Positief blijven, dáár knapt een puber van op

© Fotolia

Een gesprek met je kind van 13, 14, of 15 jaar verloopt lang niet altijd soepel. Opvoedexpert Marina van der Wal pleit voor schouderklopjes en complimenten. Positief blijven. Dáár knappen pubers enorm van op. Verslaggeefster Pam van der Veen deed een maand lang de opvoedchallenge. ‘Soms sla ik door in mijn opgewektheid. Ben je dronken of zo, vraagt mijn zoon.’

Pam van der Veen

Ik sta op de drempel bij mijn puberzoon. Hij zit aan zijn bureautje, boek en schrift opengeslagen, telefoon in zijn hand. „Waarom wil je je telefoon bij je hebben als je huiswerk maakt?”, vraag ik. Laatdunkend trekt mijn zoon een wenkbrauw op. „Eh. Omdat ik bereikbaar wil zijn?”. ,,Maar zo kun je je niet concentreren”, werp ik tegen. „Je wordt voortdurend afgeleid. Leg dat ding een uurtje weg als je moet leren!” Mijn zoon schakelt over op De Blik. De ‘wie is dat mens zonder enig besef van hoe het eraan toegaat in de echte wereld?’-blik. „Nee”, antwoordt hij. „Maar…”, probeer ik. „Go away woman,” zegt hij.

De communicatie met mijn puber verloopt zelden naar wens. Zeker niet als ik iets van hem gedaan probeer te krijgen. Van de manier waarop onze onderhandelingen zich doorgaans ontvouwen, is bovenstaande dialoog nog een beschaafde versie. Meestal eindigen ze in machteloos geschreeuw (ik), slaande deuren (hij), loze dreigementen (ik) en hartstochtelijke what-the-fucks (hij). Voor beide partijen zeer vermoeiend en ongezellig voor de rest van het gezin.

Niet straffen, maar belonen, is het idee

Daarom besluit ik het over een andere boeg te gooien en me een maand lang over te leveren aan de Opvoedchallenge van Marina van der Wal. Zij is puberexpert, zelf moeder van twee grote zoons (‘Die van mij hebben het zo ongeveer uitgevonden’), ze coacht ouders en geeft lezingen door het hele land. Haar Opvoedchallenge is een jaarlijks terugkerend event. Onder het motto ‘Word een dopaminedealer’ daagt Van der Wal deelnemers uit een maand aan Positief Opvoeden te doen. Niet straffen, maar belonen, is het idee, want zo slecht als het puberbrein reageert op sancties, zo goed gedijt het op schouderklopjes.

Elk gemeend compliment maakt dopamine los in de hersenen, het gelukshormoon dat zorgt voor een uitermate prettig gevoel. Hetzelfde stofje dat ook vrijkomt bij gebruik van alcohol en drugs en dat zorgt dat een mens verslaafd raakt. In feite is het zaak dat je je kind ‘verslaafd’ maakt aan complimenten, waardoor het verlangt naar méér – en het zich daar dan hopelijk ook naar gaat gedragen. Een kwestie van manipuleren en motiveren dus, met een positieve benadering, met kijken naar wat wél goed gaat en met stroop smeren in plaats van azijn pissen.

Het is wennen om niet meer routineus te reageren op dagelijkse ergernissen

Tijdens de Opvoedchallenge slikken puberouders hun voortdurende kritiek, terechtwijzingen en sneren in en komen ze alleen nog met bekrachtigend commentaar. Geen eenvoudige opgave, merk ik, mijn ‘moppergroef ’ is diep ingesleten. Bovendien: op de vestingmuur die mijn puber vaak opwerpt, ketst menige goedbedoelde opmerking af. Maar ik zal mij omringen met een schild van opgewektheid. Het is wennen om niet meer routineus te reageren op dagelijkse ergernissen.

De wiskundetoets die niet geleerd is. Het hersenloze getuur op zijn mobiel. De rotzooi in zijn kamer waar ik knieheffend doorheen moet om de stapels vuile afwas op te halen. Het eindeloze douchen tijdens de ochtendspits. De chips die alwéér op is, evenals de chocola, de beker vanilleroomijs en de zak druiven die ik gisteren gekocht heb. Natuurlijk moet ik hem erop aanspreken, maar met een tirade heb ik zelden iets bereikt. Want het is toch zeker zíjn kamer, ik moet blij zijn dat hij doucht en fruit eet, de wiskundeleraar is een eikel en ja, sorry van die peperdure doos luxe-bonbons, maar hij had gewoon honger.

Turf al je negatieve commentaar

Tijdens de challenge laat ik me niet meer uit mijn tent lokken. Elke dag krijg ik een mailtje van Van der Wal waarin ze mij bemoedigend toespreekt en een huiswerkopdracht geeft. ‘Schrijf vijf dingen op die vandaag goed gingen en vijf zaken die fout gingen.’ Of: ‘Turf al je negatieve commentaar.’ En ze vraagt me al mijn opmerkingen te turven die beginnen als compliment, maar toch eindigen als kritiek. Zoals: ‘Wat goed dat je vandaag op tijd de deur uit bent gegaan. Dat zou je elke dag moeten doen.’ „Dat is dus géén compliment, maar een mooi verpakte negatieve opmerking”, mailt ze.

De eerstvolgende keer dat mijn zoon een boodschap voor ons doet, zeg ik vriendelijk: „Fijn, bedankt.” Dat een keukenrol iets anders is dan wc-papier en dat niemand bij ons thuis Boursin Light lust, bewaar ik voor een andere keer. Ook als het om school gaat, probeer ik uit een ander vaatje te tappen. Die avond sloft hij de kamer binnen met een geschiedenisopdracht. „Heb jij wel eens van Amerigo Vespucci gehoord?”, vraagt hij. Hij zelf in elk geval niet. „Dat verbaast me niks”, wil ik snauwen. „Misschien moet je eens wat vaker naar de les gaan!” In plaats daarvan zeg ik: ‘Goed dat je het komt vragen’ en google ik de Italiaanse ontdekkingsreiziger voor hem. Hij print een biografietje uit en vertrekt opgelucht naar zijn kamer.

De positieve benadering lijkt te werken. Al na een week verandert de sfeer in huis. Ik ben me bewuster van het contact met mijn zoon, bezie van een afstand hoe ik tegen hem praat, alsof een camera meedraait. Daardoor ben ik vriendelijker en vrolijker, ik schiet minder snel uit mijn slof en probeer constructief te blijven. Mijn zoon reageert daar goed op, hij ruimt zonder protest de tafel af, komt nog maar één keer per week te laat op school en trekt zich minder vaak terug in zijn kamer. Hij brengt me een kus voor hij vertrekt en wemoeten zelfs af en toe lachen – allebei om hetzelfde, wel te verstaan. Wel kijkt hij me af en toe onderzoekend aan als ik in plaats van een verwijt een grapje maak. Wat heeft zij?, hoor ik hem denken. Is ze in een ketel met Prozac gevallen?

Leer jij maar lekker door, dan doe ik je was wel

Soms slaat mijn enthousiasme door. Als ik hem al te uitbundig prijs voor het eigenhandig plakken van zijn fietsband, vraagt hij: „Ben je dronken of zo?” Snel stuur ik een mail naar de opvoedkundige: ‘Kan ik ook overdrijven met die dopamine?’ Van der Wal reageert snel: ‘Het is niet de bedoeling dat je bij elke opgeruimde sok op de tafel gaat staan dansen. Wat je wel kunt doen is benoemen wat goed gaat en daarna je mond houden. Zo motiveer je goed gedrag zonder er meteen een heel circus van te maken.’

Dat het motiveren niet altijd even effectief is, merk ik als mijn zoon zit te studeren en ik hem daarvoor wil belonen. „Leer jij maar lekker door, dan doe ik je was wel”, roep ikmonter. Waarna hij gaat whatsappen, gitaar spelen en zijn haar stylen, terwijl ik zijn onderbroeken ophang. Dit kan de bedoeling niet zijn. De dag daarop word ik gebeld door de mentor. Waar mijn zoon was tijdens het zesde uur? Ik schiet in mijn woedende groef en bel de spijbelaar net zo lang tot hij in godsnaam dan maar opneemt. „Waar zit je?!,” vaar ik uit. „We hebben het hier al zó vaak over gehad! Ik word gék van die telefoontjes van jouw mentor!” Ik bries, mijn puber zwijgt. „Ik zet hem op Markplaats”, grom ik als ik de verbinding heb verbroken. „Met stamboom en inentingspapieren, tegen elk aannemelijk bod.” Ik mail naar Marina. Spijbelen hoort erbij, antwoordt ze. „Natuurlijk moet je er iets van zeggen, maar probeer je zelfbeheersing te bewaren. Hou je niet bezig met je teleurstelling of je frustratie, maar met wat je wil bereiken. En dat is niet dat hij dichtslaat door jouw boosheid, maar dat hij uitlegt waarom hij niet op school was. Stel je doel boven je emotie!’’

Stel je doel boven je emotie

De volgende dag begin ik met een schone lei. Ik complimenteer mijn zoon met zijn opgeruimde kamer – en zeg niks over de vuile was die voor zijn deur ligt. Goedgehumeurd vertelt hij over een feestje, informatie waar ik normaal gesproken om moet smeken. De sfeer is zo gemoedelijk dat ik de tijd rijp acht te beginnen over zijn Nederlandse leeslijst. „Welke boeken heb je gekozen?,” vraag ik. „De dunste,” antwoordt hij. Maar hij heeft niet één letter gelezen, zodat ik meteen geïrriteerd ben. Dan hoor ik Marina: „Stel je doel boven je emotie! Stel je doel boven je emotie!” Ik zucht diep. Wat wil ik bereiken? Dat hij die boeken leest. Ik vraag naar de titels, pak mijn laptop en bestel de luisterboeken.

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee