Waar blijft de meesterpingelaar?

Print
 Waar blijft de meesterpingelaar?

Afbeelding: ANP

Topfitte spelers, tactische discipline, collectief boven individu: het EK is een staalkaart van het huidige moderne voetbal. Waar is de klassieke pingelaar gebleven, de vlo, de straatvoetballer die met één dribbel het stadion in vervoering brengt?

Bellen met Wiel Coerver: het was altijd een hachelijke onderneming, behalve als je uren de tijd had. Een telefoongesprek met de wereldwijd vermaarde techniekgoeroe uit Kerkrade, overleden in 2011, verliep steevast volgens hetzelfde patroon. Na twee zinnen kapte hij het onderhoud resoluut af - waar het dan ook over ging - en stelde hij zijn gesprekspartner een tegenvraag: of-ie een Europese voetballer kende die in staat was twee tegenstanders achter elkaar uit te spelen?

Discussie was zinloos. In een even hartstochtelijk als eindeloos betoog maakte Wiel duidelijk dat die voetballer niet meer bestond. Pierre Littbarski, de dribbelkeizer van Die Mannschaft, was zo ongeveer de laatste. Vond Wiel. 
Coerver stond niet bekend om zijn genuanceerde opvattingen, maar met de kennis van nu mag je hem gerust een visionair noemen. Waar zijn ze gebleven, de pingelaars, de circusvoetballers, de vlieggewichten die met de bal aan de voet tapdansen tussen de tegenstanders? 

De Pierre Littbarski’s, Jesper Olsens, Simon Tahamata’s? De voetbalromanticus die zich thuis op de driezitsbank worstelt door alle EK-wedstrijden kan zich nauwelijks meer voorstellen dat Arjen Robben nog bestaat, de man die twee jaar geleden op het WK tegen Mexico met de Moeder aller Dribbels nog een strafschop afdwong. Niets van dat alles is tot nu toe te zien in de theaters van Frankrijk. Theaters die toch inspiratie zou moeten bieden aan de profs van morgen, de talenten die helden zoeken om zich mee te kunnen identificeren. 

Het huidige moderne voetbal laat amper ruimte voor creatieve artiesten

Als het EK van 2016 iets aantoont, dan is het wel dat het huidige moderne voetbal amper ruimte laat voor intuïtieve, creatieve artiesten. Pleintjesvoetballers die met één onnavolgbare actie een verdediging kunnen splijten en daarmee een wedstrijd kunnen beslissen. De dominante spelers in Frankrijk zijn van het type Paul Pogba, atleten die kracht en loopvermogen koppelen aan functionele techniek.

Bondscoaches persen hun ploegen in een tactisch korset, met discipline als toverwoord. Het collectief is heilig, het individu ondergeschikt. Als de concentratie maximaal is, kunnen zelfs kleine landen als IJsland (350.000 inwoners), Noord-Ierland (1,8 miljoen) en Albanië (2,7 miljoen) overeind blijven. 

Elk groot toernooi in het verleden had zijn eigen meesterpingelaar

Elk groot toernooi in het verleden had zijn eigen meesterpingelaar, zo’n speler die je altijd wilde zijn als je op straat tussen de bloembakken vijf tegen vijf speelde. Het WK in 1974 had Johan Cruijff, de maestro die in een andere dimensie van tijd en ruimte speelde. Maradona in 1986, onvergetelijk. De Duitse wereldkampioenen leunden in 1990 op Littbarski, de Brazilianen in 1994 op de samba van Romario. Tsjechië haalde in ’96 de finale van het EK op de vleugels van Karel Poborsky, de lichtvoetige provo met wapperende manen.

En twee jaar geleden was er dus Arjen Robben, die in Brazilië zelfs Messi naar de kroon stak met zijn weergaloze rushes. Kijk nog eens, als tegengif voor het EK-computervoetbal, naar zijn pirouette op de vierkante meter in die slotminuut tegen Mexico. Verplichte lesstof voor alle techniektrainers die komend seizoen weer op talloze velden in Nederland aan de slag gaan. 

En 2016? Zal er de komende weken alsnog een Littbarski II opstaan? Misschien bieden de knock-out wedstrijden straks hoop, als het alles-of-niets is en intuïtie minstens zo belangrijk wordt als tactiek of fysieke kracht. Misschien durven trainers carte blanche te geven aan rasvoetballers als Dries Mertens (België) en Antoine Griezmann (Frankrijk). Als Wiel Coerver nog zou leven, zou hij er ongetwijfeld een vurig pleidooi voor houden. Maar hem kunnen ze niet meer bellen, helaas. 

Reageren? roel.wiche@mgl.nl