‘Er zijn geen luie kinderen’

Print
‘Er zijn geen luie kinderen’

Jack Beckers: „We zijn zo doorgeschoten in de toets- en testcultuur dat de energie van leerkrachten ’s avonds op is.” Afbeelding: Mijntje Wismans

Jack Beckers (65) werkte 45 jaar in het onderwijs, waarvan de laatste 12 jaar als directeur van BCO Onderwijsadvies in Venlo. Gisteren nam Beckers afscheid.

„Ooit zei één van mijn leraren: er zijn geen luie kinderen. Als je er zo één in je klas hebt, moet je op onderzoek uitgaan. Dan is er iets aan de hand. Hetzelfde geldt voor een kletskous.Waarschijnlijk willen ze vooruit. Sneller. Kijk, elk kind heeft een ontwikkelingsmotor. Bij sommige kinderen loopt die hard en gesmeerd, bij anderen hapert hij soms. Sputtert. 
Als je dat weet, kun je daar als leerkracht iets mee doen. Kun je kinderen die snel gaan, extra stof geven. En anderen wat meer helpen. 

Want het draait maar om één ding: goed onderwijs. Kom daarom tegemoet aan de behoefte van de lerling. 
Als onderwijsadviseurs komen we op veel scholen. En helaas komen we nog te veel leerkrachten tegen die driekwartier tegen de leerlingen aanpraten. Zo deden we het vroeger ook. Maar toen zat kennis alleen in een boek of in het hoofd van de meester. Maar nu? Nu is kennis overal. Dus moet je als leraar afwegingen maken: wat moet een kind in zijn hoofd hebben en wat kan hij opzoeken? In zijn telefoon, laptop of tablet? Een voorbeeld: van Afrika hoef je natuurlijk niet alle topografie uit je hoofd te kennen. Je moet wel weten waar het ligt. En doe iets leuks om kennis over dat continent over te dragen. 

Ik zeg altijd: praat met de kinderen

Zo deed een school mee aan het project ‘Jan op zee’. Ze volgden op internet een zeiler die in Kaapstad aankwam. De opdracht in de klas was:Waar kan hij gaan eten? Waar zou hij zin in hebben? Hoe moet hij daar komen? Levensecht onderwijs. Probleemoplossend. Dat doe je in het echte leven tenslotte ook. 

Ik zeg altijd: praat met de kinderen. Wat vinden ze leuk, waar zijn ze goed in? En hoe koppel je dat aan de lesstof?We leggen veel te veel nadruk op wat kinderen allemaal niet kunnen. Dat doe je bij topsport ook niet. Daar laat je een aanvaller ook niet oefenen tot hij een goede verdediger wordt. Je stimuleert het aanvallen juist. Dat zouden we in het onderwijs ook meer moeten doen. 

Nu is het momentum daar. Het onderwijs staat voor een keerpunt. Er zijn nog leraren die denken dat het wel overwaait, maar dat is niet zo. De ontwikkeling moet wel sneller. Gebruik de mobiele apparaten, social media, smartboards. Het is de toegang tot de wereld. Geef een proefwerk met Kahoot. Dat is een soort quiz. Je toetst je antwoord in op de laptop of tablet, ziet de antwoorden van jou en je klasgenoten in wolkjes over het scherm gaan en je krijgt meteen na de quiz je cijfer. Klaar! Leuk en geen nakijkwerk meer. Let wel: ik wil geen digitale scholen. Maar je kunt betekenisvoller werken door de digitale apparaten te gebruiken. Ik denk dat veel leerkrachten echt wel vooruit willen en graag met tablets allerlei methodes of projecten willen uitproberen. 

Het ontbreekt ze alleen aan tijd. We zijn zo doorgeschoten in de toets- en testcultuur dat de energie ’s avonds op is. Ik geloof dat. De docent moet meer tijd krijgen om nieuw onderwijs te kunnen ontwerpen. En er moet iets anders van zijn bordje af. De leerkracht moeten we koesteren.”