Gevaar ligt in het peloton altijd op de loer

Print
Gevaar ligt in het peloton altijd op de loer

Greg van Avermaet werd vorig jaar in de Classica San Sebastian van de sokken gereden door een motor. Afbeelding: Cor Vos

Door het overlijden van Antoine Demoitié tijdens Gent-Wevelgem is de discussie over veiligheid in het peloton weer losgebarsten. Over te veel motoren, te weinig regels. „Het is al veel veiliger geworden de laatste jaren.”


Tijdens een wielerwedstrijd voor profs rijden al gauw veertig tot vijftig motoren mee. Met daarop juryleden, verslaggevers, fotografen, tijdwaarnemers en verkeersregelaars. Moeten dat er zoveel zijn? „In de Amstel Gold Race zijn zo’n twintig politiemotoren die alle kruispunten afzetten. Als renners gepasseerd zijn, halen ze het peloton in om opnieuw een punt te bewaken. In Vlaamse koersen zijn dat geen agenten, maar regulateurs. Die zijn echt nodig”, zegt de Maastrichtse motard Jos Hayen. „Hetzelfde geldt voor juryleden en fotografen: de koers moet toch in beeld worden gebracht, dat willen de sponsors en het publiek.” 

Het belangrijkste is dat je ervaring hebt

Heerst er in het peloton een wild west-cultuur van rond racende motoren en auto’s? „Dat is echt een verkeerd beeld”, stelt Hayen. In principe is vrijwel alles gereguleerd: een jurymotor en -auto bepalen welk voertuig waar moet rijden en wanneer het voertuig de renners mag passeren. Hayen: „Ik heb een volgerslicentie, maar het belangrijkste is dat je ervaring hebt. Dat je weet hoe je je door een peloton moet manoeuvreren.” De motorrijder die op Demoitié terechtkwam, heeft al twintig jaar ervaring. „Het is en blijft gevaarlijk en ongelukken zijn soms onvermijdelijk, hoe ervaren je ook bent”, aldus Hayen, die komende zaterdag actief is in de Volta Limburg Classic en een dag later in de Ronde van Vlaanderen. De UCI voerde vorig jaar een verplichte cursus in voor alle motards en autobestuurders. Een journalist van het Britse blad Rouleur schreef een onthutsende reportage over hoe weinig de cursus voorstelt. De Maastrichtse motard beaamt: „Dat is puur theoretisch, een papiertje. In de praktijk heb je er niets aan.” 

Gebeuren er nu meer ongelukken dan vroeger? Op het eerste gezicht lijkt het alsof er de laatste twee jaar een toename is, al zijn er geen exacte cijfers beschikbaar. Vorig jaar werden onder anderen Jakob Fuglsang (Tour), Peter Sagan (Vuelta) en Greg van Avermaet (Classica San Sebastian) van hun fiets gereden door een motor. Dit jaar was het al raak met Stig Broeckx (Kuurne- Brussel-Kuurne). Maar ongelukken met auto’s en motoren zijn van alle jaren. In 1987 reed een auto over de fiets van Jesper Skibby in de Ronde van Vlaanderen. De auto miste Skibby zelf op een haar na. 

Levensgevaarlijk. Straks vallen er nog doden

In Milaan-Sanremo in 1993 kwam een juryauto onmiddellijk na de finish tot stilstand, waarna een sprintend peloton vol op de wagen klapte. Renner Steven Rooks liet na afloop in het Leidsch Dagblad optekenen: „Levensgevaarlijk. Straks vallen er nog doden.” In 1998 reed ploegleider Cees Priem de Australiër Scott Sunderland onderuit in de Amstel Gold Race. Een jaar later klapten Markus Zberg en Gabriele Missaglia op een motor, die op de weg stilstond. Het gaat nog veel verder terug: in 1950 overleed de Franse renner Camille Danguillaume na te zijn aangereden door een motor. 

Hayen, al dertig jaar motard: „Er gebeuren volgens mij niet meer ongelukken, maar alles wordt nu beter in beeld gebracht en breder uitgemeten.” Hoe zit het juridisch bij een ongeval? Over wie verantwoordelijkheid draagt bij ongelukken, bestaat in de wielersport veel onduidelijkheid. 
Op de site van de KNWU staat: „Bij een valpartij of iets dergelijks is er vaak geen sprake van enige wettelijke aansprakelijkheid. Dit is een risico dat bij deze sportbeoefening hoort. Aansprakelijkheidstelling en daarmee aanspraak op de aansprakelijkheidsverzekering gaat hier dus niet altijd op.” De afwikkeling van het ‘prikkeldraad- incident’ met Johnny Hoogerland in de Tour van 2011 duurde ruim zes jaar en eindigde met een schikking. „Ik heb zelf gelukkig nog nooit een ongeluk meegemaakt. Tijdens de Gold Race werk ik voor de NOS en heb ik daar mijn verzekering. Maar ik weet eerlijk gezegd niet hoe het precies zit bij een ongeluk als ik iemand aanrijd.” 

De roep vanuit het peloton is nu om het aantal motoren terug te dringen. Wat kan er gedaan worden om de veiligheid te vergroten? Hayen: „Er zijn al veel minder motoren in koers dan vroeger, het is al veel veiliger geworden. De UCI heeft het aantal motards sinds de jaren 90 sterk teruggedrongen. In Parijs-Roubaix mogen er nog maar drie fotografen per kasseistrook bij een groep rijden. Het is qua publiek drukker geworden langs het parcours, dat is wat mij betreft het gevaarlijkst. Ja, minder regulateurs tijdens een koers zou helpen. Maar dan zou je een heel parcours met hekken moeten afzetten, dat is ook onmogelijk.”