Mijn favoriete Pinkpop-herinnering

Mijn favoriete Pinkpop-herinnering

Afbeelding: ANP

Verslaggevers van deze krant vertellen over hun favoriete moment op het Pinkpopfestival. Lees hieronder hun bijdragen.

Bruce Springsteen, 2012

Het was de eerste superact op Pinkpop: Bruce Springsteen en zijn fameuze E Street Band. In 2009, de 40e editie. En de Boss maakte zijn reputatie meer dan waar met een fantastisch optreden op een heerlijke zonnige zomeravond. Meer dan 60.000 liefhebbers werden op een greatest hits-show getrakteerd. Voor mij persoonlijk was The Rising een van de hoogtepunten. Springsteen bracht het imponerende lied in 2002 uit als reactie op de aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september in 2001. Een nummer vol kippenvelmomenten. The Rising vertelt het verhaal van de brandweerman die zijn weg omhoog zoekt in een van de Twin Towers in New York nadat de gekaapte vliegtuigen zijn ingeslagen. De tekst en melodie gaan in je hoofd zitten en je ziet de beelden als een speelfilm voor je. Met dank aan de Boss. 
Peter van de Berg


Radiohead, 1996

Ik kende dat Britse bandje eigenlijk nog niet zo goed. Ze zongen wat over een of andere griezel, maar ik lag er niet wakker van. Ik verdiepte me nog niet zoveel in alternatieve muziek die de hitlijst niet haalde. Op Pinkpop 1996 maakte dit muzikale groentje echter voor het eerst goed kennis met Radiohead. Ik had totaal geen hoge verwachten, was doornat van de regen en moest  hard lachen om dat maffe, gele regenpak van zanger Thom Yorke toen de band Pinkstermaandag het podium op kwam lopen. Een uur later was ik compleet om. Ik was getuige geweest van een magische show waarbij illusionist Yorke me met zijn falsettostem – en geholpen door de vallende avond en een perfecte lichtshow -langzaam meevoer naar andere werelden, soms donker, maar altijd betoverend. Hoogtepunten waren te over. Van de toen nog gloednieuwe song Electioneering tot en met de epische afsluiter Fake Plastic Trees; allemaal top. Alleen om dat regenpak blijf ik ook nu nog hard lachen. 
Eric Seuren


P!nk, 2010

Daar vliegt de Amerikaanse poprockster P!nk door de lucht, hangend in een tuigje, koprollend van links naar rechts over het publiek. Aan het slot van haar show in Landgraaf in 2010 – door de harde wind kan ze niet zoals gewenst haar optreden vanuit de lucht beginnen, waarvoor nota bene een speciale kraan is aangerukt – zingt ze haar hit So What op spectaculaire wijze, in een glimmend groen pakje dat weinig aan de verbeelding overlaat. Later zal ze deze halsbrekende act herhalen aan het slot van haar Truth About Love Tour, een spektakelstuk waarin nog veel meer acrobatiek opduikt. Op Pinkpop rolt ze ook nog in een opblaasbare bal over het publiek en vertrekt ze met vuurvertoon en kanonnen vol CO2. Nu jaren later is het nog altijd jammer dat ze toen niet op het hoofdpodium mocht spelen, omdat dat logistiek niet lukte. Het plezier van het publiek was er niet minder om. Hopelijk keert de energieke zangeres volgend jaar – of toch heel snel - terug naar het festival, met een nieuw album en nieuwe stunts op zak. 
Ruud Maas

Vlak na Pinkpop ging de stunt overigens mis, in Duitsland:

System of a Down, 2002

Amper achttien was ik, en ik ging voor het eerst naar een écht hard concert. Tuurlijk, een jaar eerder had ik Limp Bizkit live gezien, maar dat waren mietjes vergeleken met de band die ik nu zou gaan aanschouwen. Het optreden van System of a Down, want daar hebben we 't over, op Pinkpop 2002, was iets waar ik al maanden reikhalzend naar uit had gekeken. Het album 'Toxicity' had ik thuis op zolder zo vaak gedraaid dat zelfs mijn moeder onbewust de melodieën neuriede tijdens het strijken. Enfin. Mijn vrienden en ik lieten op Pinkpop niets aan het toeval over. We wilden geen minuut missen van System of a Down. Sterker nog, we wilden vooraan staan. Daar slaagden we in, door een uur van tevoren plaats te nemen in het voorste vak. Toen de band het snoeiharde openingsnummer 'Prison Song' inzette, stonden we met z'n viertjes pal vooraan. Daarna ging het hard. De drums kwamen erin, tientallen kleerkasten stormden naar voren en begonnen op elkaar in te slaan. Dit was nu een moshpit, leerde ik later. Hoe dan ook, wij, vier miezerige mannetjes met veel te wijde shirts, hielden het precies dertien seconden vol tussen het geweld. Daarna stonden we plots achteraan, tussen wat vijftigers die op een kleedje zaten. We hebben keihard meegezongen, dat wel.
Marco van Kampen