Wat moet het opgraven van lichamen opleveren?

Print

Afbeelding: thinkstock

De zaak rond ‘natuurgenezer’ Klaus Ross kreeg deze week een aparte wending. Justitie wil mogelijk de stoffelijke overschotten van patiënten opgraven om te achterhalen of er systematisch grove fouten zijn gemaakt.

Is de recente dood van de 43-jarige Joke van der Kolk uit Aalburg en twee anderen te wijten aan het handelen van Heilpraktiker Klaus Ross, of zijn ze overleden aan de ernstige ziekte die ze onder de leden hadden?

Dat is de eerste vraag waar de Duitse justitie een antwoord op moet zien te vinden. En hoewel het erop lijkt dat dit antwoord er nog lang niet is, is er deze week door de opsporingsdiensten al voorgesorteerd op een vervolgvraag. Die luidt: stel dat de drie recente sterfgevallen te wijten zijn aan Ross, is hun dood dan een eenmalige fout - de drie werden tijdens een behandelsessie op dezelfde dag onwel en stierven in de dagen daarna - of zijn er in de kliniek in Bracht sinds de opening eind 2014 systematisch grove fouten gemaakt?

Het onderzoek wordt geleid vanuit Duitsland, maar omdat veel cliënten van de alternatieve kankerkliniek uit Nederland komen, werkt ook justitie in Nederland mee aan de zaak. Het Openbaar Ministerie aan beide zijden van de grens houdt vooralsnog de kaken over deze zaak stijf op elkaar, maar naar verluidt zouden nabestaanden zijn benaderd met de vraag of er forensisch onderzoek mag worden verricht op het stoffelijk overschot van hun naaste.

Veel werk
Een pijnlijke, ingrijpende maatregel voor de familie, maar wel de enige manier om te onderzoeken op welke schaal er mogelijk zaken mis zijn gegaan in de kliniek in Bracht. „Alleen zo kun je nog in kaart brengen waar deze mensen aan zijn overleden”, vertelt zelfstandig forensisch patholoog Pieter van Driessche. „Eerst moet je kijken of de doodsoorzaak nog te achterhalen is. Hoe recenter het overlijden, hoe makkelijker dat gaat. Bij kankerpatiënten kijk je dan bijvoorbeeld of er sprake is van meerdere bloedstolsels, wat een veelvoorkomende doodsoorzaak bij deze ziekte is. Als je die nog in het stoffelijk overschot aantreft, is er waarschijnlijk niets uitzonderlijks aan de hand. Maar als je die niet aantreft, dan moet je gaan speuren naar een mogelijke andere doodsoorzaak. In het geval van het onderzoek naar de voormalige patiënten van Klaus Ross wordt er vooral op gewezen dat patiënten via een infuus glucoseblokkers (3-BP) kregen toegediend. Je kunt dan specifiek een stoffelijk overschot onderzoeken op de bijwerkingen die deze stof kan hebben op het lichaam”, vertelt Van Driessche. „Maar dan ben je er nog niet. Het is veel werk. Je moet ook andere doodsoorzaken uitsluiten. En kijken of je de concentratie van de stof in het lichaam nog kunt achterhalen. Hoe meer je ontdekt, hoe sterker de conclusies zijn die je uiteindelijk in de rechtszaal kan trekken.”

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) geeft geen antwoord op de vraag of het inmiddels in deze zaak de opdracht heeft gekregen voor onderzoek op stoffelijke overschotten. „De woordvoering ligt bij het Openbaar Ministerie”, zo luidt het antwoord van de voorlichter. Kan hij wel aangeven hoe bijzonder het zou zijn als er mogelijk tientallen stoffelijke overschotten alsnog worden onderworpen aan een forensisch onderzoek? „Zo vaak komt dat niet voor. Het gebeurt wel eens, maar dan eerder om de identiteit van mensen te achterhalen. Dat heeft het NFI bijvoorbeeld in 2013 gedaan met slachtoffers van de watersnoodramp uit 1953.”

Missie
Terug naar Van Driessche. Hoe zit het met het ethische aspect van dit soort onderzoeken? Wegen de mogelijke emotionele gevolgen van het openen van een graf wel op tegen de antwoorden die het onderzoek misschien nog kan opleveren? „Laat ik vooropstellen dat dit voor de nabestaanden een drama is. Maar ik doe mijn werk als forensisch patholoog met een missie: iedereen dient met waarheid en eerlijkheid het leven te kunnen verlaten. Als er een mogelijkheid is om vragen rond de dood van iemand uit te wissen, dan moeten we dat altijd doen.”