Kop in het zand

Print
Kop in het zand

Afbeelding: anp

Na elke Olympische Spelen blijken vele tientallen sporters de boel te hebben bedrogen. Dat zal na Rio niet anders zijn. Toch belet die wetenschap ons niet de komende weken weer massaal te genieten van de prestaties.

Iedere vier jaar trappen we tijdens de Olympische Spelen in dezelfde val. Twee weken lang kijken honderden miljoenen mensen naar het ‘mooiste sportfeest ter wereld’, om in de maanden en jaren erna te moeten constateren dat veel van die geweldige prestaties zijn geleverd met behulp van verboden middelen.

Bij de beroemde 100-meter-finale van Seoul 1988 zijn intussen alle finalisten met terugwerkende kracht betrapt op doping. We keken, zo is nu duidelijk, naar een volledige leugen.

Rusland won twee jaar geleden in Sotsji 33 medailles op de winterspelen. Inmiddels weten we dat zo ongeveer elke Russische topsporter aan de doping zat. En misschien nog wel zit. Bij recente hertests zijn 31 deelnemers aan de Spelen in Peking (2008) alsnog door de mand gevallen. 23 van hen wonnen een medaille. Ook bloed- en urinestalen van de Spelen in Londen (2012) zijn nog eens gecontroleerd, met betere technieken dan vroeger. Daarmee werden nog eens twintig valsspelers ontmaskerd. Veel bracht dit nieuws niet teweeg, geen uitvoerige debatten in de media, geen volkswoede op Facebook en Twitter.

Helaas zijn de opsporingstechnieken nog steeds niet waterdicht. Het bloedpaspoort is een sterk wapen, maar sporters kunnen nog altijd wegkomen met dopinggebruik, zoals micro-doses die niet traceerbaar zijn. En aangezien topsporters per definitie de grens van het toegestane opzoeken, zullen ook in Rio genoeg atleten de grens overschrijden. Dat is een wrange, maar onvermijdelijke aanname.

Daar komt nog bij dat het WADA vorige maand zijn zorgen uitte over de opkomst van gendoping. De internationale dopingautoriteit vreest dat deze vorm zijn intrede zal doen bij de komende Olympische Spelen.

Grote kans dus dat we de komende weken opnieuw naar flink wat leugens zullen kijken. Maar daar zullen we pas over een paar jaar achterkomen. En dus kruipen we de komende weken weer massaal voor de buis, de kop in het zand stekend. Het lijkt of we het niet erg vinden om bedonderd te worden. Of misschien is iedereen murw gebeukt en zijn we het cynisme voorbij? Dat zou pas treurig zijn.

Kunnen we dan nergens onbevangen naar kijken? Natuurlijk wel. De dopingantenne hoeft niet altijd uit te staan. En er zullen ook deze Spelen weer kleinere sporten in beeld komen, waar we geen enkele spelregel van kennen, maar die onze harten sneller doen kloppen omdat een Nederlander er in uitblinkt. Misschien wordt dat wel worstelen, waar Jessica Blaszka uit Heerlen op de mat verschijnt. Nooit eerder plaatste een landgenote zich op dit onderdeel voor de Olympische Spelen. Blaszka, die bijna een jaar geleden op het WK in Las Vegas als derde eindigde, maakt zelfs kans op een medaille. En als Tom Dumoulin of Dafne Schippers goud pakt, gaat het dak eraf. En dan gaan we niet beginnen over dopinggebruik. Want Nederlandse sporters doen dat niet, toch?