De reis naar Lourdes is het échte wonder

© Archief MGL

© Archief MGL

© Johannes Timmermans

© Archief MGL

© Archief MGL

© Archief MGL

© Archief MGL

© Archief MGL

© Archief MGL

© Archief MGL

thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:
thumbnail:

Zieke pelgrims op stapelbedden in oude, roestige wagons. Hete koffie in ijzeren ketels boven gasbranders. Ave Maria door de luidsprekers. Na 95 jaar rijdt de nachttrein naar Lourdes voor de laatste keer. Wie ooit mee is geweest, zal het nooit meer vergeten.

Roel Wiche

„Kameraad, je weet toch wel waar je aan begint?”, zegt de man naast me op het perron, een krasse zestigplusser met handen als kolenschoppen en bretels uit een vooroorlogs tijdperk. Nee, dat weet ik dus niet.

Het is juni 1993 als ik in Maastricht voor het eerst op de bedevaarttrein stap op weg naar Lourdes, een oord waarover in de roomse vleugel van onze familie magische verhalen worden verteld en waar ik ooit moet zijn geweest, in ieder geval voordat ik zelf de hemelpoort bereik.

Zware taakVia mijn oom word ik aangemeld bij de brancardiers, mannen van alle rangen en standen die al sinds een eeuwigheid helpen met het vervoer en (geestelijk) ondersteunen van zieke pelgrims. Een eerbiedwaardige maar zware taak die begint en eindigt in de Lourdes Express, een wonderlijk lint van gedateerde Franse coupés, piepende ambulancewagons en afgeschreven rijtuigen van de Deutsche Post, die onderweg voortdurend van water en olie moet worden voorzien om op snelheid te blijven.

Die eerste reis zal ik van mijn leven niet meer vergeten

Die eerste reis zal ik van mijn leven niet meer vergeten. Waar ik op het perron een ambiance van grande tristesse en stille wanhoop verwacht, is de sfeer eerder uitgelaten en vol opwinding. Dat de trein dik een uur vertraging heeft - ook een Lourdes-traditie - deert schijnbaar niemand. In recordtempo laden de mannen met kolenschoppen en bretels de bedlegerige pelgrims aan boord, waarbij de rolstoelen volgens een onnavolgbaar systeem in een lege wagon worden gestapeld.

We zijn de grens met België nog niet gepasseerd of het Ave Maria schalt door de luidsprekers. Meteen het eerste grote dilemma voor de treingangers, die lang niet allemaal een baken van vroomheid zijn: meezingen of buiten de coupé, op de gang, een sigaretje roken.

BelevenisEen rondgang door de trein is een regelrechte belevenis. In het voorste deel zitten de gezonde pelgrims, van wie velen al jaren de nachtelijke, ruim veertien uren durende reis per spoor maken. Iedereen met zijn of haar eigen verhaal. Er wordt gelachen, gebeden, geknuffeld. Maar ook, af en toe, gegriend. Halverwege de trein doet een kale, verveloze wagon dienst als een soort gaarkeuken: op grote gasbranders staan twee enorme ijzeren ketels waarin Toon, een van de oudste brancardiers, in het holst van de nacht koffie en thee brouwt voor de bijna duizend Lourdes-gangers. Een helse taak, gezien het jakkerende tempo van de Franse machinist. Even verderop zetelen de bisschop en priesters.

En dan komen de rijtuigen waar de grootste opofferingen worden gevraagd

Volgens de overlevering de coupé waar de schoonmaakdienst de meeste flessen Châteauneuf-du- Pape vindt. En dan komen de rijtuigen waar de grootste opofferingen worden gevraagd. In drie oude, roestige wagons liggen tientallen zieke pelgrims op stapelbedden, verzorgd door dokters die op trapjes naar boven moeten klimmen. Al het medische materiaal staat op elkaar gepropt in het gangpad. Het is heet, chaotisch en benauwd. Beelden uit de roman Lourdes van de befaamde (atheïstische) Franse auteur Emile Zola doemen op, die al in 1894 beschreef hoe ‘stinkende, ellendige wagons’ in Lourdes arriveerden. Is er in al die jaren iets veranderd?

RozenkransMaar hoe alles ook rammelt en kraakt in de provisorische ambulance, of in het koffiehok van Toon, de sfeer blijft wonderwel goed. Als de nacht valt en de laatste rozenkrans is gebeden, komen de levensverhalen los. Pelgrims, ziek of gezond, zoeken en vinden een luisterend oor. Ook hier weer: lachen, knuffelen en grienen. Op de gang, waar de echte nachtbrakers zich verzameld hebben, gaan de flessen rond. En ik, nog groen als brancardier, doe mee. Intussen dringt het besef door dat een reis naar Lourdes zoveel meer is dan het afsmeken van een wonder. Het échte wonder gebeurt al op weg naar het zuiden, tijdens die lange, bijzondere reis. Aandacht voor elkaar, het gevoel van saamhorigheid: misschien geneest het meer dan het heilige water bij de Maria-grot.

Wie ooit met de trein is mee geweest, wil eigenlijk niet anders meer 

Na die eerste keer meld ik me, jaar na jaar, opnieuw aan. Ik kan ook per vliegtuig mee, maar wie ooit met de trein is mee geweest, wil eigenlijk niet anders meer. Al blijft ook op het spoor niets hetzelfde. De diepgaande, nachtelijke gesprekken op het gangpad verdwijnen met de komst van een heuse restauratiewagen.De ambulancewagons worden minder spartaans, de plastic dozen met medicijnen maken plaats voor professionele kasten. Toon roert niet meer als op de camping in zijn koffieketels: die wordt nu keurig gezet in een mooie keuken. En de treinstellen worden beter. Een donkere kant blijft er ook.

Stervende patiëntenSoms staat de bedevaarttrein onderweg uren aan de kant omdat een onbekende zich voor de locomotief heeft geworpen. Of omdat een reiziger midden in de nacht uit de trein valt of springt. Onderweg sterven geregeld patiënten die in een terminaal stadium zijn. Niet alleen de hoop reist mee naar Lourdes, ook de dood. Veertien keer reis ik naar Lourdes, veertien keer is het een onbetaalbare belevenis. Daarna dwingen gezin en een drukke baan tot andere keuzes. Met lichte weemoed zie ik in de jaren daarna op het station van Maastricht de trein vertrekken.

Een knipoog van Mia, die op de brancard liever bier wil dan Lourdeswater

Met een groet van Joep, de kettingrokende ex-koempel met stoflongen die volgens de geleerden al lang dood had moeten zijn. Of een knipoog van Mia, die op de brancard liever bier wil dan Lourdeswater. Elke keer denk ik: volgend jaar ga ik weer mee. Maar de bedevaarttrein rijdt straks nooit meer, helaas.

Na een traditie van 95 jaar vertrekken deze maand de laatste bedevaarttreinen van het Huis voor de Pelgrim naar Lourdes. Donderdag vertrok vanaf station Maastricht een trein met honderden pelgrims, priesters, verplegend personeel en vrijwilligers. Op 8 september keren ze terug. Op 11 september gaat de laatste trein naar het Zuid-Franse bedevaartsoord, voor een trip die eveneens een week duurt. Het Huis voor de Pelgrim, gevestigd in Maastricht, stopt met de treinreizen omdat er weinig meer geïnvesteerd wordt in slaapwagons en omdat er problemen zijn bij het inpassen van de nachttreinen in het schema van de Franse spoorwegen. Lourdes-gangers kunnen vanaf volgend jaar alleen nog maar per bus of vliegtuig reizen.

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee