een stap omhoog zetten, want als de grote meneren gaan, bevindt Dumoulin zich voorlopig nog een niveau lager.