In rap tempo extra opvang

Print
Limburg moet nog 1800 asielzoekers opvangen. De provincie kreeg eind vorig jaar de taak om in totaal 3500 extra vluchtelingen onder te brengen, maar dat is slechts voor de helft gelukt. Nu zien de gemeenten echt de noodzaak in en gaan ze in allerijl aan de slag.


Ze hebben zichzelf een ultimatum opgelegd: de 33 Limburgse burgemeesters die hebben afgesproken dat ze nu echt werk gaan maken om zo snel mogelijk geschikte opvanglocaties te vinden om in totaal nog 1800 vluchtelingen te herbergen. 

In het zogeheten ‘Pact van Limburg’ hebben ze beloofd om vóór 1 augustus een lijst te presenteren met concrete plekken waar het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een asielzoekerscentrum kan inrichten. Burgemeesters die zeggen echt geen locatie te kunnen vinden, beloven hun buurgemeenten financieel en ambtelijk te ondersteunen. 

Rond 1800 bedden zijn er nog nodig om te voldoen aan de taakstelling die het Rijk de provincie begin november heeft opgelegd. Daarin stond dat de provincie 2500 extra vluchtelingen moet onderbrengen en nog eens 500 per Veiligheidsregio (Limburg heeft er twee). Van die 3500 plekken zijn er nu 1700 ingericht, onder meer door uitbreiding van het azc in Echt (160 extra bewoners), het azc in Baexem (175 extra bewoners) en de komst van het azc in Blitterswijck (450 bewoners). 

We merken dat het tot op heden niet is gelukt om die extra vluchtelingen op te vangen

De burgemeesters hebben ook afgesproken hoe die 1800 bedden worden verdeeld: de regio Noord-Limburg gaat op zoek naar plekken voor in totaal zo’n 1000 bedden, Midden- Limburg naar 50 tot 300 bedden, en Zuid-Limburg wil 700 tot 900 bedden realiseren. 
Volgens gouverneur Theo Bovens zijn er al locaties in het vizier. Welke, dat zegt hij niet. „Het moeten in ieder geval locaties zijn die geschikt zijn voor asielopvang voor langere tijd. Het gaat om plekken die lastiger zijn te vinden dan plekken waarop je tenten kunt plaatsen voor de tijdelijke noodopvang. Een azc heeft meer voorzieningen nodig en dan zit je ook met vergunningen te kijken.” 

De burgemeesters voelen de druk om snel te handelen, denkt de voorzitter van de Vereniging van Limburgse gemeenten, Annemarie Penn-te Strake. „We merken dat het tot op heden niet is gelukt om die extra vluchtelingen op te vangen. Nu leeft bij iedere burgemeester het besef dat iedereen moet doen wat hij kan.” Eind december riep Bovens gemeenten ook al op te komen met geschikte locaties voor noodopvang. Dat resulteerde in een lijst met 25 plekken, waarvan er uiteindelijk slechts een paar geschikt bleken. 

Ik heb niet met de vuist op tafel geslagen, dat hebben de burgemeesters zelf gedaan

Waarom zouden er nu ineens wel geschikte plekken worden gevonden? „De burgemeesters hebben zichzelf die taak opgelegd, omdat ze de noodzaak inzien”, denkt Bovens. „Ik heb niet met de vuist op tafel geslagen, dat hebben de burgemeesters zelf gedaan.” Als gemeenten al locaties kunnen vinden, is het nog maar de vraag of ze ook geschikt zijn als asielzoekerscentrum. Daarover moet het COA beslissen. Bovendien moeten de burgemeesters de gemeenteraden en hun burgers zien mee te krijgen. „Voor de ene burgemeester is dat makkelijker dan voor de ander”, zegt Penn. „Steunt het college hen? En de raad? En hoe zit het met de steun van de inwoners. Het vinden van een goede locatie is niet zomaar een dingetje.” 

Burgemeester Scholten van Venlo voorziet weinig problemen. „Je moet open communiceren en uitleggen wat het betekent als in de buurt een azc komt. Een Belgische wethouder zei ooit: besturen is niet voor blozende maagden. Oftewel: je moet niet bang zijn.” Noord-Limburg zoekt bij voorkeur naar kleinere locaties van zo’n 350 plaatsen. „Op die schaal kan een azc goed functioneren. 
Kleiner wordt het onbetaalbaar.” 

Midden-Limburg zoekt juist nog enkele kleinere plekken. De regio heeft al genoeg grote asielcentra, stelt Roermonds burgemeester Rianne Donders. Zij zou het liefst Limburgse vluchtelingen opvangen in de oude legerbasis van Elmpt, maar opvang over de grens is nog te ingewikkeld, merkt ze. Opmerkelijk is dat er in sommige asielzoekerscentra, zoals Maastricht, Sweikhuizen en Brunssum, nog bedden leegstaan terwijl er nog zo veel opvangplekken in Limburg nodig zijn. Bovens erkent dat. „Het heeft te maken met de manier waarop het COA de opvang organiseert. Er zit geen strategie achter van ‘laat maar wat open’, want de nood is er wel degelijk. Het is wel slecht voor de motivatie om hard te zoeken naar extra plekken.” 

       

In de graphic hieronder kun je zien hoe de opvang van de vluchtelingen in Limburg is verdeeld. Die 1800 komen daar dus nog bij.

 


 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →