Omran houdt ons spiegel voor

© De Limburger

Weer een iconische foto. Opnieuw drukken hartverscheurende beelden van een Syrisch jochie ons met de neus op de feiten. Net als een jaar geleden de foto van het aangespoelde vluchtelingetje Aylan. Wat hebben we bereikt?

Paul van Gageldonk

Een jongetje in een ambulance. Kind van Aleppo. Symbool van de wanhoop. Is er nog wel plek op het netvlies? Weer zulke beelden. Het jongetje zit versuft en verdwaasd in een te grote ambulancestoel. Zijn beentjes steken recht vooruit en zijn, net als zijn hoofd en zijn kleren, bedekt met een mix van zand, stof en bloed. Zijn weelderige haardos is verworden tot een warrige, grijze begroeiing. Het jongetje is in diepe shock. Lijkt geen pijn te hebben. Op het filmpje zie je hem even met zijn rechterhand langs zijn bebloede gezicht strijken. Hij probeert het bloed af te vegen aan de bekleding van de stoel. En kijkt dan weer als verdoofd voor zich uit.

Als je het zo beschrijft is het al erg. Maar heb je het filmpje eenmaal gezien, dan blijf je het bekijken en wordt de brok in je keel steeds maar groter.

Aylan

Bijna een jaar geleden was er ook zo’n iconisch emobeeld. Het Syrische jongetje Aylan Kurdi, nog maar drie jaar, aangespoeld op een Turks strand. Reddeloos verloren. De oorlog in Syrië was al jaren aan de gang. Die dag was aanvankelijk de afgang van het Nederlandse voetbalelftal tegen IJsland het gesprek van de dag. Maar de tranentrekkende foto van Aylan overtroefde alles en maakte de wereld opeens heel klein. Iedereen wilde wat doen. Geld geven. Vrijwilliger worden. Een vluchteling in huis nemen.

Met het oudejaarsavonddrama in Keulen en de terroristische aanslagen in Europa en op onze vakantiebestemmingen veranderde het enthousiasme van de welkomscultuur in een afwachtende, afzijdige, soms vijandige houding. Wij hadden nu zelf genoeg aan onze koppen.

Voltreffer

De oorlog in Syrië gaat inmiddels rustig door. Bestanden worden geschonden, gevechtspauzes afgebroken. De laatste maanden nemen de aanslagen en bombardementen in alle hevigheid toe, met duizenden doden tot gevolg. Dus, als je vijf bent en je groeit op in Aleppo, dan weet je nog steeds niet wat vrede is. Elk uur, elke dag in Aleppo: oorlog.

Maar kinderen willen altijd spelen. Altijd en overal. Op woensdagavond 17 augustus, om half zeven Syrische tijd, is de vijfjarige Omran Daqneesh in de appartementswoning van zijn ouders aan het spelen, samen met zijn twee broertjes van één en zes jaar en zijn zusje van elf. Opeens horen ze een supersonisch geluid. Een Russische/Syrische straaljager. Er is al voor gewaarschuwd door de in dit gebied actieve rebellengroepen, weet Mahmoud Raslan, een fotograaf die in Aleppo in opdracht werkt voor onder meer Al Jazeera. Via een informant van de Syrische regering hebben Raslan en buurtgenoten vernomen dat een straaljager is opgestegen van de Russische luchtmachtbasis Hmeimim. De informant heeft gelijk. Het gevechtsvliegtuig maakt twee rondjes. Bij het tweede rondje wordt een aantal appartementen vol getroüen. Niemand raakt meteen gewond. Maar kort na de tweede aanval stort het huizenblok van de familie Daqneesh in.

Raslan en anderen waarschuwen meteen een reddingsdienst. Vader Daqneesh komt ongedeerd uit de puinhopen. Zijn vrouw moet eruit getrokken worden. De kinderen worden razendsnel naar een ambulance gebracht. Daar maakt Raslan, die eerst nog langs drie levenloze lichamen is gelopen, zijn inmiddels wereldberoemde foto van Omran. De ambulance brengt de kinderen naar het M10 ziekenhuis in Aleppo. Ziekenhuizen in en rond de stad moeten codenamen gebruiken om te voorkomen dat veiligheidstroepen van het Assad-regime medische transporten onderscheppen en aanvallen. Niettemin is het M10-ziekenhuis al diverse malen gebombardeerd. Maar een alternatief is er niet. In het ziekenhuis worden nog acht andere kinderen opgenomen die slachtoüer zijn geworden van de aanvallen. Vijf van hen overleven het niet. Omran, zijn broertjes en zijn zusje hebben ‘geluk’. Artsen behandelen hun wonden. Nog diezelfde avond mogen ze terugkeren naar... ja, waar naartoe eigenlijk?

300.000 doden

Omran, het symbolische broertje van Aylan, leeft dus nog. De oorlog heeft naar schatting al zo’n 300.000 Syriërs het leven gekost. In de Syrische burgeroorlog zijn in drie jaar tijd zeker 11.000 kinderen omgekomen. Dat blijkt uit een afgelopen zondag gepubliceerd rapport van de in Londen gevestigde denktank Oxford Research Group. Ook zijn er kinderen vanaf één jaar oud gemarteld en geëxecuteerd. Het grootste deel van de kinderen tot zeventien jaar is gedood door bommen in hun eigen wijk. Volgens het rapport kwamen de meeste kinderen (2223) om in Aleppo. Je kunt dus bijna zeggen dat Syrië een hele generatie aan het verliezen is.

Prikkels

Hoe dramatisch kun je het maken? Op donderdag 3 september 2015 spoelde Aylan Kurdi aan en ging zijn foto de hele wereld over. De hoofdredactie van deze krant wikte, woog en besloot de foto klein af te drukken, op pagina zes. In een commentaar werd dat besluit toegelicht. ‘De vraag is of je telkens weer dit soort prikkels nodig hebt om mensen aan het denken te zetten. De krant gebruikt veel verschillende middelen om mensen zo volledig mogelijk te informeren. De lezer weet dat de wereld in brand staat. Ook zonder een grote foto van Aylan op de voorpagina.’ Hoe juist dat besluit toen misschien ook was: die prikkels waren blijkbaar niet genoeg.

Vandaar de ontroerende foto van Omran prominent op deze pagina. Nog niet overtuigd? Laat de Sportzomer heel even voor wat het is en zoek op internet dat filmpje eens op. De verkorte versie duurt maar twintig seconden. Nog minder dan Dafne Schippers nodig had voor haar razendsnelle medaillerace op de 200 meter in Rio. Bekijk het filmpje en vraag je af: wat hebben we in een jaar eigenlijk bereikt? Aylan gaf de vluchtelingen een gezicht. Oman laat ons in de spiegel kijken.

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee