Hoe Zuid-Limburg zichzelf klein houdt

Print
Hoe Zuid-Limburg zichzelf klein houdt

Afbeelding: Robert Muts

Het is een kwestie van geduld voor heel Holland Limburgs lult, zingt Rowwen Hèze. De dialectband uit America speelt het uitdagende nummer al lang en aanstekelijk ook, maar Limburgser is Holland in die tijd nog niet echt geworden.

Daar is ook meer dan een vrolijk liedje voor nodig.Want Limburg is het product van zijn geografie en historie, en daar kan geen ondeugend melodietje tegenop. Neem de ligging van de provincie. Centraal in het hart van Europa, maar neergekwakt in de periferie van Nederland. Niet voor niets worden we de minst Nederlandse provincie genoemd. Vanwege de heuvels in het zuiden, de zachte g en de bourgondische levensstijl. En niet te vergeten de Duitse en Belgische invloeden. 

Niet vreemd voor een regio die nationaal titelhouder in landsgrenzen is. Ook politiek en bestuurlijk is Limburg nog altijd een buitenbeentje in Nederland.We koesteren onze eigenheid en kleinschaligheid, met als argument dat het zo knus is als de politiek dicht bij de burger blijft. In de praktijk vieren kerktorendenken en navelstaarderij daardoor hoogtij, zeker in het zuiden van de provincie. Een blik op de bestuurlijke kaart van Nederland maakt dat in één oogopslag duidelijk. Nergens anders zijn er nog zoveel gemeenten als in Zuid-Limburg: achttien op een lapje grond van 30 bij 30 vierkante kilometer. De prijs die de regio voor die versnippering betaalt is hoog. De bestuurlijke drukte is daar onderdeel van. Achttien burgemeesters, vele tientallen wethouders en honderden raadsleden lopen elkaar meer voor de voeten dan dat ze de streek kordaat regeren en vooruit helpen. 

Hou jij ze dom, dan hou ik ze wel klein

Verdeel en heers, wisten de Romeinen reeds. Limburg is het vleesgeworden voorbeeld van deze klassieke vorm van machtspolitiek. Een eigentijdse variant op de doctrine die kerk en mijnbaronnen met succes in de praktijk brachten toen Limburg nog mijnen kende: Hou jij ze dom, dan hou ik ze wel klein. Er is slechts één groot verschil. Ten tijde van de mijnen was er opzet in het spel, was er sprake van voorbedachte rade bij mijnen en clerus. 

Bij de bestuurlijke lappendeken van nu is dat niet het geval. Het is niet politiek Den Haag dat Zuid-Limburg klein houdt en tot machteloosheid veroordeelt, maar het is de regio zelf die daarvoor kiest. Den Haag vindt het al lang goed, dat is wel zo rustig. Want een verenigd Zuid-Limburg is een partij om nationaal rekening mee te houden, een verdeeld Zuid-Limburg niet. Stel dat Zuid-Limburg morgen één gemeente wordt, dan praten we wel over een stadsregio van 600.000 inwoners. Enkel Rotterdam en Amsterdam tellen meer inwoners. Zuid-Limburg zou dan in één klap de op twee na grootste stad van het land zijn, met de daarbij behorende politieke macht en economische invloed. Alleen al de geur smaakt naar meer. 

Een idee-fixe? Welnee. De in Heerlen geboren architect Wiel Arets lanceerde deze gedachte al in 2008 tijdens de jaarlijkse Peutzlezing, genoemd naar de architect die onder meer het iconische Glaspaleis in Heerlen heeft ontworpen. Arets had het destijds over Zuidstad als de Limburgse tegenhanger van de Randstad. Zuidstad is de denkbeeldige hoefijzervormige stad die begint in Maastricht, met een boog omhoog loopt naar Sittard- Geleen en vandaar afbuigt naar Parkstad Limburg. Met in het hart van dit hoefijzer als een groene oase het Heuvelland. Een hoefijzer met magnetische werking, in de visie van Arets. Een hogesnelheidsverbinding moet die Zuidstad verbinden met de Randstad, zodat beide metropolen binnen het uur te bereiken zijn.

Zuid-Limburg kan zich niet langer permitteren in dorpspolitiek te blijven hangen

Let wel, die Zuidstad is voor Arets geen doel op zich. Meer schaalgrootte is wel nodig om van de slapende metropool die Zuid-Limburg in feite al is, een daadwerkelijk alerte en levendige stadsregio te maken, die zijn historische euregionale kansen grijpt. Arets wil die trendbreuk bewerkstelligen Zoals een stad niet dorps kan denken, kan Zuid-Limburg zich ook niet langer permitteren in dorpspolitiek te blijven hangen. 

Voorbeelden van dat laatste zijn er helaas te over: Nuth, Meerssen, Brunssum, Beek. Al dat lokale geneuzel ontneemt het zicht op zaken die volgens Arets juist wel geagendeerd moeten worden: aanpakken van krimp en vergrijzing, bevorderen van economie, kunst, sport en cultuur, slechten van grenzen, aantrekken van talent. 

We zijn nu acht jaar verder. De visie van Arets heeft nog niets aan verbeeldingskracht ingeboet. Integendeel, steden zijn de economische en culturele supersterren van deze tijd. En Zuidstad heeft de potentie om ook zo’n superster te worden.We moeten het alleen willen. In plaats daarvan berusten we in de laffe status quo. Er is in die acht jaar weinig gebeurd om de droom van Arets waar te maken. Deze blijft uit elkaar spatten op betonnen muren van eigen belang, lokaal chauvinisme, gebrek aan kritische analyse en gemis aan organiserend vermogen. Het is nog altijd ieder voor zich en god voor ons allen, uitgezonderd misschien de economische samenwerking. 

Maar van een grote bestuurlijke doorbraak is geen sprake. Dat is zonde, omdat de oplossing voor het grijpen ligt: Zuidstad. We hoeven alleen door te pakken, maar daar zijn wel lef en visie voor nodig en juist die ontbreken, zowel bij de burgers als bij de politici. In plaats daarvan regeert kleindenkerij die kneuterige dorpspolitiek baart. 
Maar goed, we krijgen daarmee wel de kortzichtige politiek die we verdienen. 

Reageren? p.kamps@mgl.nl 

Peter Kamps is commentator van deze krant en schrijft op deze plek wekelijks over economie, politiek en ondernemerschap in Limburg