‘Afrika is geen verloren continent’

© Universiteit Maastricht

Een Afrikaanse wielrenner in het gele tricot van de Tour toekomstmuziek? Uit onderzoek van de Universiteit Maastricht blijkt dat moment dichterbij dan ooit.

Hans Straus

Onderzoekers van de Universiteit Maastricht (UM) hebben vorige maand na een gelukkig toeval het prestatievermogen van vier leden van de nationale wielerploeg van Rwanda onderzocht. De Amerikaanse wielrenster Hannah Ross (in de provincie voor wedstrijden met het Euregio Cycling Team) tipte promovendus Jean Nyakayiru (28) over de aanwezigheid van de Rwandezen in ons land. Hij is aan de UM bezig met onderzoek naar het effect van sportvoeding op de prestaties van Nederlandse amateurwielrenners. De afgestudeerde bewegingswetenschapper onderzocht zuurstofopname en piekvermogen van de atleten uit Rwanda en zag verrassend hoge waarden.

Nyakayiru kon die gegevens echter niet vergelijken met eerdere metingen gedaan bij Afrikaanse wielrenners. ,,Ik vond niks in de bestaande literatuur. Maar hun prestaties waren wel vergelijkbaar met die van westerse topwielrenners, terwijl ze niet dezelfde mogelijkheden hebben. De meesten beginnen pas vrij laat met fietsen. Een van de renners zat pas op zijn zestiende voor het eerst op de fiets. De eerste jaren zelfs gewoon op een stadsfiets. Hij is nu 21 en fietst dus pas vijf jaar. Dat is bij westerse profrenners meestal een ander verhaal.”

De Rwandezen zaten in het laboratorium van de universiteit onder andere op een fietsergometer die iedere tweeëneenhalve minuut een trapje meer weerstand bood. Door middel van een mondstuk werd hun zuurstofopname en CO2-uitstoot gemeten. Nyakayiru: ,,Spieren hebben zuurstof nodig om vermogen te kunnen leveren. Op een zeker moment is de maximale zuurstofopnamecapaciteit bereikt en raken de spieren uiteindelijk verzuurd. Dat punt bleek, gerelateerd aan hun lichaamsgewicht, vergelijkbaar met dat van westerse topwielrenners.’’

Volgens de onderzoekers in Maastricht zou de lichaamsbouw van de Afrikanen net als bij duurlopers van dat continent van voordeel kunnen zijn voor de wielersport, net als het leven en trainen op grote hoogte zoals bijvoorbeeld in Rwanda. De wetenschappers haasten zich er bij te zeggen dat er voor die verklaringen vooralsnog onvoldoende wetenschappelijk bewijs is.

Nyakayiru: ,,Bijkomend probleem voor de Afrikaanse renners is, naast het feit dat ze relatief laat met de sport zijn begonnen, een gebrek aan tactisch inzicht in het profwielrennen. Verder hopen we ze terug te zien om hun wattages te meten en hoe lang ze dat vermogen kunnen volhouden. Pas dan is het beeld compleet. Dat deze renners echt iets in hun mars hebben is duidelijk. Een van de renners gaat naar de spelen in Rio. Twee van onze proefpersonen hebben inmiddels een profcontract in Europa. Weliswaar niet op het hoogste niveau, maar toch.”

Winnen

Voor oud-profwielrenner en wielercommentator Peter Winnen is het geen verrassing dat Afrikanen over het vermogen beschikken om hard te fietsen. Winnen verzorgde zo’n tien jaar geleden al wielerstages in Ethiopië en is op de hoogte van wat zich in landen als Burkina Faso, Senegal en Gabon afspeelt op wielergebied.

,,Dat Afrikanen over de fysieke mogelijkheden beschikken om te slagen als wielrenners, verbaast me absoluut niet. Er zijn onderzoeken bekend op atletiekgebied waar de uitzonderlijke fysieke capaciteiten van Oost-Afrikanen met betrekking tot duursport worden vastgesteld en die van West-Afrikanen op het gebied van sprintvermogen’’, zegt Winnen.

Het zijn volgens Winnen de kosten van de wielersport en een deels gebrekkige infrastructuur die serieuze obstakels vormen voor de talenten. ,,Je zult als Afrikaan maar het plan opvatten om te gaan fietsen. In een continent waar toch vooral de atleten en voetballers tot de verbeelding spreken. Dan heb je het niet makkelijk. Je ziet de Afrikaanse jeugd al om vijf uur ’s ochtends met loopschoenen aan trainen. Fietsers moeten meer problemen overwinnen.’’

Afrika mag dan geen fietstraditie hebben, dankzij de voormalige Franse en Italiaanse kolonies Gabon, Senegal, Burkina Faso en Ethiopië is er een link met wielrennen. ,,In die landen is wat gaande op wielergebied. Afrika is niet langer het verloren continent; het zijn vindingrijke mensen. Dat profteams die aan de Tour de France deelnemen Afrikaanse renners contracteren, moet je nu nog zien als ontwikkelingswerk. Afrikanen die gaan presteren in het profwielrennen? Het komt er wel van volgens mij.’’

UCI

Als het aan de internationale wielerunie UCI ligt, komt het er eerder vandaag dan morgen van. Recent stak de UCI nog geld in de ontwikkeling van het vrouwenwielrennen. Zeven jonge vrouwen in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar uit Ethiopië, Eritrea, Rwanda en Botswana hebben net voor het eerst een trainingskamp voor alleen vrouwen afgewerkt in het prestigieuze World Cycling Centre Africa (WCC) in de Zuid-Afrikaanse stad Potchefstroom. Gelegen op een hoogte van 1400 meter is het WCC het verzamelpunt van fietstalent in Afrika. Sinds de opening in 2005 hebben honderden atleten van dertig verschillende nationale bonden getraind in het centrum.

Het mag duidelijk zijn; het wielrennen ontwikkelt zich in Afrika. Er zijn inmiddels zeven UCI continental teams, tegen slechts een in 2005. De UCI Africa Tour is in 2016 voor de twaalfde keer gehouden. Het is één van de vijf continentale circuits op de wielerkalender van de UCI. De Tour bestaat uit meer dan 30 evenementen verdeeld over negen landen.

Daar steekt het aantal coureurs dat tot nu toe echt is doorgebroken schraal tegen af. Natnael Berhane uit Eritrea is door het WCC opgeleid. Hij was de eerste donker gekleurde wielrenner die een etappe won in een meerdaagse profwedstrijd, de Tropica Amissa Bongo. Een andere renner uit Eritrea, Merhawi Kudus, won in 2014 de trofee voor beste jongere in de Route du Sud – la Dépêche du Midi.

In de lopende Tour de France zijn de rolmodellen voor de Afrikaanse talenten nog dun gezaaid. Er rijden vijf Afrikaanse profs mee, waarvan er drie een donkere huid hebben. Naast de blanke Zuid-Afrikanen Reinardt Janse van Rensburg (Dimension Data) en Daryl Impey (Orica) zijn dat de Zuid-Afrikanen Daniel Teklehaimanot (Dimension Data) en Natnael Berhane (Dimension Data) en de Ethiopiër Tsgaba Grmay (Lampre). Een dagsucces zat er voor hen nog niet in, al pakte Teklehaimanot in 2015 voor het eerst in de historie als Afrikaan de bolletjestrui.

De gele trui en de witte trui werden wel al eerder door Afrikanen gedragen: door de blanke Zuid-Afrikanen Daryl Impey en Robert Hunter. Impey droeg twee dagen het geel in de Tour van 2013. In 2011 mocht Hunter een dag in het wit rijden.