De wedergeboorte van Luik

Print
De wedergeboorte van Luik

De nieuwe voetgangersbrug en fietsbrug over de Maas (deze heeft zelfde architect als de Hoogbrug in Maastricht). Deze verbindt de centrumwijk Guillemins met het nieuw vormgegeven park Boverie. Afbeelding: Roger Dohmen

Luik lelijk? Niet meer. De stad ligt er schoon en aangeharkt bij. Met dank aan de vele miljoenen die in oude en nieuwe architectuur is gestoken. Over een paar dagen opent het nieuwste pareltje: La Boverie, museum voor moderne kunst. „De stad bruist als nooit tevoren.”

Luik weet lange tijd maar weinig mensen tot een bezoek te verleiden. De stad heeft het imago grijs, grauw en rauw te zijn. Lege fabriekshallen langs een donkergekleurde Maas. Vervuilde straten. Door verval en luchtvervuiling aangetaste gebouwen. Verarmde inwoners.

Maar die tijd is voorbij. De stad is herboren. Toeristen trekken steeds vaker naar Luik. De straten zijn schoon, de parken aangeharkt, de terrassen gevuld met vrolijkheid. Nieuwe iconen verschenen. Het uit wit beton, glas en staal bestaande treinstation van de Spaanse architect Santiago Calatrava is er daar één van.

Net zo imposant is de wolkenkrabber van het ministerie van Financiën. De zilverkleurige toren steekt boven alle andere gebouwen uit, alsof hij ‘hier ben ik’ uitstraalt.

Er is weer geld in de stad

Wat is er aan de hand in Luik? „Er is weer geld in de stad”, zegt Joseph Vromans (67). Een wandeling met de voormalige hoogleraar Nederlands van de Luikse universiteit laat zien hoe de stad en verschillende investeerders de afgelopen vijf tot acht jaar de euro’s hebben laten rollen. Een selectie. Het treinstation kostte 302 miljoen euro, shoppingcenter Médiacité meer dan 200 miljoen, de wolkenkrabber van Financiën 95 miljoen. De verbouwing van het theater en de opera samen 50,5 miljoen. Met al die bedragen vergeleken is de 8,5 miljoen die de verandering van het badhuis tot cultureel centrum Cité Miroir kostte, een schijntje. Over een paar dagen opent La Boverie, het museum voor moderne kunst. Voor 25 miljoen euro kreeg het een glazen aanbouw. Luik grijpt de opening van het museum aan om volgende week haar wedergeboorte te vieren. De lijst van afgeronde nieuw- en verbouwprojecten is lang. En er staat nog meer op stapel.

Waar komt het geld vandaan? Vromans: „Van de federale Waalse regering en de Europese Unie. Samen maakten ze de metamorfose van Luik mogelijk.” Luik kon het geld goed gebruiken. De stad raakte aan lager wal toen meer dan dertig jaar geleden de staalindustrie en mijnbouw in elkaar klapten. De werkloosheid liep daardoor op tot 40 procent. Bijna een dikke eeuw lang had Luik een zorgeloos leven geleid. De stad, het noordelijkste puntje van de Franse cultuur, was rijk en een tikkeltje mondain.

De Luikenaar bleef ook in de donkerste dagen optimistisch

Aan de basis van het boomende Luik stond de Britse industrieel John Cockerill. Hij bouwde een staal- en kolenimperium waarin ooit 40.000 man werk vonden. Stad en regio verzonken in een depressie toen het allemaal voorbij was. Twintig jaar lang stonden de tijd en de economie stil. Verpaupering en verarming sloegen toe. Het Marshallplan, het in 2005 in gang gezette herstelplan van de Waalse regering, bracht een nieuwe dynamiek op gang in heel Wallonië. De regering beloofde investeerders steun, lastenverlaging, infrastructuur en opleidingen voor de veelal laaggeschoolde inwoners.

Na staal en steenkolen wil Wallonië nu uitblinken in onder meer nieuwe materialen, farma- en life science en toont zich daarmee een geduchte concurrent voor het aangrenzende Nederlands- Limburg. Beide regio’s zetten op dezelfde sectoren in. Luik profiteerde mee van de miljarden die over een periode van twintig jaar in de Waalse economie werden en worden gepompt. Van de EU kreeg de stad vele tientallen miljoenen via Fonds Feder, het regionale ontwikkelingsplan. „De Luikenaar bleef ook in de donkerste dagen optimistisch”, herinnert Vromans zich. Hij woont al veertig jaar in de stad en treedt sinds zijn pensionering als adviseur op voor het stadsbestuur. „Optimisme is typisch Luiks. De Luikenaar is bovendien koppig, eigenwijs en aardig. Hij weet het negatieve in iets positiefs te draaien.”

Toch mopperden de inwoners heel wat af toen de afgelopen jaren straten open lagen. De kilometerslange kades langs de Maas kregen een opknapbeurt. Nu fietsen en wandelen de Luikenaren over de kades en genieten ze eindelijk van de rivier. De overlast van de kaalslag en de bouwactiviteiten bij het station maakten de inwoners meer dan eens radeloos. Luikenaren houden niet van bruuske veranderingen, weet Vromans. „Hier gebeurt bijna alles geleidelijk en organisch. Opdat het nieuwe één geheel wordt met het oude.”

Die karaktertrek maakt van de Luikenaar geen mak schaap. Waar het stadsbestuur en investeerders te veel, te snel en te veel wilden, kwam de bevolking in verzet. Het station, dat het startpunt heet te zijn van de wedergeboorte van Luik, kwam er ondanks alle kritiek toch. Maar klachten over een al te forse renovatie van historisch museum Grand Curtius hadden effect. Het doortrekken van de autoweg AntwerpenLuik, tot aan het ziekenhuis op de citadel, ging niet door. Luikenaren kregen van de rechter gelijk toen ze protesteerden tegen de uitbreiding van het Paleis van Justitie.

Ze dwongen af dat de bijgebouwen lager zouden worden. Monumentale gebouwen in de buurt konden daardoor niet in hun schaduw komen te staan. Een ondernemer trok zijn plan in om een wijngaard aan te leggen. Hij had een terrein op het oog van Les Coteaux, zoals de heuvels heten die rond een deel van het centrum Luik liggen. Het misschien wel dapperste verzet leveren twee huiseigenaren. De ene woning staat moederziel alleen bij het station, de buurpanden gingen al jaren geleden tegen de vlakte en de andere staat zo’n 300 meter verderop, bij de wolkenkrabber van Financiën. Beide panden staan de voltooiïng van de esplanade, het fiets- en wandelpad van het station naar La Bovarie en de Mediacité in de weg.

De creativiteit trekt aan dankzij de EU-middelen

De brug over de Maas, onderdeel van de esplanade en inmiddels La Belle Liégeoise gedoopt, ligt er al. Met Bureau Greisch heeft die brug dezelfde architect als de Hoge Brug (Hoeg Brögk) in Maastricht. Vromans heeft geen idee of de twee huiseigenaren aan het langste eind gaan trekken. „We zullen zien wie de langste adem heeft. Tweehonderd eigenaren van panden in het stationskwartier lieten zich al uitkopen of onteigenen.” Ondanks de wedergeboorte van Luik ligt de werkloosheid nog steeds op 20 procent. Toch ziet Vromans in het kielzog van de stadsvernieuwing de economie in zijn woonplaats opkrabbelen. „De stad trekt bedrijvigheid aan. Dat zie je in een straat als de Rue de Guillemins. Steeds meer winkels komen terug. De stad bruist als nooit tevoren. Start-ups van de universiteit zijn er steeds meer. De creativiteit trekt aan dankzij de EU-middelen.”

Wat vinden de bezoekers van de wedergeboorte? Maya Consten en Rick Jansen uit Roermond zijn aan het einde gekomen van een paar dagen Luik. Ook zij zeggen de vooruitgang te zien. Met een dozijn Luikse wafels voor de achterban thuis lopen ze richting station Guillemins. Ze picknickten in het park bij La Boverie en lunchten in het restaurant dat in een voormalig laboratorium van de universiteit is getrokken. „Alle spullen staan er nog in. Waanzin. Deze stad is een openbaring”, zegt Consten. „Wat is hier veel te doen. Musea, uitgaan, exposities, winkelen. Luik voelt kosmopolitisch aan. Het is net alsof ik in een grote stad ben als Parijs of Bordeaux. Alleen jammer dat bijna niemand Nederlands of Engels praat.”

De Luikenaar is jammer genoeg eentalig Frans gebleven. Hij is wat zelfgenoegzaam

Vromans kent het probleem. „De Luikenaar is jammer genoeg eentalig Frans gebleven. Hij is wat zelfgenoegzaam, een gevolg van de rijkdom in vroeger tijden waarin hij alles wat hij wenste in zijn stad kon vinden. Maar ook wat dat betreft komt hij uit zijn schulp. Kijk om je heen. Dit is nog maar het begin, er is nog veel op komst.”

Zoals, onder meer, een duurzaam gebouwde wijk in Fayenbois. Het meest in het oog springend is de aanleg van diverse tramlijnen in Luik en de verstedelijkte regio om die stad heen. Van een tram naar Maastricht is ook sprake, maar daar zit vooralsnog geen schot in. De Waalse regering wil over twee jaar het eerste, twaalf kilometer lange traject in Luik in gebruik nemen. En de Luikenaar, wat vindt hij van alle veranderingen? „Die is trots op het resultaat”, zegt de uitbater van het typisch Luikse café Saint Paul. En ook studente Maryse Lecleir (19) concludeert dat de vernieuwingen in de stad haar inwoners goed doet. Ze kent de donkere dagen van Luik uit verhalen van haar ouders. „Het was echt sappelen voor veel mensen.”

Vanuit haar kot, haar studentenkamer, ziet Lecleir de wolkenkrabber van Financiën, de Tour de Paradis, liggen. Een jaar geleden trokken de 1100 ambtenaren er in. Het hoogste gebouw van Luik en Wallonië symboliseert voor velen de wedergeboorte van de stad, vertelt Lecleir. Op zonnige dagen weerspiegelen kerken en ander hoge gebouwen in de zilverkleurige buitenkant. De socialistisch georiënteerde Luikenaren zien in de toren nog een symbool: die van het grootkapitaal. „Nogal wat demonstraties eindigen tegenwoordig bij de Tour Paradis”, zegt Lecleir. „Een betere acceptatie van de renaissance van Luik kun je niet hebben.”

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje