De man achter de vlaaiensound

Print
De man achter de vlaaiensound

Fred Limpens Afbeelding: Jeroen Kuit

Filmmaker Will Schmitz uit Echt presenteert maandagavond in Weert de documentaire ‘Onbekend populair - gewoon Fred’. Hoe een Maastrichtse volksjongen mede verantwoordelijk wordt voor het succes van platen-studio Telstar van ‘pappa’ Hoes.

Het verhaal van Fred Limpens begint en eindigt in de wijk Wittevrouwenveld in Maastricht. Dat wenst de 73-jarige weduwnaar ook terug te zien in de documentaire die Will Schmitz uit Echt aan zijn leven heeft gewijd. „Ik ben er ontzettend tevreden over”, zegt de voormalig muzikant, liedjesschrijver, platenproducer en studiochef van Telstar in zijn huiskamer in Weert. Limpens bezit een eigenschap die niet veel mensen hebben. Als hij een nieuw liedje in zijn hoofd heeft, hoort hij de hele orkestratie er al bij: de achtergrondkoortjes, de strijkers en de effecten. Nog lid van de net opgerichte Walkers stuurt hij een tape met zelf opgenomen liedjes naar Phonogram. „Die zanger met z’n zachte G wilden ze niet, maar zijn liedjes wilden ze wel kopen. Vijfentwintig gulden voor zes nummers. Gelukkig ben ik daar niet ingetrapt”, vertelt Limpens.Zoals veel Limburgers leert Limpens muziek maken bij de fanfare en harmonie.

Die zanger met z’n zachte G wilden ze niet, maar zijn liedjes wilden ze wel kopen. 

Hij leert zichzelf een beetje gitaar spelen. Zijn eerste wapenfeit op de hbs is het oprichten van schoolbandje The Playing Pupils. Als hij vanwege gezondheidsproblemen van pa de hbs al snel weer moet verlaten om thuis mee te werken in de schoenmakerszaak, houdt hij het schoolbandje wel aan. „Schoolvriend Peter ter Horst bouwde zelf radiootjes. Door hem ben ik me gaan verdiepen in elektronica. Het bleek dat je met die radiospullen ook versterkers en luidsprekers kon fabriceren. We hebben later nog in een dansorkest met die spullen opgetreden.” Als Limpens het over zijn jeugd heeft, komt één naam bijzonder vaak voorbij. Die van Jean Innemee. Limpens’ broer speelt saxofoon bij het toentertijd bekende dansorkest The Swing Stars waarin Innemee gitaar en contrabas speelt. Fred zelf was daar toen net te jong voor. „Omdat ik goed kon tekenen heb ik wel de naamborden, die elk orkest toen had, mogen maken.” Nadat Limpens met succes als zanger is ingevallen in de Mosam Skiffle Group (opgericht door Innemee) bij een tv-optreden voor Sterren en Streken van Willem Duys, vraagt Innemee hem voor een nieuwe groep: The Walkers. Maar de zelf opgenomen tape met eigen liedjes zorgt ervoor dat hij niet lang alleen maar muzikant blijft. Limpens en zijn echtgenote (die hij leert kennen tijdens optredens in een dancing in Stein) wonen inmiddels in een flat en de jonge zangeres Beppie Kraft woont op dezelfde galerij. Zij biedt aan het bandje aan haar vader Sjeng te geven, die voor Johnny Hoes werkt. Die nodigt Limpens onmiddellijk uit voor een gesprek. Niet omdat-ie de liedjes zo goed vindt, maar hij vindt het bandje veel beter klinken dan de opnames uit zijn eigen studio, die dan nog is gevestigd in een oude bioscoop op het terrein van de zinkfabriek in Budel-Dorplein. 

Omdat ik goed kon tekenen heb ik wel de naamborden, die elk orkest toen had, mogen maken.

In het prille begin werkt de Telstar Studio nog mono. De oorzaak van de betere klank van Limpens’ opnames is onder meer te danken aan het stereobeeld, dus moet er een Philips stereotafel komen. Daarmee worden The Royal Scots Greys en The Band of the Royal Air Force Germany opgenomen. „Hoes zei: jij hebt in een harmonie gespeeld dus moet je ook weten hoe dát moet”, lacht Limpens, die in 1968 in vaste dienst treedt en The Walkers verlaat. Als die in Brabant een lp willen opnemen, weet Limpens de groep in de Telstar-studio te krijgen. En dat terwijl Hoes niets ziet in Engelstalige opnames. De single There’s no more corn on the Brasos is meteen goed voor goud en wordt een wereldhit. In 1972 opent Hoes in Weert een complete muziekfabriek. Nog in de voormalige bios neemt Limpens enkele nummers op met een regionaal bekend bandje uit Stramproy, The Classics. „Van één van die eerste opnames werd een singletje slechts een regionaal hitje en er was bij Hoes dan ook niet veel animo om met hen verder te gaan. Een van hun andere melodietjes, met de titel Let’s try it again, bleef echter door mijn hoofd spoken. Ik heb er een andere tekst op gemaakt, iets zonnigs: My lady of Spain. Sjeng Kraft schreef een aanvullend arrangement met violen. Daar heb ik nog om moeten bedelen. Hoes vond dat veel te duur. Hij had net nog een piepjong zangertje uit Kerkrade afgewezen om eventuele problemen met de Arbeidsinspectie te voorkomen. Dat was dus Heintje en ik vertelde Hoes dat die met veel violen was opgenomen. Toen er vervolgens voor een zangeresje, dat in de strijd tegen Heintje werd ingezet, toch violen mochten komen, kon ik ze meteen ook voor The Classics gebruiken.” 

Hoes had net nog een piepjong zangertje uit Kerkrade afgewezen om eventuele problemen met de Arbeidsinspectie te voorkomen. Dat was dus Heintje.

De rest is geschiedenis. In Nederland halen The Classics de 21ste plaats in de Top 40, maar in Frankrijk en Spanje bereiken ze de nummer 1-positie, terwijl Michael Holm in Duitsland een miljoen platen verkoopt met de Duitse versie. Van de vier volgende (niet door Limpens geschreven) singles haalt alleen het door Adri-Jan Hoes geschreven Gimme that horse een goede 18de plaats. Als Limpens bij een luistersessie de koppen van de bandrecorder schoonmaakt en het geluid iets harder zet, wordt zijn Yellow Sun of Ecuador, dat al meer dan een jaar op de plank ligt, de grootste hit van The Classics en is de vlaaiensound geboren. De backingvocals worden verzorgd door de zusjes Patricia Paay en Yvonne Keeley en de jonge Anita Meijer. „Dat hebben ze bij drie
nummers gedaan. Toen ze allemaal zelf een hitje hadden gescoord, hadden ze voor Telstar geen tijd meer”, vertelt Limpens. Paul Hougardy zorgde voor de arrangementen. Elke keer als The Classics of de pluggers van Telstar naar Hilversum afreizen om de plaatjes onder de aandacht van de dj’s te brengen, nemen ze een Weerter vlaai mee. Wat de radiomensen op het idee brengt producties van Hoes de naam ‘vlaaiensound’ mee te geven, lang voordat er sprake is van de palingsound uit Volendam. Het gaat te ver om alle hits op te noemen die de handtekening van Limpens dragen, maar hij werkte onder andere met de Zangeres zonder Naam, Henk Wijngaard, Theo & Marjan, Ronnie Tober en The Major Dundee Band.

Ik zeg maar zo: je kunt maar op één stoel zitten, van één bord eten en op één pot poepen.

Eén hit mag zeker niet ongenoemd blijven: De Vogeltjesdans. Limpens heeft miljoenen verdiend voor Telstar en is toch een tevreden man. „Zie maar eens een liedje uitgegeven te krijgen. Voor mijn liedjes had ik alle Telstar-artiesten ter beschikking. Alle apparatuur die ik nodig had, werd aangeschaft en Hoes was gewoon een slimme zakenman. Jacky Hoes, de echte baas van Telstar en nog slimmer dan haar vader, zei ooit eens tegen mij: Fredje, het mes snijdt aan twee kanten. Ik antwoordde: dan heb ik zeker de botte kant. Ik zeg maar zo: je kunt maar op één stoel zitten, van één bord eten en op één pot poepen. Ook in een kasteel met tien badkamers zou ik niet gelukkiger zijn.” Als het Telstar-imperium langzaam afbrokkelt en Limpens een gehoorbeschadiging krijgt die het mixen onmogelijk maakt, gaat de Maastrichtenaar met pensioen en gooit hij zich jaren lang op stamboomonderzoek. Daarna gaat hij aan de gang met de geschiedenis van de wijk Wittevrouwenveld, waarover hij nu een boek maakt. En muziek? Voor het slapen gaan zet hij wel eens TV Oranje op en moet dan constateren dat het niveau van de Nederlandstalige muziek niet meer is wat het geweest is. „Iedereen die een computer heeft kan zijn eigen cd’tje maken. Mooi… Maar de drempel is wel erg laag geworden.” 

Mogen we even je aandacht.
Dit is een artikel van De Limburger dat gratis beschikbaar is voor iedereen. Dat geldt niet voor alle artikelen, want zogeheten Plus-artikelen zijn exclusief voor onze abonnees. Zonder abonnees kunnen wij namelijk geen Limburgs nieuws maken. Kies voor goede en betrouwbare regionale journalistiek in Limburg, met liefde en passie gemaakt.

Er is al een abonnement voor 7,50 per maand.

Bekijk abonnementen