Heerlen zet expert aan het werk na dood Papillon

Print
Heerlen zet expert aan het werk na dood Papillon

Begin maart vorig jaar werden knuffels gelegd bij de flat in Heerlen waar Papillon woonde. Afbeelding: Archief MGL

Heerlen heeft een specialist ingehuurd. Die moet per direct aan de slag gaan met de veiligheid van kwetsbare gezinnen. Aanleiding is de rapportage na de dood van Papillon.

Nadat de zevenjarige Papillon in de Heerlense wijk Zeswegen in maart vorig jaar door zijn moeder werd gedood, rezen er veel vragen over langs elkaar heen werkende instanties. Buurtbewoners vroegen zich verbijsterd af waarom de vele signalen niet waren opgepakt. 

De politie was meermaals aan de deur geweest, de woning was vervuild en vaak was er zelfs geen geld voor eten. Samenwerkende rijksinspecties maakten een totaalrapportage, waarvan de conclusies pijnlijk waren voor de gemeente, de Raad van de Kinderbescherming en andere instanties die bij dit kwetsbare gezin betrokken zijn geweest. 

Kinderbescherming
Een paar dagen voor de doding had een door de gemeente gecoördineerd expertiseteam nog contact opgenomen met de Raad van de Kinderbescherming. Doel: voorlopige ondertoezichtstelling en het verkrijgen van een machtiging tot uit-huis-plaatsing. Het kwam er niet meer van. 

Wethouder Jordy Clemens (SP, Jeugdzorg) verklaardde dat de gemeente - sinds anderhalf jaar verantwoordelijk voor jeugdzorg - meteen aan de slag zou gaan met de door de inspecties geconstateerde verbeterpunten.

Experts
Om de complexe samenwerking tussen de instanties te verbeteren, is deze week Maura Timmer als projectleider aangetrokken. Timmer deed onlangs een vergelijkbare klus in Amsterdam. Experts met dergelijke kennis en ervaring zijn volgens de gemeente dungezaaid. Clemens: „Zij geldt als een van de besten van het land.” 

Maura Timmer moet een plan van aanpak maken als vervolg op het rapport Borgen veiligheid in kwetsbare gezinnen. 
Wethouder Jordy Clemens: „Wij onderschrijven het rapport volledig. Daarom gaan we er ook meteen mee aan de slag. Maar we beseffen ook dat zoiets nooit met 100 procent zekerheid valt te voorkomen.”