Welk soort dorpeling ben jij?

© Fotolia

Om te zien wie de inwoners zijn die het dorp leefbaar maken, verdeelde het Sociaal en Cultureel Planbureau de dorpelingen in zeven types. Het goede nieuws: de grootste groep is het meest betrokken.

Merel Visscher

Om maar even een misverstand uit de wereld te helpen: je hoeft echt niet je hele leven in een dorp te wonen om het meest betrokken bij je leefomgeving te zijn. In het onlangs gepubliceerde onderzoek ‘De dorpse doe-democratie’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) zijn de inwoners van kleine dorpen (minder dan drieduizend inwoners) in Nederland onder de loep genomen.

Doel van het onderzoek was te kijken welk type het meest doet in het dorp. ‘Doen’ in de breedste zin van het woord: van het zorgen voor de planten van de buren tot het bestuur van de dorpsraad. Het SCP heeft ‘de dorpeling’ - op basis van een grootschalige enquête - daarvoor grofweg onderverdeeld in zeven karakters, ingedeeld op de binding die ze hebben met het dorp. Een positieve uitkomst is dat de types die zich het meest verbonden voelen met hun dorp juist in Limburg (na Brabant) het meest is vertegenwoordigd in de kleine kernen.

De grootste groep (25 procent) bestaat uit sociale rustzoekers. Zij hebben veel contacten in het dorp, maar minstens zo veel erbuiten. Verder hebben zij een sterke landschappelijke binding, vaak een middelbare leeftijd en een lange geschiedenis in het dorp. Meer dan de helft kent vijf mensen in hun dorp die ze om hulp kunnen vragen. De rustzoeker (24 procent) heeft minder met het dorp, maar de landschappelijke binding is sterk. Onder deze groep veel nieuwe bewoners, hoogopgeleid en van middelbare leeftijd. Ze hebben misschien weinig contacten in het dorp, maar dat betekent niet dat ze geïsoleerd leven.

De goede bekenden (17 procent) hebben ook veel contacten in het dorp, zonder sociaal gezien sterk op het dorp georiënteerd te zijn. Deze groep heeft niet zo veel met de natuur. Iets vaker zijn zij vrouw en ouder van thuiswonende kinderen. Traditioneel gebonden (14 procent) dopelingen hebben juist meer contacten in het dorp dan erbuiten. Zij zijn vooral ouder en laagopgeleid en hebben een sterke culturele en landschappelijke binding.

De meerderheid (79 procent) spreekt dialect (79 procent). Sociaal gebonden (9 procent) inwoners hebben eenzelfde sterke sociale binding en zijn vaak in het dorp geboren en getogen. Met als verschil dat ze weinig landschappelijke, culturele en functionele binding hebben en juist overwegend jong zijn. De ongebonden bewoners (9 procent) hebben weinig contacten in het dorp. Ze wonen er relatief kort, zijn meestal alleenstaand en hebben vaak een laag inkomen. De rustmijders (2 procent) tenslotte zijn vooral jonge bewoners die het landschap en de rust en ruimte niet als positief waarderen. Dit komt deels door de afwezigheid van voorzieningen.

Is er, als je kijkt naar al die types, toekomst voor die dorpse ‘doe-democratie’? Jazeker, stelt het SCP. Want uit de antwoorden blijkt dat mensen van wie het sociaal leven zich vooral buiten het dorp afspeelt zich net zo actief inzetten voor de gemeenschap als de buurman die vooral op het eigen dorp is georiënteerd. Ook mensen die in het dorp wat meer onzichtbaar zijn, onderschrijven het belang van burgers die zich inzetten voor de leefbaarheid. Vier van de vijf dorpelingen is het eens met de stelling ‘bewoners moeten samen zorgen dat het hier goed leven is voor álle bewoners’.

Bevolkingskrimp hoeft volgens de uitkomsten geen gevolgen te hebben voor de levendigheid van een dorp, maar voor de inzet van burgers vormt het wel een risico: het vertrouwen van alle types in de lokale overheid is niet groot. En als de leefbaarheid - bijvoorbeeld door het verdwijnen van voorzieningen - verder achteruit gaat, kan de motivatie van dorpelingen om zich vrijwillig in zetten snel verdampen. Gezien ‘de drukke levens van moderne mensen’ lijkt het de onderzoekers niet waarschijnlijk dat veel bewoners meegaan in goedbedoelde idealen waarbij bewoners zelf tijdrovende klussen op zich nemen. Ze citeren de voorzitter van de dorpsraad van Merselo die in deze krant vertelde dat de raad graag meedenkt over het exploitabel maken van gemeenschapshuizen, ‘maar toen de gemeente vroeg om onkruidbestrijding aan te pakken door overal verharding schoon te maken, hebben we een streep getrokken’.

Klik hier voor het hele artikel en probeer de krant digitaal vier weken gratis.

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee