Met asbest in de maag

Print
Met asbest in de maag

Afbeelding: Hollandse hoogte

De provincie loopt voorop met het saneren van asbest. Daarmee creëert ze echter een nieuw probleem: waar laten we dat spul? Dumpen is geen optie. Experts proberen wat beters te bedenken: etende schimmels of een reuze magnetron.

Asbest moet op 1 januari 2024 verwijderd zijn van de Nederlandse daken, heeft het Rijk bepaald. Dat is geen willekeurig jaartal. In 2024 is het dertig jaar geleden dat asbest werd verboden, dus iedereen heeft dan ruim de tijd gehad om het te verwijderen, is de gedachte. De werkelijkheid is natuurlijk minder simpel. Het stikt nog van de asbestdaken, onder meer omdat het verwijderen duur en omslachtig is, en omdat mensen denken dat het geen kwaad kan zolang je er van af blijft. Maar veel dakbedekking van asbest, vooral op oude schuren, is versleten en begint te verkruimelen en schadelijke vezels te verliezen. Asbest kan kankerverwekkend zijn voor wie er mee werkt en de vezels inademt. Er sterven jaarlijks 1200 mensen aan asbestgerelateerde ziektes, reden genoeg om het spul in de ban te doen. Maar het opruimen verloopt zo traag dat volledige sanering in 2024 niet gehaald gaat worden. In het huidige tempo duurt het tot 2044 voor alle asbest van de daken is. Het moet drie keer zo snel, heeft de hiervoor verantwoordelijke gedeputeerde Daan Prevoo uitgerekend.

Er sterven jaarlijks 1200 mensen aan asbestgerelateerde ziektes, reden genoeg om het spul in de ban te doen

En dan loopt Limburg samen met Overijssel nog voorop met asbestsanering; in andere provincies gebeurt nog veel minder. Het provinciebestuur is eerder dit jaar akkoord gegaan met Prevoo’s voorstel om vijftig miljoen euro uit te trekken voor leningen voor asbestsanering, en nog eens vijftig miljoen voor duurzame energie op de plekken waar het asbest zat, bijvoorbeeld zonnepanelen op de daken van stallen, of windmolens in plaats van gesloopte schuren. In heel Limburg moet binnen zeven jaar twaalf miljoen vierkante meter asbest van de daken worden gehaald. Daarvan ligt driekwart op stallen bij boeren en de rest op schuurtjes, garages en fabrieken. Dat levert een enorme berg afval op. Simpelweg dumpen op de vuilnisbelt is tegenwoordig uit den boze, dat wordt niet als een duurzame oplossing gezien. Het mooiste zou zijn als asbest kan worden verwerkt tot een nuttig product dat ook nog eens geld opbrengt. De provincie zoekt nu samen met de universiteiten van Maastricht en Aken en de Brightlands Chemelot Campus naar een goede bestemming. 

 

Schimmel of magnetron

In het gouvernement v ernement vond gister ond gisteren voor het eerst een vergadering plaats van tien knappe koppen, professoren en directeuren van onderzoeksinstituten uit de Euregio en van enkele bedrijven: wat zijn de beste kansen om asbest af te breken of veilig te hergebruiken en welke bezwaren kleven daaraan? Een veel te complexe kwestie om in één ochtend op te lossen, vandaar dat is afgesproken elkaar vaker te ontmoeten. Er gingen wel meteen allerlei suggesties over tafel, variërend van wilde tot praktische en energieverslindende. Bepaalde schimmelculturen zouden asbest kunnen ‘opeten’, maar het spul zou ook chemisch verwerkt kunnen worden in een ander materiaal. Ook asbest koken in een enorme, magnetron-achtige installatie zou een alternatief kunnen zijn. Als je asbest tot 1100 graden Celsius verhit, veranderen de eigenschappen zodanig dat de vezels geen gevaar meer opleveren. Daarna is de grondstof weer opnieuw te gebruiken, zonder de kankerverwekkende eigenschappen van het asbest, en kan het dienen als vulsel in de cement- of asfaltindustrie. In Overijssel staat al zo’n verwerkingsfabriek. Ook in Limburg zou iets dergelijks kunnen worden gebouwd. Probleem is dat de verwerkingsinstallatie naar schatting 20 tot 25 miljoen euro kost en veel energie slurpt, terwijl die investering niet binnen de superkorte tijdspanne van acht jaar terug te verdienen is. Het idee maakt meer kans als de fabriek enkele tientallen jaren kan draaien en de verwijderde asbest in afwachting van de verwerking in grote depots kan worden opgeslagen.

Er zijn nog geen regels, dus is er nog geen spel

Maar net als bij de andere geopperde oplossingen geldt dat er nog veel vragen onbeantwoord zijn over de kosten, de milieuaspecten en de techniek. Wellicht is een combinatie van diverse verwerkingstechnieken het beste. Dat vergt verdere research. Voor Kris Broos van Vito (de Vlaamse TNO) is dat aanleiding om te concluderen dat eerst maar eens de kaders van het asbestprobleem vastgesteld moeten worden: „Er zijn nog geen regels, dus is er nog geen spel.” Met die nuchtere constatering kan hij het enthousiasme van gedeputeerde Prevoo niet temperen. „Er is een grote kloof tussen de overheid en kenniswerkers, maar nu hebben bestuurders en wetenschappers uit drie landen voor het eerst openhartig met elkaar over het probleem van asbestafval gesproken. Ze onderstrepen allemaal hoe belangrijk het is een oplossing te vinden. Het is ook een morele plicht om die aan te reiken. Want het asbestprobleem is niet sexy, maar de kwestie is te belangrijk om voor je uit te schuiven.”