Lekker wijf

© MGL

In de weekendbijlage van een landelijke kwaliteitskrant lees ik een interview met een man die bekende Nederlander werd toen hij trouwde met een vrouw die in dit land bekendstaat als Lekker Wijf Nummer Een.

Johan van de Beek

Een belangrijk deel van het gesprek gaat over hoe het is om nu niet meer getrouwd te zijn met het Lekker Wijf. Ik neem aan dat zo’n man eerst wordt opgebeld met de vraag of hij geïnterviewd wil worden. Ik neem ook aan dat hij dan vraagt waar het gesprek over moet gaan. Ik neem ook aan dat de interviewster dan zegt dat het onder andere over Haar zal gaan. Ik neem echter veel te veel aan, denk ik. Misschien is het wel niet zo gegaan. Of misschien dat zo’n man denkt: Och ja, ik ga eens lekker praten over hoe het is om alleen te zijn, zonder Lekker Wijf. Dus gaat het ook over zijn gevecht tegen de drank. Hij heeft zich voorgenomen om twee jaar lang niet meer te drinken. Dat is goed voor hem, denkt hij. Hij heeft wel veel zin in drinken. Maar doet het niet. Dan vraagt de interviewster of hij wel nog drugs gebruikt. Ze stelt de vraag op een manier alsof ze gisteren nog samen een lijntje hebben gesnoven. De geïnterviewde beaamt het gebruik en raadt iedereen aan af en toe drugs te gebruiken. Nu kom ik uit een journalistieke leerschool waarin me als beginneling werd geleerd dat als iemand zichzelf tegenspreekt, je een vervolgvraag moet stellen. Niet drinken om gezondheidsredenen maar wel drugs gebruiken omdat zo goed voor je is, lijkt mij een tegenspraak. Maar de interviewster stelt geen vervolgvraag. Het hele interview door overigens niet. Het kabbelt voort, als een papieren bootje op een Amsterdams grachtje.

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee