OM eist tbs met voorwaarden om risico's Mohammed G. te beperken

Print

Mohammed G. en Omar H. wilden in 2013 al naar Syrië om daar mee te doen met de gewelddadige jihad. Afbeelding: AD

Om het gevaar op herhaling en risico's voor de maatschappij te beperken, heeft Het Openbaar Ministerie de strafeis voor de Maastrichtse jihadist Mohammed G. bijgesteld. De officier van justitie eiste donderdagmiddag, na het horen van vier getuigen deskundigen naast twee jaar cel ook tbs met voorwaarden.

Waar ligt de drempel tussen grootspraak en gewelddadige jihad? Om een antwoord te krijgen op die vraag werden vandaag psychiater, psycholoog en de reclasseringwerkers gehoord die Mohammed G.onderzochten. Volgens een rapport van de reclassering heeft G. twee gezichten: Mo G. zoekt erkenning en respect van zijn omgeving en doet dat door te snoeven dat hij zich bij Islamitische Staat of Jabath Al Nusra wil aansluiten om daar de gewelddadige strijd te voeren. Mogelijkheid twee is dat dit niet grootspraak is en dat hij het echt meent. In beide gevallen is er sprake van een gevaar voor de samenleving omdat Mo ook heeft gezegd dat hij in Nederland het martelaarschap wil bereiken door een aanslag te plegen als hij wordt belemmerd in zijn jihadgang naar Syrie.

De psycholoog die werd gehoord kon op basis van zijn onderzoek niet met zekerheid zeggen wat G. werkelijk denkt of wil. Het gaat om een "onrijpe persoonlijkheid" met "laat puberaal gedrag". De rechtbank hoort nu de psychiater om te achterhalen hoe groot het risico is dat Mo G. over zal gaan tot geweld mocht hij op vrije voeten komen. Zij constateert in ieder geval geen psychiatrische stoornissen.

Drie keer probeerde de terreurverdachte af te reizen naar het kalifaat van Islamitische Staat (IS). Drie keer werd hij tegengehouden. De laatste keer werd het gevaar dat ‘Mo’ uit frustratie in Nederland een aanslag zou plegen zó groot geacht, dat hij terechtkwam op de terroristenafdeling in Vught. Reis door het ongrijpbare brein van ‘een groot kind’.

Mohammed G. (27) bidt in een appartement in Maastricht met het gezicht richting Mekka. Hij smeekt Allah hardop of die hem wil helpen bij het vervullen van zijn grootste, onvervulde wens: het bereiken van het grondgebied van Islamitische Staat (Al Dawla al Islamiya) in Syrië. Ooit heeft hij, in een van zijn vele chats op sociale netwerken, een zin over het kalifaat geschreven die haast poëtisch is: „Zo dicht bij en zo ver weg’’. 

Wat Mohammed wil of beter gezegd wat hij zegt en schrijft dat hij wil, is om in het kalifaat te vechten en te sterven als shaheed (martelaar). „Op het slagveld met een AK om de kuffar (ongelovigen) te bestrijden.” 
Hij wil een wedstrijd met broeders wie de meeste killstrikes weet te behalen, de meeste hoofden. „Ik wil vechten, ik wil moorden, ik wil zijn.” Wat Mohammed niet weet, is dat hij wordt afgeluisterd. Het appartement waarin hij logeert, is volgehangen met elektronische apparatuur. Elk woord dat Mo uitspreekt, elk geluid dat hij maakt wordt opgenomen.

Voor Mohammed is de rust in het appartement een verademing. Maandenlang heeft hij bij de opvang van het Leger des Heils verkeert tussen drugs- en alcoholverslaafden. Dat ‘gekkenhuis’ stuit hem, als moslim, tegen de borst. Dat hij, met zijn welige salafistenbaard, lange haren en preken over de zegeningen van de islam op zijn beurt anderen op de zenuwen werkt, is iets dat hem ontgaat.

Als ‘Mo’ bij het Leger des Heils Jurgen ontmoet die hem uitnodigt om in zijn appartement in de stad te komen wonen, neemt hij dat aanbod aan. Jurgen heeft bovendien een vriendin in Eindhoven die hij vaak opzoekt en heeft daarom iemand nodig die tijdens zijn afwezigheid parkiet Chico verzorgt. En zo kan Mohammed de drukte en stress van de daklozenopvang inruilen voor de rust van een appartement.

Jurgen is niet de enige politie-infiltrant die het leven van Mohammed is binnengedrongen. Via sociale media verschijnt ook een Umm Alhamdulillah. G. is weliswaar via Skype islamitisch getrouwd met een vrouw uit Pakistan, maar hij is toch geïnteresseerd in Umm. Als moslim heeft hij het recht om meerdere vrouwen te hebben en bovendien heeft hij „zijn lusten’’. Om Umm het bed in te krijgen, probeert hij indruk te maken door onthoofdingsfilmpjes met haar te delen. Ook maakt hij haar deelgenoot van zijn uitreisplannen, waarbij hij suggereert dat zij hem, als zijn bruid, zal vergezellen op de reis richting kalifaat. 

Wie is deze Mohammed G.? Is hij, zoals zijn advocaat André Seebregts zegt, „een groot kind’’? Een „onrijpe persoonlijkheid’’? Een „adolescent’’ met „beperkte copingstrategieën’’? Sinds 2012, toen Mohammed voor het eerst voor de rechter stond wegens gewelddadige jihadplannen, breken psychiaters, psychologen en reclasseringsdeskundigen zich het hoofd over deze man die vele gezichten lijkt te hebben. 

Het valt op dat dit „grote kind’’ een imponerende kennis van zijn eigen dossier heeft. In de rechtszaal blijkt keer op keer dat hij precies doorheeft waar de zwakke punten in zijn handelingen en uitspraken zitten. Als het echt onmogelijk is om te ontkennen dat hij iets heeft gezegd (omdat het op band staat bijvoorbeeld), is hij „verward” geweest. 

Soms „ziet hij dingen”. Soms is het „grootspraak”, dan weer wordt hij gedreven door de wens serieus genomen te worden, „respect” te krijgen. Dat verklaart waarom hij bijvoorbeeld verrukt „Jackpot!” post als in Bagdad 73 mensen omkomen bij een zelfmoordaanslag. 

Hij wil, als IS-strijder in wording, imponeren. En soms is het alsof „ik in een andere wereld ben, waar ik een ander persoon ben”. 
Die ‘andere persoon’ is voor een deel te reconstrueren door te bekijken wat Mohammed allemaal op zijn telefoon heeft staan. Die probeert als hij wordt opgepakt, maar de gegevens die erop staan worden gered. 

En zo zien de opsporingsdiensten wat hij doet op applicaties zoals Telegram en KIK. Een niet aflatende stroom van filmpjes van onthoofdingen, martelingen, afgehakte handen, executies. Hij ontkent het half. Telegram, ja. Hij is lid van een nieuwsgroep op die app. Hij is geïnteresseerd in berichten uit vaderland Irak. Die filmpjes komen zo vanzelf op zijn telefoon. Dat hij ze ook deelt met mensen in zijn radicale netwerk is weer een gevolg van een staat van verwarring. De rechter moet weten dat hij soms met dertig mensen tegelijk - tik tik tik - zit te chatten „puur voor de afleiding”. Hij weet niet wat hij doet, maar als hij het niet doet, ziet hij maar één alternatief: van de brug springen en eindigen op de bodem van de Maas. 

Voor een zwakbegaafde is G., blijkt uit rapportages, heel behendig in het aanpassen van zijn verhaal aan zijn gehoor. Hij voelt feilloos aan wat iemand wil horen en „lijkt met twee monden te spreken”. Uit de gesprekken die hij voert met de infiltrant, blijkt ook dat hij trots ontleent aan het om de tuin leiden van deskundigen en zegt hij dat hij geestesziekten zoals psychoses kan faken. 
Zijn advocaat zegt dat juist dit weer grootspraak is en dat G. niet slim genoeg is om een heel bataljon deskundigen in het ootje te nemen. 

Dat faken slaat terug op een rechtszaak uit 2013. G. is dan de eerste jihadist in Nederland die wordt veroordeeld voor voorbereiding van moord, via deelname aan de gewelddadige jihad. Op dat feit rust een deel van de cultstatus die G. in sommige kringen op internet geniet. Vooral zijn online-bedrevenheid die hij etaleert via een ‘universiteit’ die hij op JustPaste.it onder zijn strijdersnaam heeft opgezet, dwingt bewondering af. Hier geeft hij instructies in het versleutelen van chatverkeer en anoniem communiceren (going black) op internet. 

Mohammed krijgt in 2013 geen celstraf omdat hij volledig ontoerekeningsvatbaar Paranoïde schizofrenie, luidt de diagnose. 
Hij wordt een jaar opgenomen in een psychiatrische inrichting. Een belangrijk onderdeel van zijn ‘gekte’ is het geloof in een djinn, de islamitische versie van een demon, die G. opdraagt in Syrië te gaan strijden. 

Die djinn, die aan hem verschijnt in de vorm van een oude Koerdische krijger, is al een tijdje niet meer op bezoek geweest bij G. 
Zo blijkt deze week in de rechtbank Rotterdam. G. gelooft nog steeds in de djinn. Die zou zo maar weer eens kunnen terugkeren. Maar nu is hij weg, ondanks het feit dat Mo de medicijnen die nodig waren om de oude krijger op afstand te houden, nu niet meer slikt. Die, ook voor de deskundigen, wonderbaarlijk snelle genezing is het zoveelste raadsel dat de verdachte toevoegt aan zijn persoonlijkheid. 

Hij wordt nu slechts „enigszins verminderd toerekeningsvatbaar’’ geacht. Wat is hij nu? ‘Gek’ maar niet ‘gevaarlijk gek’ zoals de lokale politie in Maastricht lange tijd dacht? Of is hij iemand die speelt dat hij een ongevaarlijke gek is? Is hij een nepterrorist die met palestijnensjaals om zijn hoofd droomt van grootse daden, maar die vooral lijdt onder de gedachte dat zijn eigen familie hem als patiënt, als een gestoorde ziet? 

Niets is erger in de Arabische cultuur dan het stigma van een ahmaq, de ‘gekke Henkie’. Of zoals hij het zelf zegt: gekke Mohammed. Of is hij een tragikomische mujahideen- versie van de Baron von Münchhausen? Mohammed heeft de neiging te overdrijven, zeggen zijn onderzoekers. Zijn misschien wel spectaculairste verhaal is dat hij naar Irak reisde en zich onder het mom van familiebezoek meldde bij de Peshmerga. Mohammed, van Koerdische afkomst, ontfutselde daar geheimen over een offensief bij Mosul die hij net op tijd kon lekken naar zijn vrienden van IS in Raqqa. 

Sinds de aanslagen van IS in Parijs van november vorig jaar is hij geen aanhanger meer. Hij heeft de Koran bestudeerd. Hij is een voorstander van het respecteren van mensenrechten, mensenrechten, zij het volgens de islamitische wetgeving: de sharia. En daar passen de aanslagen in Parijs niet in. Wie of wat Mohammed werkelijk is, blijft ongrijpbaar. Duidelijk is wel dat de opsporingsdiensten hem gevaarlijk achten en geen risico’s willen lopen. Mohammed is iemand die zegt te willen vechten, moorden. Die, volgens de inlichtingendienst, op zoek is naar een semi-automatisch vuurwapen voor een lone wolf actie. Iemand die zegt hier „iets” te doen als hij weer wordt gestopt op weg naar het kalifaat. Iemand die op zoek is naar een pistool om „alvast te oefenen”. 

De nationale politie pakt hem op wanneer Mohammed daadwerkelijk een aanbetaling doet voor de aankoop van een vals paspoort en een valse identiteit opgeeft: Hamid Rachid. Met de geboortedatum van één van zijn broers, die kan hij namelijk makkelijk onthouden. Daar steekt Mohammed naar het oordeel van het justitie de grens over van denken naar doen. Van ideologie naar daad. En is hij strafbaar. 

Mohammed vindt dat hij te snel is opgepakt. Hadden ze hem niet op z’n minst een nacht erover kunnen laten slapen? Misschien was hij wel tot andere gedachten gekomen. Misschien. Misschien niet. Er is nog een laatste dialoog die blijft hangen. Wat wil hij nu, vraagt de officier. Mohammed wil, zegt hij, vooral bij een groep horen. Hij wil ergens wonen waar experts hem twee keer per week komen bezoeken. Of misschien wel vaker, want hij is eenzaam. Wil hij soms huisjeboompje- beestje, is de vraag. 
Ja, dat wil ik, zegt Mohammed. 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen voor nog geen 1,50 per week.

Bekijk de aanbieding →