Welkom terug: Maastrichtse dönerwagen Musti

Print
Ging het befaamde Turkse Musti-imperium een maand geleden nog failliet, nu heeft de familie Tuzcu met de hulp van een zakelijke kennis de kebabkraam kunnen redden. Musti is weer terug in het Maastrichtse straatbeeld. De doorstart is een lichtpuntje in het roerige leven van de familie.

In 1999 vluchten Orhan en Sehnaz, onafhankelijk van elkaar, naar Nederland. Orhan, een geschoolde horecaondernemer uit Istanbul, vertrekt om politieke redenen. Sehnaz, van Koerdische afkomst, ontvlucht met haar ouders de zuidoostelijke stad Mardin, vlak bij de Turks-Syrische grens. 

In een Nederlands asielzoekerscentrum leren Orhan en de vijftien jaar jongere Sehnaz elkaar kennen. „Het was liefde op het eerste gezicht”, geeft Sehnaz glimlachend toe. Die liefde leidt al gauw tot de geboorte van zoon Erhan.

Ondanks het prille geluk hangt er een donkere wolk boven het kersverse gezin. In 2001 zijn ze uitgeprocedeerd en begint voor de Tuzcu’s een lastige levensfase. Ze moeten terug naar hun geboorteland, maar verkiezen een leven in de illegaliteit in Nederland. Op de vlucht voor de autoriteiten belanden ze in Maastricht. Via via komen ze daar in contact met Lou Hurenkamp, destijds juridisch specialist vreemdelingenrecht. Hurenkamp, inmiddels manager in dienst van de Tuzcu’s en een goede familievriend, helpt Orhan en Sehnaz aan een voorlopige verblijfsvergunning. Ook begeleidt hij het gezin bij de eerste stappen in de horecabranche. Het echtpaar staat namelijk te springen om werk. 

In 2004 zetten ze hun eerste kebabkraampje neer onder de klok aan de Stationsstraat. Het wordt vernoemd naar hun zoontje dat in het zelfde jaar geboren wordt: Mustafa (koosnaam: ‘Musti’). Orhan werkt in die tijd keihard, vertelt hij. „We hadden tussen de vierhonderd en vijfhonderd klanten per dag. Ik maakte toen dagen van veertien uur. Dat was zwaar. Omdat ik toen nog geen autorijbewijs had, moest ik - soms door sneeuw, regen en wind - met zestig kilo kebab op de brommer naar de kraam toe.” 
 


De dönerkraam wordt al snel een doorslaand succes. Veel Maastrichtenaren en bezoekers van de stad komen er een broodje kopen. In 2007 lijkt het geluk de het gezin sowieso toe te lachen: de Tuzcu’s vallen onder het generaal pardon van de regering- Balkenende IV, en krijgen een permanente verblijfsvergunning. Vijf jaar later krijgen alle gezinsleden ook de Nederlandse nationaliteit. 


Tegenvallers
Er zijn echter ook tegenvallers. In 2011 moet de kraam in de Stationsstraat wijken. Die past namelijk niet binnen het ‘sjiek en sjoen’ dat de gemeente Maastricht voor ogen heeft met de straat. Daarop verhuist de kraam naar de bushalte voor het centraal station. Dat is echter nog helemaal niets vergeleken met de brute overval op de woning van het gezin in 2013. Daarbij worden in huis tevens schoten gelost, nadat Orhan ernstig is mishandeld. Daarna is huize Tuzcu ook nog eens het doelwit van een brandbom. Wie er achter de aanslagen zit en wat de beweegredenen van de daders zijn, blijft onduidelijk. Vooral de nacht van de overval achtervolgt hen en hun kinderen nog steeds. Hun gezondheid lijdt er zwaar onder. Sinds die dramatische gebeurtenissen is het gezin meerdere malen verhuisd. Ze voelen zich niet meer veilig, bekennen ze. 

Het faillissement was een nieuwe zwarte bladzijde in het hoofdstuk van de familie Tuzcu. Gelukkig keert de geliefde kebabkraam in Maastricht na een maand afwezigheid weer terug in het straatbeeld. 

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf 1,04 per week.

Bekijk de aanbieding →