Het feestje dat niet doorging

Print
Een militaire onderscheiding als eerbetoon voor getoonde inzet. De uitreiking ervan aan zeven oud- Libanongangers in Heerlen deze week ging echter niet door. De burgemeester zegde het feestje af omdat een van de veteranen lid is van Satudarah.

Het had donderdagmiddag in het stadhuis van Heerlen een waardige bijeenkomst moeten worden. Zeven veteranen die in de periode 1979-1985 voor de vredesmacht Unifil in Libanon dienden, zouden het ‘Draaginsigne Nobelprijs voor VN-militairen’ krijgen uit handen van burgemeester Ralf Krewinkel. ’s Ochtends vroeg kwam echter het bericht dat de ontvangst ‘wegens dringende omstandigheden’ niet kon doorgaan. „We zijn in de steek gelaten. Dit is heel frustrerend”, reageert André Zlobinski (55), een van de oud-militairen die gedecoreerd zouden worden. Zlobinski hield aan zijn tijd in Libanon een posttraumatische stressstoornis over. „Blijkbaar heeft de burgemeester geen waardering voor een veteraan. Althans, zo komt het afbellen op het allerlaatste moment op ons over. Er is toch ook nog een loco-burgemeester?”

„We voelen ons in onze eer aangetast. Dit ligt zeer gevoelig”, zegt Jos Dekker (73), veteraan en de aanvrager van de draaginsignes. Hij is met tien collega’s bijeen gekomen in het Elders Hoes, het ontmoetingscentrum voor veteranen in Hoensbroek. Dekker zegt dat Heerlen de plechtigheid heeft afgeblazen omdat zich ‘een veiligheidsprobleem had kunnen voordoen’. Over wat dat probleem precies is, hult de gemeente zich in stilzwijgen, maar het zit hem in het feit dat één van de gedecoreerden lid is van motorclub Satudarah. Dat blijkt uit een mailwisseling tussen Dekker en de gemeente. „Bij de gemeente waren ze bang dat er donderdag een motorclub voor het gemeentehuis zou verschijnen.”



IN BURGER
Dekker zegt echter dat die vrees ongegrond was. „Nadat de gemeente mij dinsdag, twee dagen vóór de plechtigheid, belde over dat eventuele veiligheidsprobleem, heb ik schriftelijk uitdrukkelijk beloofd dat er donderdagmiddag geen problemen zouden zijn. En op mijn woord als kapitein der jagers buiten dienst kun je bouwen. De betrokkene zou gewoon in burger komen, samen met zijn gezin.” Er leek dan ook geen vuiltje meer aan de lucht toen woensdagmorgen het kabinet van burgemeester Krewinkel per mail Dekker dankte voor de terugkoppeling en de ontvangst van de oud-Libanongangers bevestigde. Dekker was dan ook zwaar teleurgesteld en verontwaardigd toen hij donderdagmorgen een telefoontje kreeg dat de uitreiking ’s middags toch niet zou doorgaan. „Bij de uitreiking zouden veertig genodigden aanwezig zijn. Ik heb iedereen moeten afbellen. Er was zelfs al iemand uit Spanje naar Nederland gekomen, die kon zo weer terug.”

VERDIEND
Een dag later is de ergernis nog niet gezakt. Jos Dekker is met zo’n tien andere veteranen in het Elders Hoes aanwezig om stoom af te blazen. Onder hen is ook het Satudarahlid dat het insigne zou ontvangen. Hij wil niet met naam in de krant, maar neemt wel stelling. „Ik krijg deze onderscheiding voor de periode die ik in Libanon diende. Die heb ik verdiend. Dat staat dus los van mijn lidmaatschap van een motorclub. Dat is een stuk van mezelf. Ik ben er helemaal klaar mee.” Het vervelendste vindt hij dat zijn zes kameraden de plechtigheid hebben moeten missen. „Als ik dit allemaal had geweten, dan had ik me teruggetrokken.” 

De aanwezige oud-militairen vinden dat de activiteiten van een persoon ná het vervullen van zijn missie in het buitenland niet van invloed mogen zijn op de toekenning van de decoratie. Dat standpunt heeft ook het ministerie van Defensie, dat verantwoordelijk is voor het verlenen van de onderscheiding. „We kijken uitsluitend naar de periode dat een militair in actieve dienst is geweest. Als een veteraan zich na die tijd bijvoorbeeld misdraagt, vervalt daarmee niet het recht op het draaginsigne”, zegt een woordvoerder. De zegsman van het ministerie voegt daar aan toe dat het de verantwoordelijkheid van een burgemeester is om een ceremonie af te gelasten, als hij daartoe aanleiding ziet. „Daar staan wij als Defensie buiten.” Burgemeester Krewinkel wil niet inhoudelijk reageren. „Dat er meer aan de hand is dan een dubbele afspraak, moge duidelijk zijn. Ook wil ik benadrukken dat ik respect heb voor wat de veteranen voor ons hebben gedaan.”