DINSDAG IN DE KRANT: Homo’s in azc

Print
DINSDAG IN DE KRANT: Homo’s in azc

Foto: Judith Janssen

Het was een wat onwerkelijk gesprek. In een klein kamertje in het asielzoekerscentrum in Echt werd ik een poosje terug omringd door een stuk of twaalf homoseksuelen, transgenders, transseksuelen en lesbiennes.

Ze kwamen uit alle landen van over de hele wereld, zoals Irak, Pakistan, Bangladesh, Jamaica, Mexico, Uganda en Syrië. Mannen in vrouwenkleding, vrouwen die toch mannen bleken, mannen met baarden en vette make-up en ‘gewone’ homo’s en lesbiennes.

Inwendig kwam ik in eerste instantie niet meer bij van het lachen. Waar was ik terecht gekomen? Wat een types. Wat een gekwebbel en gedoe. Ik kreeg thee en de beste stoel die er in het kamertje stond. Een journalist komt immers niet elke dag op bezoek, zeiden ze. De hilariteit sloeg echter snel om nadat de eerste, Mustafa, zijn verhaal begon te vertellen. Mustafa is het stereotype homo: strak shirt, oorringetjes, vrouwelijke bewegingen en een hoop lawaai. Maar toen hij zijn shirt omhoog trok en zijn litteken liet zien, viel het stil. Hij was neergestoken in een opvanglocatie in Zweden door medebewoners omdat hij homoseksueel is.

Zoveel leed in een ruimte. Na een paar uur was ik doodop

Dan begint Anas te vertellen over hoe zijn familie hem heeft verstoten omdat hij op mannen valt. Zijn oom wilde hem van kant maken om de eer van de familie te redden. Maureen moest weg uit Uganda omdat haar vriendin was doodgeslagen door haar eigen familie omdat ze elkaar hadden gezoend. Allemaal wilden ze me vertellen wat hun is overkomen. Sommigen in de hoop dat ik iets voor ze zou kunnen betekenen in de asielprocedure, anderen omdat praten toch een vorm van verwerken is. Ze vertellen me hoe het is om in een asielzoekerscentrum te wonen tussen bewoners die homoseksualiteit ook afkeuren. Een enkeling is zelfs bespuugd en geslagen in het azc. ‘De meesten hier accepteren ons niet. Dat deden ze in hun eigen land al niet en dat zullen ze hier ook niet doen’, zegt een van hen.

Zoveel leed in een ruimte. Na een paar uur was ik doodop. Wat een verhaal hebben sommige mensen toch.  Doodgeslagen omdat je homo bent. Ik kan het me haast niet voorstellen. Ook niet hoe het is om door je familie te worden verstoten en bedreigd en dan in Nederland te komen en min of meer hetzelfde ondergaan. Het COA wil geen aparte opvang voor deze groep mensen. De meesten die ik heb gesproken, willen dat ook niet. ‘Ze wennen maar aan ons’, zeggen ze.  De Nederlandse samenleving begint hier.

 

Bijna drie weken mocht ik meekijken in de azc’s in Maastricht, Heerlen, Echt en Sweikhuizen over de schouders van VluchtelingenWerk, het COA en natuurlijk de vluchtelingen zelf. Een –voor mij- unieke ervaring, want hoe vaak kom je als journalist nu op een azc zonder dat woordvoerders en voorlichters je nauwlettend in de gaten houden? Het COA is doorgaans erg voorzichtig om verslaggevers toe te laten. Bang dat de privacy (en veiligheid) van bewoners in het geding komt. Bang ook om tegenstanders van asielopvang onbedoeld in de kaart te spelen. Zo werd mij door een woordvoerder tijdens een azc-bezoek ooit eens gevraagd het gouden horloge van een Pakistaanse vluchteling buiten beeld te laten. Het zou de verkeerde indruk kunnen wekken…

Klik hier voor het hele artikel en probeer de krant digitaal vier weken gratis.

De komende weken schrijf ik over mijn ervaringen. Dinsdag staat het dagelijks leven op een azc in de krant. Het leven van de Iraakse familie Naiel bijvoorbeeld die al acht jaar van azc naar azc verhuist omdat ze maar blijven procederen. En van de levendige Syriër Farouk* die in Maastricht elke vrije minuut in de Nederlandse boeken duikt omdat zo snel mogelijk Nederlands wil leren. In Sweikhuizen sprak ik met de broers Nassin (25 jaar) en Nawas (23 jaar), die hun vrienden en familie in Damascus achterlieten. Nawas wil sportinstructeur worden, zijn broer wil weer een winkel, net als vroeger.

Hoe moeten deze mensen inburgeren? Hoe gaat onze samenleving dat oppakken? De instroom is hoog, de culturen verschillend. Zouden deze mensen het redden hier, als ze al mogen blijven? Ik vraag het me vaak af. Ik weet het niet. Ik hoop het alleen maar. Ik weet nu in ieder geval beter om wie het gaat. U hopelijk ook.