Toen was het drank, nu is het fietsen

Johanna Josten wil 300 kilometer per dag afleggen op haar roze fiets.

Johanna Josten wil 300 kilometer per dag afleggen op haar roze fiets. © Laurens Eggen

© MGL

thumbnail: Johanna Josten wil 300 kilometer per dag afleggen op haar roze fiets.
thumbnail:

Hoe extremer hoe beter, voor Johanna Josten. Vroeger dompelde ze zich volledig onder in het nachtleven - tot ze er bijna in verdronk - nu doet de Tegelse mee aan een ultrafietsrace van België naar Turkije. „Ik verzin gewoon iets en dan ga ik dat doen.”

Robin van der Kloor

Dit artikel is zaterdag te lezen in de Horizonbijlage van De Limburger en wordt vandaag exclusief en gratis aangeboden op deze website


„Zal ik het zo doen?” Met sierlijke bewegingen danst een jonge vrouw in wielerkleding door een galerie die vol hangt met schilderijen van Eugene Brands, in het centrum van Venlo. Johanna Josten bereidt zich voor op een ultrafietsrace van bijna 4000 kilometer en zoekt naar een manier om haar volgers op sociale media tevreden te stellen tijdens de Transcontinental Race. Die is gisteravond gestart in het Belgische Geraardsbergen en finisht in Turkije, op het schiereiland Gallipoli. „Ik wil elke avond een dansfilmpje plaatsen op Instagram en mijn Facebook-pagina Johanna Fietst. Aan de hand van mijn enthousiasme kunnen mensen zien hoe het met me gaat. Maar ik wil even polsen of het een goed idee is.”

De korte demonstratie heeft plaats in Sir Harald Art, de galerie van haar schoonouders. Josten (32) past perfect tussen de kleurige werken van Brands. Extravert is een zwakke uitdrukking om haar te typeren. Haar fiets is knalroze, met kraaltjes in de wielen. Haar lach is aanstekelijk, haar ogen sprekend. Ze barst van de energie.

Maar dan nog, hoe komt iemand in godsnaam op het idee om aan zo’n wedstrijd mee te doen? „Ik ontdekte deze race vorig jaar via een vriend en op internet kon je aan de hand van gps de deelnemers volgen. Ik was meteen verkocht. Gebiologeerd volgde ik dag en nacht de honderden oranje bolletjes, verspreid over Europa.”

Juist als het zwaar wordt, ga ik dingen leuk vinden

Ze deed al wel aan lange duurinspanningen zoals triatlons, maar dit was nog nooit in haar opgekomen. Op een gegeven moment, toen ze ’s nachts met haar werk - vertaalopdrachten - bezig was, landde het idee: „Ik wil ook zo’n oranje bolletje zijn!” Josten ging lange fietstochten maken en schreef zich in.

Waar komt dit zeldzame verlangen om mee te doen aan zoiets extreems vandaan? „Na honderd kilometer fietsen denk ik: nou gaat het beginnen. Juist als het zwaar wordt, ga ik dingen leuk vinden. En als het saai wordt, gooi ik het roer om. Zo ben ik al mijn hele leven”, aldus de in Soest geboren en getogen Josten. „Ik verzin gewoon iets en dan ga ik dat doen. Toen ik twintig was bedacht ik dat ik bij de discotheek Time Out in Gemert wilde werken en zei mijn huis en baan in Amsterdam op. Ik schreef een brief aan de discotheek waarin ik me voorstelde als hun nieuwe werknemer. En ik werd nog aangenomen ook.”

Risico’s nemen om het leven interessant te houden. „Ja! Ik moet het gevoel hebben dat ik leef.” Dat impulsieve heeft ook zijn keerzijde. ,,Niet alles lukt, natuurlijk. Ik heb ook wel eens een tijdje zonder huis gezeten. Dat was niet altijd even makkelijk, maar eigenlijk vond ik dat niet heel erg. Uiteindelijk kwam het altijd weer goed.” En dan knalt ze er een tegeltjeswijsheid tegenaan: „Je kunt altijd terug, behalve van kennis.”

Haar leven bestaat uiteraard niet alleen maar uit rozengeur en maneschijn. ,,Ik heb een moeilijke jeugd gehad. Mijn vader was een alcoholist, thuis was een drama. Mijn moeder deed haar best om mij en mijn broertje en zusjes goed op te voeden, maar met een alcoholist in huis is dat moeilijk. Dus ik heb veel zelf gedaan en ben op jonge leeftijd uit huis gegaan.”

Ik ga bijna nooit naar verjaardagen. Ik doe er niet aan mee.

In haar nachtclubtijd raakte ze zelf aan de drank. Ze kraste op haar armen, een vorm van automutilatie. ,,Ik schaamde me dood, maar ik had het niet in de hand. Hoe dom kun je zijn, he? Lange mouwen waren verboden op mijn werk, behalve als je tatoeages had. Dus begon ik mijn armen te tatoeëren.” De drang naar verandering bleek haar redding. ,,Ik besloot gewoon dat ik toch maar een opleiding moest gaan doen.” Dat werd de vertaalacademie aan Zuyd Hogeschool in Maastricht. Door haar bijbaantje ontmoette ze haar huidige man. ,,Ik werkte achter de bar bij de golfbaan Dousberg en Florus was daar golfleraar.”

Via hem belandde ze in Tegelen, zijn geboorteplaats. Kinderen zullen er niet komen. ,,Ik zie daar zoveel beperkingen in. Er zijn veel mensen die niet kunnen doen wat ze willen omdat ze kinderen hebben. Dat hoeft van mij niet. Ik ga bijna nooit naar verjaardagen. Ik doe er niet aan mee. Het klinkt hard, maar als mensen het er niet mee eens zijn, dan is dat hun probleem.” Naast studeren kwam sporten. Halve marathons, triatlons. En nu dus ultrawedstrijden. ,,Ik ben verslavingsgevoelig. Het stemmetje in je hoofd dat zegt ‘ophouden nu’, heb ik niet. Toen was het drank, nu is het fietsen.”

Josten praat ogenschijnlijk makkelijk over haar verleden, maar toch waren er tot nu toe maar weinig mensen die van haar problemen afwisten. „Hier in de buurt zien ze allemaal Johanna, het meisje dat altijd fietst en wie het leven toelacht. Die woont in een groot huis. Soms merk ik afgunst bij mensen, dat ik niets anders hoef te doen dan fietsen, maar dat boeit me niet en het klopt ook niet.”

Ze heeft veel kennissen, maar échte vrienden nauwelijks. ,,Ik laat niemand toe, behalve mijn man. Ik heb ook niet graag dat iemand iets voor mij doet. Ik bedoel, ik heb het altijd zelf allemaal geregeld. Ik sluit aan bij allerlei fietsgroepjes, maar allemaal zonder verplichtingen. Het moet vrijblijvend zijn voor mij. Ze vinden me allemaal vriendelijk en aardig, maar niemand kent me echt.”

Toch voelt Josten de drang haar verhaal te doen, de drang om men sen te raken. „Ik wil mensen die ook een moeilijke jeugd hebben gehad inspireren. Ik wil ze laten zien dat het ook beter kan worden later.”

Mijn doel is 300 kilometer per dag. Is dat veel?

Gisteravond is ze vertrokken, begonnen aan een avontuur dat haar naar de andere kant van het continent moet leiden. Begin- en eindpunt liggen vast, tussendoor zijn er enkele checkpoints waar alle 300 deelnemers langs moeten, zoals de Puy de Dôme in het Centraal Massief en de Furkapas in Zwitserland.

De route is niet met pijlen aangegeven, dus de fietsers zijn overgeleverd aan hun gps-apparaat en kaartleeskwaliteiten. Ook alle bagage moet door de rijder zelf worden vervoerd. De tijd loopt non-stop door en overnachtingen boeken mag via Booking.com. Maar veel deelnemers zullen gewoon slapen in de berm langs de weg. Josten: „Mijn doel is 300 kilometer per dag. Is dat veel? Ach, ik zet graag hoog in.” De thuisblijvers moeten het doen met een dagelijks dansfilmpje. En een oranje bolletje op een beeldscherm dat zich traag voortbeweegt over de kaart van Europa. Zo statisch als dat eruit ziet, zo intens zal zij het ongetwijfeld beleven.

Nee, deze trip zal niet zo gezond zijn. Ja, je moet er een beetje gek voor zijn. Maar als je ziet welke route Josten heeft afgelegd om tot hier te komen, rest slechts bewondering: laat haar dat oranje bolletje zijn. En ja, dat dansje is prima, Johanna.

De Transcontinental Race is te volgen via www.trackleaders.com/transconrace16

Reageren? robin.vanderkloor@mgl.nl