Slotwoord is kans én risico

Print
 Slotwoord is kans én risico

Afbeelding: ANP

Jos van Rey is bijna toe aan zijn laatste woord. maar zo veel meer dan een verplicht nummertje. „Het is een onderschat fenomeen. Het kan je zaak maken of breken.”

Het is een anekdote die het later goed doet op feestjes en partijtjes, op het moment zelf sta je als advocaat in je hemd in plaats van je toga. Vraag maar aan de Maastrichtse strafrechtadvocaat Peer Szymkowiak. Gedegen bepleitte hij vrijspraak voor zijn van een overval verdachte cliënt. Het pleidooi leek kansrijk tot de beklaagde het laatste woord kreeg en dat besloot met: „Ik verdien gewoon straf.” Szymkowiaks Roermondse confrère Paul Acda herinnert zich nog de - door een collega bijgestane - verdachte van een mishandeling. De advocaat zette in op zelfverdediging, maar de cliënt vatte de zaak in zijn laatste woord anders samen: „Ik wilde hem gewoon een lesje leren.”

Twee gevalletjes van ‘dag vrijspraak, hallo veroordeling’. Niet voor niets omschreven de Groningse juristen Wiene van Hattum en Dirk Herman de Jong het laatste woord als ‘verraderlijk’. Ze deden dit in 2006 naar aanleiding van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. Tijdens het proces hield hij de lippen op elkaar, in zijn laatste woord verbrak hij het stilzwijgen en liet hij weten dat hij „precies hetzelfde zou doen” als hij vrij zou komen. Een aankondiging die de rechter liet meewegen in zijn vonnis. Middels het laatste woord wordt de verdachte ‘welwillend alle ruimte gegeven nog te zeggen wat hem van het hart moet, maar dat wordt vervolgens tegen hem gebruikt’, zo onderbouwden Van Hattum en De Jong de term ‘verraderlijk’.

FLAPUIT 
Het laatste woord is het recht van iedere verdachte. Vorig jaar verklaarde de Hoge Raad nog een vonnis nietig omdat de rechtbank had verzuimd een pleger van huiselijk geweld zijn slotzinnen te gunnen. 
Een recht, maar geen plicht. De verdachte mag er vanaf zien. En soms is dat maar beter ook, blijkt uit een telefonisch rondje langs advocaten. Als de beklaagde een enorme flapuit is bijvoorbeeld. Of als hij juist helemaal niet goed uit zijn woorden komt. Of als er slachtoffers in het geding zijn en een beklaagde er maar niet in slaagt enigszins empathisch over te komen. Niets schadelijker dan berouw waar de krokodillentranen van afdruipen. Het werkt ook niet echt als je iemand doodgereden hebt en vervolgens vooral klaagt over wat jou is overkomen. „Het helpt als een verdachte in staat is ook kritisch naar zijn eigen handelen te kijken”, vertelt strafrechtadvocaat Marijn Zuketto. „Het laatste woord is van de verdachte zelf. Dat ga ik niet voor hem schrijven, maar ik wil het wel vooraf zien.”

"Het laatste woord is van de verdachte zelf. Dat ga ik niet voor hem schrijven, maar ik wil het wel vooraf zien.”


Zijn collega Acda wijst op het belang van een goede voorbereiding. „Maar voorbereiden is iets anders dan iemand beknotten. Een laatste woord heeft alleen effect als het authentiek is. Ik vraag cliënten altijd om het eens op papier te zetten. Dat dwingt tot nadenken en ordenen.” Aan die voorbereiding gaat uiteraard eerst de afweging vooraf of het wel juridisch wenselijk is voor de verdachte om gebruik te maken van het recht op een slotwoord. „Soms is het wijzer om alleen te verwijzen naar het pleidooi van je advocaat en het daarbij te laten”, weet Acda. „Het komt niet zo heel vaak voor, maar het kan zelfs zo zijn dat het laatste woord voor de officieren van justitie aanleiding is om alsnog stukken in te brengen of zelfs de eis aan te passen.”
 
Met al die gevaren op de loer zou je bijna bij voorbaat afzien van de uitnodiging van een rechter om je hart te luchten en je ziel bloot te leggen. Niet doen, een laatste woord kan ook heel goed uitpakken. Zuketto haalt een ingewikkeld bouwongeval met slachtoffers aan, waarbij uitvoerder, constructeur en aannemer elkaar de schuld gaven. „Een hele complexe zaak. Met een ingewikkeld pleidooi vol technische uitweidingen.” Het laatste woord van zijn cliënt kwam recht uit het hart. Geen technisch verhaal, maar een relaas in gewonemensentaal waarmee hij duidelijk maakte dat hij als eenvoudig uitvoerder toch niet voor niets een constructeur had ingehuurd. „Je zag de rechters bijna knikken. Niet voor niets geldt dat een zaak niet alleen wettelijk, maar ook overtuigend bewezen dient te worden.”

TEMPEREN
Het draait ook niet alleen om de vraag of iemand wel of niet schuldig is. Als een veroordeling niet af te wenden valt, kan een laatste woord de strafmaat temperen. Oprecht berouw kan een rechter vermurwen en aandacht vragen voor de menselijke maat. Zo heeft de wetgever het ook bedoeld, schreven de al eerder aangehaalde Van Hattum en De Jong. Zij hebben het over ‘een stukje menselijke betrokkenheid, in een puur juridisch proces’. De verdachte krijgt zo de kans om ‘op een hoogst persoonlijke wijze’ zijn verhaal te doen zonder dat de officier van justitie nog het woord mag nemen en ‘het effect weer mag bederven’. Een kans die je dus ook niet zo maar moet laten lopen, weet Acda. De Roermondse strafpleiter noemt het voorbeeld van een van zijn cliënten, een zedenverdachte die vier jaar na het plegen van het misdrijf voor de rechter stond. De man gaf openlijk toe dat hij fout was geweest en betuigde spijt, maar vertelde ook uitgebreid over de rits therapieen die hij in de tijd tussen daad en oordeel had gevolgd. Zijn verhaal kwam erop neer dat al die moeite en pogingen tot beterschap voor niets zouden zijn geweest als hij de bak in zou moeten. „Het was een authentiek en oprecht verhaal. Met als resultaat dat het Hof het liet bij een voorwaardelijke straf.”

Met een laatste woord kan het dus alle kanten op. Zuketto: „Het is een onderschat fenomeen. Het kan je zaak maken of breken.”

Meer lezen? Klik hier en probeer de krant digitaal vier weken gratis.

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →