Het verdwijnende dorpsleven als film

Print
Het verdwijnende dorpsleven als film

Tiny met haar steun en toeverlaat Pierre. Afbeelding: Hans Heijnen Films

Toen filmmaker Hans Heijnen onderzocht of er een film zou zitten in de 100- jarige harmonie van Bemelen liep hij tegen een aantal typische dorpsfiguren aan. Zij vertellen het verhaal van ‘Bewakers van Bemelen’.


Waar je ook komt in Bemelen, als er koffie en broodjes moeten worden geserveerd gebeurt dat door vrijgezel Pierre Pittie. Hij is onontkoombaar. Dat valt ook Hans Heijnen op als-ie onderzoek verricht voor een film over de honderdjarige harmonie van het Zuid-Limburgse dorpje. Bij de harmonie, na de processie, in de voetbalkantine, bij de kaartclub en de vogelwerkgroep, overal duikt Pierre - en diens broer Wiel - op.

Heijnen legt voorzichtig contact en besluit dat Pierre, Wiel, Pierre’s vriendin Tiny en ‘gekke’ Paul van Melis - hij kwam twintig jaar geleden vanuit psychiatrisch ziekenhuis Vijverdal in het dorp terecht - het verhaal van Bemelen moeten gaan vertellen. Het is het verhaal waarmee bijna elk Limburgs dorp te maken krijgt: vergrijzing. Het einde voor de dorpsclubs is daardoor nabij. De hoofdpersonen in de prent van Heijnen bewaken de oude dorpscultuur en waken ook over elkaar. 

In dat verband is de titel van de documentaire allesomvattend: Bewakers van Bemelen. De film vertelt ook het verhaal over typische dorpsfiguren, die volgens Heijnen langzaam maar zeker aan het uitsterven zijn. Wiel komt hoe langer de film duurt minder in beeld. „Hij trok zich een beetje terug, want het werd hem te persoonlijk”, zegt Heijnen daarover. En waar de kijker ook niet aan voorbij kan, is de driehoeksverhouding tussen Pierre, Tiny en haar man Servé.

Het maken van promotiefilms is niet mijn werk

„Ik heb de focus ook op de dorpsfiguren gelegd vanwege de financiering”, zegt Heijnen eerlijk. Een film over een harmonie had hij immers al eens gemaakt: Bokken en Geiten over de concurrentie tussen de twee topblaasorkesten van Thorn. „De bedoeling was Bemelen positieve aandacht te geven, maar het maken van promotiefilms is niet mijn werk”, aldus Heijnen.

Een documentaire dus, tamelijk gestileerd gefilmd met de camera altijd op statief en de hoofdpersonen voorzien van zendertjes. Na verloop van tijd lijken ze de aanwezigheid van de camera volledig te vergeten. 

Daarom misschien ook hun ontwapenende openheid, die de niet uit Bemelen afkomstige kijker na de aftiteling met een onbestemd gevoel achterlaat. Heeft hij nou net zitten kijken naar gefoezel in een Limburgs dorpje of is hier sprake van zorg, tolerantie en liefde? Dat gevoel wordt veroorzaakt door de vanzelfsprekendheid waarmee Pierre en de getrouwde Tiny met elkaar omgaan en de openheid van gekke Paul over het onderwerp seks. 

Servé, de man van Tiny, is als vrachtwagenchauffeur bijna altijd van huis. En als hij niet onderweg is, gaat hij geregeld op vakantie naar Cuba. „Die denkt dat ik gek ben, voor de meiden natuurlijk”, vertelt Tiny in de film. Vrijgezel Pierre zorgt dat Tiny niet alleen zit, gaat met haar winkelen en is als een opa voor haar kleindochter. 

Dingen die Servé, sinds hij van anderhalve meter hoogte op zijn hoofd is gevallen, niet meer kunnen boeien. Zelfs als Servé wel thuis is, zien we Pierre de vaatwasser inladen. Op de schouw geen foto van Servé, wél van Pierre. En Paul, die Tiny ook wel eens oneerbare voorstellen doet, vertelt vrijuit over het feit dat zijn vriendin geen seks meer wil en de tangaslips die hij op zijn route als postbezorger heeft gevonden. 

Het mooie van de documentaire is dat heel Bemelen weet dat het zo is en het accepteert. Iedereen kan op zijn of haar manier functioneren of anderen laten functioneren in deze kleine gemeenschap. Een gemeenschap die dus langzaam maar zeker haar einde nadert. Symbolisch beeld voor dat einde is het moment waarop Tiny in haar scootmobiel de processieroute rijdt en pal achter haar de geelwitte vlaggetjes, mooi in gelid, omvallen. Einde van een tijdperk? „Zoiets kun je niet scripten”, lacht Heijnen, „maar het is te mooi om het niet te gebruiken”. 

Zoals er wel meer - typisch Heijnen - symbolisch beeld in de docu zit. Bijvoorbeeld de tegenstelling tussen leven en dood als de kleurige carnavalsvierders voorbijtrekken aan het donkere kerkhof. En ook sterk, de moderne tijd die op traditie botst als de wielertoeristen van de trappers moeten voor de processie. 

Oh ja, ook het openingsshot na de titel Bewakers van Bemelen: het idyllische dorpje gezien vanaf een heuvel. Daarna moet Heijnen 75 minuten balanceren tussen de idylle en ontwapenende openheid.