De oorlog als toeristentrekker

Print

Supporters van FC Nürnberg op het Reichsparteitaggelände. Afbeelding: Roger Cremers

In zijn jonge jaren speelt fotograaf Roger Cremers (Bingelrade, 1972) in de barakken van het voormalige Amerikaanse vliegveld Yankee 44 in Beek. Jaren later is daarvan het fotoboek ‘World War Two Today’ en een gelijknamige expositie in het Amsterdamse Verzetsmuseum een gevolg.

Zijn opa’s, die allebei in de staatsmijn Hendrik in Brunssum hebben gewerkt, zorgen ervoor dat fotograaf Roger Cremers in 2001 in Polen terechtkomt. Er is nog veel mijnbouw in het zuiden van dat land en hij wil daar proberen vast te leggen hoe de mijnbouw er in Limburg vroeger mogelijk heeft uitgezien. De mijnbouw zoals zijn grootvaders die beleven en waarover ze in zijn jeugd romantische verhalen vertellen. De mijnen die hij aandoet, liggen niet ver van het voormalige concentratiekamp Auschwitz, dus gaat hij daar ook op bezoek. In een van de gaskamers ziet hij een toerist die een T-shirt aanheeft met daarop de tekst: ‘Laugh! That’s an order’. Het zet hem aan het denken. Is de TweedeWereldoorlog verworden tot een toeristische attractie? 

Is de TweedeWereldoorlog verworden tot een toeristische attractie? 

Pas jaren later, in 2007, gaat hij echt op zoek naar het antwoord op die vraag. Opnieuw bezoekt hij het vernietigingskamp Auschwitz en legt hij de spanning vast tussen het welhaast gewijde karakter van die plek en de aantrekkingskracht die ze heeft op toeristen. De foto’s, waaronder een van twee Hongaren in een rood trainingspak tussen de barakken, schuren en wringen en maken hem in 2009 tot winnaar van deWorld Press Photo. „Toen wist ik dat ik op het goede spoor zat”, kijkt Cremers terug. In de jaren die volgen trekt hij naar tal van plekken in Europa die op de een of andere manier herinneren aan de TweedeWereldoorlog. Zo bezoekt hij onder meer het oorlogskerkhof vol gesneuvelde Duitse soldaten in Ysselsteyn, het voormalige concentratiekamp Sobibor, diverse plekken aan de Franse kust waar de geallieerden in 1944 landden, het zogenaamd onneembare fort in het Belgische Eben-Emael, het monument voor de Britse gevallenen in Lichfield, het Reichsparteitaggelände in Neurenberg en bijeenkomsten van amateuracteurs die gebeurtenissen uit de oorlog naspelen. 

Het landschap, de plaatselijke herdenkingscultuur en de toeristen moeten als het ware één geheel worden. 

Al reizende merkt hij dat hij in zijn foto’s alle elementen van de ‘plaatsen van herinnering’, zoals je ze zou kunnen noemen, samen moet laten smelten. Cremers: „Het landschap, de plaatselijke herdenkingscultuur en de toeristen moeten als het ware één geheel worden. 
Je krijgt dan vaak vervreemdende beelden. Foto’s die vragen oproepen, maar waarop tevens heel veel te zien is. Daar ben ik bewust naar op zoek.” Die platen maak je echter niet zomaar. „De meeste plaatsen bezoek ik meerdere dagen omdat ik soms lang moet wachten voor het juiste moment er is en ik de goede foto kan maken. Ik kan bovendien niet snel reageren omdat ik met een oude Rolleiflex-camera analoog werk. In het boek staat bijvoorbeeld een foto van een voormalig nazigebouw in Neurenberg met daarvoor een groot plein. Daar heb ik drie dagen staan wachten tot er iets gebeurde. Op zondagmiddag kwamen er plotseling supporters van de plaatselijke voetbalclub FC Nürnberg langs op weg naar het stadion. Toen had ik wat ik wilde.” 

De meeste plaatsen bezoek ik meerdere dagen omdat ik soms lang moet wachten voor het juiste moment er is en ik de goede foto kan maken.

Inmiddels heeft hij het antwoord op de vraag of de oorlog tot een toeristische attractie is geworden. „Dat is deels zo”, zegt hij, „en langzaam maar zeker wordt dat meer. Maar dat hoeft niet erg te zijn, het ligt er maar helemaal aan hoe er ter plekke mee wordt omgegaan. In elk geval gaat door die toeristische belangstelling het verhaal van de oorlog gewoon door, en dat is goed.” 
Cremers’ belangstelling voor de TweedeWereldoorlog is gevoed in zijn jeugd. Als kind woont hij in Ulestraten en speelt hij in de oude Amerikaanse barakken van het vliegveld Yankee 44, op het terrein waar nu Maastricht Aachen Airport is. „We speelden soldaatje”, herinnert hij zich. „Ook zochten we inWaterval naar oude mortiergranaten, die daar nog overal op de velden verspreid lagen. Dat alles heeft indruk gemaakt en heb ik waarschijnlijk in mijn onderbewuste meegenomen. In Auschwitz is het weer boven komen drijven.” 
Aanvankelijk ziet het er niet naar uit dat hij fotograaf zal worden. 

We speelden soldaatje

Als vliegtuigspotter bij Maastricht Aachen Airport fotografeert hij wel, maar die hobby maakt eerst dat hij piloot wil worden en vervolgens dat hij vliegtuigbouwkunde gaat studeren. Cremers: „Toen ik in het derde jaar van die opleiding zat - ik was twintig -, stierf mijn vader plotseling. Dat zette me aan het denken. Ik liep stage bij Fokker, zat daar de hele dag op kantoor, en dacht toen: Is dit alles? 
Gevolg was dat ik de studie afmaakte, maar daarna naar de kunstacademie ging en me op fotograferen toelegde. Als fotograaf kan ik mijn interesse in mensen uitleven, en bovendien biedt dat vak me de vrijheid om te doen wat ik wil.” 

Roger Cremers - World War Two Today. Uitgeverij Lecturis, 160 blz. ISBN 978946226141. Prijs 35 euro. 
De gelijknamige expositie vindt plaats in het Verzetsmuseum te Amsterdam, t/m 25 september. 

 

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje