Bij Max achter de schermen

Print
Het Formule 1-circus start zijn wereldtournee in Melbourne. Wat komt er bij kijken om 22 peperdure bolides, al het hightech materiaal en een karavaan van zo’n 3000 beroepsvolgers in optimale conditie in Australië te krijgen?

De Limburgse Formule-1-verslaggever Ivo op den Camp volgt Max Verstappen rondom elke race. Met de eerste grand prix voor de boeg, komend weekend in Australië, verzorgt de journalist van de Limburgse kranten een voorbeschouwing. Bekijk hieronder een interview met Op den Camp op TVL.


 

 

De fameuze gridgirls, parmantige in glimmende pakjes gestoken fotomodellen, zijn in geen velden of wegen te bekennen. 

 

De dagjesmensen zijn verdrongen, picknickmanden verbannen, joggers veroordeeld tot het nemen van een andere route en de rust is vervlogen. Welkom in Albert Park, de groene long van Melbourne, de plek om de hectiek van de miljoenenstad te ontvluchten. Maar nu even niet. Vier dagen voordat het circus Ecclestone zijn kunstje voor het eerst gaat vertonen, oogt het stadspark als een militair oefenterrein. De Formule 1 is geland in Australië, komen aanwaaien uit Europa voor de ouverture van een wereldtournee die langs 21 landen zal voeren. Een operatie buiten het zicht van de camera, maar daarom niet minder imposant.

Tenten worden opgetuigd, podia geïnstalleerd, heftrucks rijden af en aan, materiaalkisten worden her en der gedropt. Werktuig ligt opgestapeld, te wachten op de rechtmatige eigenaar. Tientallen zeecontainers zijn door vrachtvoertuigen gedropt aan de achterkant van het rennerskwartier. De charme van Formule 1, die is (nog) ver te zoeken. De paddock behoort voor even toe aan stoere mannen met overals, dikke eeltige knuisten en door smeerolie besmeurde gezichten. De fameuze gridgirls, parmantige in glimmende pakjes gestoken fotomodellen, zijn in geen velden of wegen te bekennen. Zij worden later in stelling gebracht; zondag, als ze geur en kleur mogen geven aan een show die wereldwijd door miljarden wordt gevolgd.

 

Om de mondiale status gestalte te geven, is een seizoenouverture in Australië een mooi uithangbordje voor de Formule 1. Maar wel eentje met ‘n ongekende logistieke voorbereiding. Zeven toestellen van het type Boeing 747, met gemiddeld 125 ton vracht aan boord, zijn begin vorige week vanuit Europa richting Melbourne vertrokken. Vijf vanuit Engeland voor de daar gevestigde teams en twee vanaf Milaan met bolides, computers en het hightech materiaal van Sauber, Ferrari en Toro Rosso. Daarnaast is ook het tv-equipment van Formule 1-baas Bernie Ecclestone (alle Grands Prix, op die van Monaco na, worden opgenomen, geregisseerd en uitgezonden onder verantwoordelijkheid van de 85-jarige miljardair) in de jets mee naar de overkant van de wereld getransporteerd. En dan zijn er nog de ‘inwoners’ van de paddock, de verzamelplaats waar iedereen die in het bezit is van het juiste werkpasje mag vertoeven. De totale Formule 1-familie, inclusief rijders, ingenieurs, monteurs, management, pr-medewerkers, cateringpersoneel, cameramensen, fotografen en journalisten bestaat uit pakweg 3000 personen. Een dorp op zich, dat gelijk een circus, van stad naar stad reist en tracht daar in de beste conditie aan te komen. Waarbij het principe van George Orwell geldt: iedereen is gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen. Coureurs, maar ook teamleiding en ingenieurs profiteren tijdens de meer dan een etmaal durende vlucht van business-class-service, terwijl de rest opgevouwen, uitgeput en met een flinke jetlag aankomt op de plek van bestemming.

 

Een dorp op zich, dat gelijk een circus, van stad naar stad reist en tracht daar in de beste conditie aan te komen.

Het transport moet met grote zorgvuldigheid gebeuren. Formule 1-auto’s kosten niet alleen miljoenen, ze zijn hypergevoelig voor beschadigingen. Een klein ongelukje bij het transport kan desastreuze gevolgen hebben. „Daarom halen we in de fabriek bij het inpakken bijna alle onderdelen van de auto. Het kale chassis op vier oude wielen wordt aangeleverd op een trailer, alle overige onderdelen worden zorgvuldig verpakt zodat niets kapot kan gaan”, legt Gilles Carraro uit. De Italiaan is bij Toro Rosso, het team van Max Verstappen, verantwoordelijk voor de logistiek. Het werk van de logistiek manager begint maanden voorafgaand aan de race. Carraro moet ervoor zorgen dat alle papierwerk, zoals inchecken voor vluchten, het maken van hotelreserveringen, regelen van vervoer en het afhandelen van douaneformaliteiten tijdig is gebeurd. „Toro Rosso heeft 27 ton aan goederen per vliegtuig naar Melbourne gestuurd”, zegt Carraro. „Meestal is dat geen probleem, maar voor landen als China, Rusland en Japan gelden vaak strenge douaneregels. Soms mag je goederen niet invoeren, maar moet je die ter plaatse huren of kopen.” En heel af en toe wordt er last-minute nog een ‘koerier’ ingezet. „Een aantal mannen op de fabriek weet dat ze klaar moeten staan om stante pede af te reizen. Er is nu een jongen van ons onderweg met een gloednieuw onderdeel. Als handbagage, om zeker te weten dat er niets mis gaat.”

Toro Rosso heeft 27 ton aan goederen per vliegtuig naar Melbourne gestuurd

Niet alles wordt vervoerd per vliegtuig. Toro Rosso maakt onderscheid tussen ‘dure, strikt noodzakelijke’ goederen en ‘overig spul’. In de eerste categorie vallen de bolides en alles wat er in directe zin mee te maken heeft, zoals computers en de onderdelen in de garage en op de pitmuur. „Spullen waarbij het van groot belang is dat ze snel en veilig worden vervoerd.” Minder belangwekkende producten, zoals tafels, stoelen, cateringproducten, kantoorartikelen en gereedschap worden weken tevoren per schip verzonden, gevuld met zo’n 40 zeecontainers voor alle teams samen. „Ons materiaal, zo’n 30 ton, hebben we in viervoud voorradig, want alles wat hier nu in Melbourne staat kan per schip niet over twee weken in Bahrein zijn. Voor de eerste vier races buiten Europa hebben we de zeecontainers gevuld met vier keer dezelfde spullen.”

Over de kosten van de mammoetonderneming wil Carraro niets kwijt. Wel verklapt hij dat Toro Rosso niet de volle rekening hoeft te betalen. De FOM (Formula One Management, eigendom van Ecclestone, red.) deelt mee in de kosten. De Brit verdient karrenvrachten geld aan het Formule 1-circus en wil ook af en toe iets terugdoen. „Bij inschrijving voor het seizoen worden daar regels over opgesteld, maar het fijne weet ik er niet van. Dat is aan de teamleiding. Ik weet wel dat wij maar ongeveer de helft van de transportkosten zelf betalen.” Een algemene regel is dat twintig procent van het budget opgaat aan logistiek en transport, in het geval van Toro Rosso dus bijna dertig miljoen euro. „Maar ik ben blij als de Europese races beginnen. Dan transporteren we alles met onze eigen trucks vanuit Italië. Dat is makkelijk en overzichtelijk.”

 

Speel gratis mee met het Formule 1-spel

Daag je vrienden uit in een subpoule en win!

Voorspel bij elke Grand Prix de kwalificatie & uitslag en maak kans op mooie prijzen.

> delimburger.nl/f1