Voetballer én homo. Big deal!

Print
Voetballer én homo. Big deal!

Ook na zijn coming-out is Mitchell Janssen (in het midden, op de schouders) onverminderd populair bij RKDFC. Afbeelding: Rob Oostwegel

Homoseksualiteit in het voetbal, een beladen onderwerp of zelfs een taboe? Niet voor Mitchell Janssen. De twintigjarige Brunssumer valt op mannen, gaat trouwen met zijn vriend en vertelde dat zonder schroom aan zijn ploeggenoten van RKDFC uit Merkelbeek. ,,Sinds ik uit de kast ben gekomen, heb ik een soort van gunfactor.”


Natuurlijk zijn homo’s ook in het voetbal vertegenwoordigd. Toch leert de praktijk tot op de dag van vandaag dat een voetballer die openlijk uitkomt voor zijn homoseksuele geaardheid bijna zeldzamer is dan een zonsverduistering. 
En dat terwijl procentueel ieder elftal een speler met een voorkeur voor hetzelfde geslacht zou moeten herbergen. Talloze acceptatiecampagnes ten spijt, is de weg voor homo’s in de voetballerij anno 2016 nog kennelijk onvoldoende geplaveid voor een makkelijke coming-out. Niet verwonderlijk in een machowereld vol bier, seksisme en stoer geouwehoer over vrouwen. 

Mitchell Janssen (20) trad begin februari uit de schaduw van het taboe. Hij valt op mannen en het werd tijd dat iedereen het mocht weten. Na de vrijdagtraining bij zijn club RKDFC was voor hem het uur aangebroken om zijn geheim wereldkundig te maken. Een emotionele ontboezeming van een eenzame pionier. „Spannend was het zeker, maar echt zorgen heb ik me niet gemaakt”, beweert Janssen. „Ik moet gewoon happy kunnen zijn.Wat anderen ervan vinden, interesseert me helemaal niets. De mensen die het leuk vinden en blij voor me zijn: super! Maar zouden er mensen zijn die niet meer met me willen praten omdat ik homo ben, nou prima dan laten ze het toch. Ik was totaal niet bang voor rare reacties. Het zijn stuk voor stuk goeie gasten en best wel open minded.” 

Ik snap niet waarom het allemaal zo beladen is

Zijn inschatting bleek juist. Na de bewuste training positioneerde hij zich voor de groep en zei: ‘jongens ik wil jullie iets vertellen. Sinds twee jaar heb ik een vriend en deze zomer gaan we trouwen’. Een massaal applaus brak uit, gevolgd door complimenten en een persoonlijke felicitatie van ieder lid van de selectie. Zo hoort het te gaan, vindt hij. „Ik snap niet waarom het allemaal zo beladen is. Ik heb zoiets van: kom ervoor uit! Daarom doe ik nu openlijk mijn verhaal. Hopelijk maak ik het zo voor andere jongens eenvoudiger om uit de kast te komen. Voor mij is het nooit een worsteling geweest, bij veel andere jongens is dat wel het geval.” 

Zijn homoseksuele gevoelens ontwaarde Janssen, student bedrijfskunde, pas relatief laat. „Een jaar of zestien was ik”, rekent hij hardop terug. „De meeste jongens weten het al veel eerder. Ik had er eigenlijk nooit zo bij stilgestaan. Tot mijn veertiende had ik gewoon vriendinnetjes. Toen ik het ontdekte, vond ik het geen enkel probleem dat ik homo was. Totaal niet zelfs. Mijn neef is het eveneens dus ik groeide er een beetje mee op. Achteraf gezien heb ik het best lang voor me gehouden. Pas toen ik iets kreeg met Pim, heb ik het aan mijn ouders verteld.” 

Pim is Pim Bertens. De twintig jaar oudere man waarmee Janssen zich deze zomer in de echt verbindt. De vermogende Brabantse beurshandelaar bezit een prachtig gesitueerde boerderij onder de rook van Den Bosch. Als Janssen in de riante woonkamer in alle rust uitweidt over de situatie, speelt zijn aanstaande echtgenoot een potje tennis op een privébaan ergens op zijn landgoed. De opgewonden toestand van de acht honden en vijf katten, die in alle staten over de binnenplaats dartelen, kondigt de entree van Bertens aan. „Eerste setje is binnen”, deelt hij met een brede grijns mede. „7-5, niets aan de hand”, waarna hij hevig nazwetend aanschuift bij het gesprek. 

Het is vooral iets waar de buitenwereld zich mee bezighoudt

„Kijk uit wat je die journalist allemaal vertelt”, knipoogt hij naar de overkant van de tafel. Om meteen in te haken: „Mitchell kende ik al werd. Puur vriendschappelijk. Ik heb in het verleden ook gewoon relaties met vrouwen gehad hoor, alleen werkte dat nooit echt geweldig. Toen de relatie met mijn laatste vriendin stukliep, ging het ineens heel snel tussen Mitchell en mij. Alles viel compleet op zijn plek. Daarom gaan we deze zomer ook trouwen.We verschillen nogal van leeftijd inderdaad, maar voor ons is het geen thema. Het is vooral iets waar de buitenwereld zich mee bezighoudt.” 

Janssen komt uit een heuse keepersfamilie. Vader Antoine en oom Jean verdedigden beiden jarenlang het doel van BSV Limburgia. Zijn vader stuurde hem desondanks niet richting het aluminium. Hij zag de manier waarop Janssen een bal aannam, acties maakte en afrondde. „Dan moet keeper worden niet het doel zijn, vond hij. Zeker omdat ik later niet groter dan 1.85 meter zou worden.” Des te opmerkelijker was het dat Janssen niet veel later als doelman in de Roda- opleiding belandde. „Dat gebeurde na een excursie met de middelbare school.We gingen met een teampje van het Rombouts College een middag voetballen in Kerkrade. Maar aangezien ik ‘s avonds met de D1 van BSV Limburgia de halve finale van de beker moest spelen, besloot ik te gaan keepen zodat ik een paar uur later nog fit was. Kregen ze vervolgens anderhalf uur geen bal bij me erin, waarna vanuit Roda de vraag kwam hoezo ik in hemelsnaam niet keepte. ‘Mag niet van mijn pa’, liet ik hen weten.” Lachend: „Verbaasd als Roda was bij het horen daarvan, zijn ze gaan praten met pap en was het zo gepiept. Best raar als je bedenkt dat ik tot dat moment nog nooit had gekeept.” 

Na vier jaar in de Kerkraadse voetbalacademie besloot Janssen als tweedejaars B-junior de deur bij Roda achter zich dicht te trekken. Hij zag in dat een toekomst als keeper in het profvoetbal onwaarschijnlijk was en werd weer voetballer. 
Tegenwoordig is hij de nummer tien van de club uit Merkelbeek. De dirigent van de ploeg in de jacht op de titel in 5A. „Het gaat heerlijk bij DFC. Zowel binnen als buiten het veld. Ik ben fantastisch opgevangen en merk dat ik sinds ik uit de kast ben gekomen een soort van gunfactor heb. Natuurlijk worden er grappen gemaakt. ‘Mitch, is jouw vriend niet jaloers als je wekelijks met zoveel lekkere kerels onder de douche staat?’, vroegen ze laatst. ‘Ben je gek,’ reageerde ik, ‘zo aantrekkelijk zijn jullie echt niet.’ Hoort d’r bij, vind ik. Het is voornamelijk even afwachten hoe jongens van de tegenstander op me reageren nu het bekend wordt bij het grote publiek. Ach, ik zie wel hoe het loopt. Ik houd wel van mannelijk voetbal, deel uit en kan ook incasseren als het moet. Ik zal zeker een keer worden uitgescholden tijdens een wedstrijd. Mogen ze doen van mij. Laat ik gewoon mijn voeten spreken.Worden ze gedold door een homo. Voor alles is een eerste keer hè…”