De Spelen van de status quo

© De Limburger

Het was niet goed en het was niet slecht. Dat gold niet alleen voor de prestaties van de Nederlandse equipe die vandaag terugkeert uit Rio, maar voor de volledige Olympische Spelen.

Patrick Delait

Elis Ligtlee, Marit Bouwmeester, Anna van der Breggen, Sharon van Rouwendaal, Sanne Wevers en het duo Ilse Paulis / Maaike Head bij de vrouwen en Ferry Weertman en in mindere mate Dorian van Rijsselberghe bij de mannen: voorafgaand aan de Olympische Spelen waren het nobele onbekenden bij het grote publiek. Nu het doek is gevallen over Rio 2016 mag geconcludeerd worden dat zij met hun, deels verrassende, gouden medailles een debacle van de Nederlandse equipe hebben voorkomen. Acht keer goud, grotendeels behaald in kleine sporten, het geeft een enigszins vertroebeld beeld van hoe sportnatie Nederland er echt voorstaat. Het medailleklassement liegt niet: dankzij de genoemde gouden plakken eindigde Nederland weliswaar op de 11de plaats, twee plaatsen hoger dan Londen 2012, maar met een equipe die nog nooit zo groot was, werden in totaal slechts 19 medailles bij elkaar geschraapt. Zowel in Londen (20 medailles), Athene 2004 (22 medailles) als Sydney 2000 (25 medailles) kwam Oranje als collectief beter voor de dag. Alleen tijdens Peking 2008 (16 medailles) was de oogst kleiner.

Miskleunen

Vanuit Oranje-perspectief waren er te veel miskleunen om van geslaagde Spelen te kunnen spreken. Met name onze boegbeelden hebben de verwachtingen in Rio niet kunnen waarmaken. Zwemster Ranomi Kromowidjojo bleef achter met lege handen en stond daarmee symbool voor het complete falen van de langebaanzwemmers. Turner Epke Zonderland, in de voorbereiding al geplaagd door tegenslagen, trok die lijn door in Rio. Zijn valpartij in de finale aan de rekstok, waar hij misgreep en gestrekt tegen de vloer ging, gold als sjabloon voor veel Nederlandse prestaties. Het wat (te) vaak net niet. Sprintster Dafne Schippers, op wereldniveau een icoon en vooraf beschouwd als grote kanshebster op goud, strandde met zilver op de 200 meter.

Net niet: het gold ook voor de handbalsters en de volleybalsters. Dat ze in een mondiale sporttak mochten ruiken aan een finaleplaats is knap, maar doordat ook het brons hen ontglipte, ontbreekt de kers op de taart. En wat was er aan de hand met de ruiters? Sinds 1988 altijd in de prijzen, grepen zij dit keer overal naast. Ook bij de hockeyers werd heel wat gevloekt en gehuild. De mannen gingen roemloos ten onder. De vrouwen lieten zich in de finale dan weer de kaas van het brood eten door Engeland. En daarmee is het rijtje teleurstellingen nog niet compleet. Met uitzondering van Anicka van Emden, brons, flaneerden ook de judoka’s in Rio langs ‘the boulevard of broken dreams’.

Hoogtepunten waren er ook, de gouden balkoefening van Sanne Wevers voorop. De medailles van Anna van der Breggen en open water-zwemmer Ferry Weertman gingen dan weer gepaard met zoveel dramatiek, dat ze nog wel enige tijd op het netvlies zullen blijven.

Maurits Hendriks

Chef de mission Maurits Hendriks en sportkoepel NOC*NSF hebben de komende weken heel wat te evalueren. Hendriks uitte gisteren al zijn ontevredenheid over het aantal behaalde medailles en kondigde aan dat ook zijn eigen positie niet onbesproken zal blijven. De rel rond turner Yuri van Gelder, naar huis gestuurd vanwege nachtelijke escapades, zal daarbij ongetwijfeld nog eens de revue passeren. In dat verband moet NOC*NSF zich afvragen hoe ver ze wil gaan in het opvoeden en controleren van atleten. De strikte regeltjes van de sportkoepel en de beperkte bewegingsvrijheid werden in Rio niet door alle sporters gepruimd. Dat niet-medaillewinnaars halverwege de Spelen verplicht naar huis moesten, zorgde voor wrevel en onbegrip. Samen uit, samen thuis: het geldt blijkbaar niet in het Nederlandse sportklimaat, waarin de helft van de genodigden al naar huis werd gestuurd terwijl het feest nog in volle gang was. Hendriks heeft zich er niet populair mee gemaakt bij de sporters. De kans is dan ook reëel dat NOC*NSF voor Tokio 2020 op zoek moet naar een opvolger.

Status quo

Op mondiaal gebied zorgden de Spelen van Rio allerminst voor een aardverschuiving. Integendeel. Zwemmer Michael Phelps en atleten Usain Bolt en Mo Farah, de helden van Londen 2012, bevestigden hun status. Bij de vrouwen stond er wel een nieuw fenomeen op: turnster Simone Biles, een Amerikaanse van drie turven hoog, pakte vier keer goud en kroonde zich daarmee tot de koningin van Rio. Ook de medaillespiegel schommelt nauwelijks. Uit de top-10 van Londen is alleen Hongarije verdwenen ten faveure van Japan, dat zich klaarstoomt voor Tokio 2020. Het maakt van Rio 2016 geen onvergetelijke Spelen. Daarvoor waren de sportieve hoogtepunten te schaars en het decor – de tribunes bleven gedurende twee weken onderbezet – te troosteloos. Nog vier jaar wachten op een herkansing.

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee