Spookrijongeval met hoogbejaarde: en wéér gaat het mis

Print

Na de frontale botsing op de A79 bij Klimmen belandde de auto van de spookrijder op zijn kop in de middenberm. Afbeelding: Arnaud Nilwik

Een 88-jarige man uit Roermond heeft zondag het dodelijk ongeluk veroorzaakt waar een 56-jarige motorrijder uit Sittard-Geleen bij om het leven kwam.

Het is een waar schrikbeeld: een spookrijder die je op de snelweg tegemoetkomt. Je ziet hem op je afstuiven, kunt geen kant op, je verstijft. Een tegenligger op de snelweg is een acuut, levensgroot gevaar. De radio onderbreekt niet voor niks de uitzending als er een melding binnenkomt. Rechts rijden, luidt dan steevast het devies aan de weggebruikers in de buurt. 

Als het dan toch misgaat, duiken de media er meer op dan bij andere ongevallen, weet woordvoerder Patrick Potgraven van de Verkeersinformatiedienst (VID) in Badhoevedorp. Dat vindt hij begrijpelijk, want de impact en de ravage zijn vaak enorm. Automobilisten rijden elkaar met grote snelheid tegemoet en botsen frontaal. „Waarbij vrij duidelijk is dat een van de partijen honderd procent onschuldig is. Spookrijongevallen raken mensen. Zelfs als iemand een spookrijder alleen maar ziet passeren, is hij nog drie dagen van de leg.” 

Logisch dus dat er veel media-aandacht is als het wél tot een ongeluk komt. De gevolgen zijn vaak heftig, de omstandigheden tragisch. Door de berichtgeving ontstaat volgens de VID wel het beeld dat spookrijden meer slachtoffers eist dan feitelijk het geval is. Harde cijfers ontbreken, maar de VID schat het gemiddeld aantal verongelukte personen op „gelukkig slechts enkele per jaar”, terwijl er vorig jaar in heel Nederland in totaal 621 mensen in het verkeer om het leven kwamen. 

Maar dat is statistiek, met gemiddelden die de pieken wegvlakken. Zo’n piek zijn de twee fatale ongevallen met spookrijders in Limburg in één jaar tijd. Vorig jaar april kwamen op de A2 bij Beek drie mensen om het leven, op de A79 dit jaar in Klimmen opnieuw drie. 

Het ongeval riep veel reacties op, ook in de sociale media. Dat de zelf ook verongelukte spookrijder 87 jaar oud was, trekt de aandacht. De vraag of het eigenlijk wel verantwoord is dat mensen van die leeftijd nog achter het stuur kruipen, duikt daarbij meermaals op. Minister Melanie Schultz (Infrastructuur) ziet evenwel geen reden de regels aan te scherpen, zei ze gisteren. „Ik heb niet voor ogen dat deze groep het veel slechter doet”, zei ze over senioren op de weg.

Ook dit jaar reed een achttienjarige een peuter dood, voegde zij daaraan toe. En VVD-Kamerlid Barbara Visser wees er op dat mensen van 75 jaar en ouder een verplichte keuring ondergaan als zij hun rijbewijs willen verlengen. 

De cijfers over spookrijden wijzen wel op een verhoogd risico bij ouderen. In een derde van de gevallen betreft het iemand van zeventig jaar of ouder, staat in een overzicht van de StichtingWetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) uit 2009. Dat betekent dat onder ouderen naar verhouding meer spookrijders voorkomen dan onder andere leeftijdsgroepen. Als het misgaat, is het volgens Potgraven vaak „omdat ouderen letterlijk én figuurlijk de weg kwijt zijn”. Ze zijn of raken in de war en nemen per vergissing niet de op- maar de afrit van de autosnelweg. 

Te diep in het glaasje kijken is een tweede grote oorzaak van spookrijongevallen

Daar staat weer tegenover dat onder 70-plussers in het verkeer alcoholgebruik nauwelijks een rol speelt, zo stelt het SWOV. Te diep in het glaasje kijken is een tweede grote oorzaak van spookrijongevallen, signaleert zowel VID als SWOV. Die organisaties kijken daarbij zeker ook met een scheef oog naar de jeugd, een tweede risicogroep bij spookrijden. 

Jongeren gaan overigens op de snelweg soms nog om een andere reden in de fout. Het komt voor dat als ze merken dat ze een afslag hebben gemist, ze niet doorrijden naar de volgende afslag maar proberen te keren, met alle risico’s vandien. 
Naast leeftijd en drank onderscheidt de VID nog een derde hoofdoorzaak van de jaarlijks 100 tot 150 meldingen van spookrijden: de gewone menselijke vergissing. 

Potgraven: „Die wordt vooral in de stille uren, ’s avonds gemaakt. Overdag, als er veel verkeer is, rijd je bijna automatisch achter de auto vóór je aan. Je pakt bijna als vanzelf het goede gaatje naar de snelweg. ” Daarom gaat het ook maar zo zelden mis in het verkeersdrukke Utrecht, vermoedt Potgraven. Automobilisten kiezen bijna automatisch het goede spoor. 

Lees het nieuws hierover op 1Limburg.nl.

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje