‘Limburgs’ gedenkteken in Pools Cosel

Print

Afbeelding: De Limburger

Diverse prominenten, nabestaanden van joodse oorlogsslachtoffers en scholieren van het Broekland-college in Hoensbroek reisden vrijdag naar het Poolse Cosel.

In het gezelschap van de 70-jarige Beekse historicus Herman van Rens (tevens oud-huisarts en oud-raadslid) en diens echtgenote Annelies werden vrijdagnamiddag bij het lokale goederenstation van Cosel (dat tegenwoordig Kedzierzyn-Kozle heet) zes gedenkplaten onthuld in het Hebreeuws, Pools, Nederlands, Frans, Duits en Engels.

Precies op die plaats werden tussen 28 augustus 1942 en 10 december 1942 door de Organisation Schmelt ongeveer 9000 joodse mannen uit de treinen naar Auschwitz gehaald. Ze werden tewerkgesteld in kampen van waaruit ze werkten in een kolenmijn, een wapenfabriek en een bouwbedrijf dat de Autobahnen in Duitsland aanlegde.
Van de negenduizend mannen die in Cosel uit de treinen werden gehaald overleefden er slechts tussen de 700 en 900 de oorlog. Onder de 9000 mannen zaten 3500 Nederlanders. Van hen overleefden er slechts 188 Cosel.

Herman van Rens over het belang van Cosel:

,,Het is merkwaardig hoe weinig aandacht er in de jaren na de oorlog is geschonken aan de slachtoffers van de Coselselecties. Natuurlijk is het aantal vermoorden in de gaskamers van Auschwitz en Sobibor groter. Maar het aantal Nederlandse mensen dat Cosel niet overleefde is groter dan het aantal slachtoffers van beruchte kampen als Mauthausen, Bergen-Belsen of Theresiënstadt.’’ 


Diverse prominenten en nabestaanden hielden toespraken in Cosel of onthulden vrijdagmiddag een van de plaquettes. 

Burgemeester Ralf Krewinkel van Heerlen (voorzitter van de stichting gedenkteken) zei: ,,De holocaust was niet alleen ingegeven vanuit anti-semitisme. Ook economische motieven speelden een rol. Voor de uitroeiing werden joden economisch een fysiek uitgeperst. De nazi’s wilden hun eigendommen en hun werk.’’

Vernichtung durch Arbeit (Vernietiging door Arbeid) luidde het uitgangspunt. Joden werden gedwongen het zwaarste werk te verrichten, tegen een minimum aan voeding, rust en verzorging tot ze niet langer tot werken in staat waren. Ze stierven dan door honger, uitputting of besmettelijke ziekten of werden als ‘Arbeitsunfähigen’ alsnog doorgestuurd naar de gaskamers, beschreef de Beekse historicus en Holocaustkenner Herman van Rens eerder in het artikel Uitstappen in Cosel voor Auschwitz Bulletin.

Onder de genodigden in Cosel bevond zich vrijdagmiddag ook de 86-jarige Frans nazi-jager Serge Klarsfeld. Samen met zijn vrouw Beate stuitte hij 45 jaar geleden tijdens onderzoek naar de deportatie van 75.000 Franse joden op het ‘Cosel-verhaal’, nadat hij uit getuigenverklaringen begreep dat niet alle treinen waren doorgereden naar Auschwitz, maar 9000 sterke joodse mannen tussen de 15 en 50 jaar oud in Cosel gedwongen werden uit te stappen en in werkkampen belandden voordat ze alsnog in Auschwitz of een ander concentratiekamp terecht kwamen. 

Serge Klarsfeld sprak vrijdagmiddag bij de onthulling in Cosel en zei: ,,Ikzelf heb in 1992, vijftig jaar na de Holocaust,  het monument ‘Alte Judenrampe’ mogen onthullen op het treinstation van Auschwitz. Vandaag, dankzij een Nederlands initiatief [van Herman van Rens c.s. –red] en met behulp van veel Poolse vrijwilligers wordt hier vandaag een monument onthuld ter nagedachtenis aan de joden van Cosel.’’ 

Ook journalist Frits Barend – een van de nabestaanden - reisde mee in het gezelschap en sprak vrijdagmiddag bij de onthulling van de Nederlandse plaquette op het goederenstation van Cosel. Hij vertelde:
,,Ik heb mijn grootouders van mijn vaderskant nooit gekend, noch hun broers en zussen. Van die hele grote Barendfamilie overleefde behalve mijn vader en broer slechts één familielid de oorlog: tante Liesje. Ikzelf ben in 1947 geboren maar heb nooit met haar gesproken over al haar vermoorde broers, zus, ouders en andere familie. Op haar begrafenis waren we maar met tien man aanwezig. Later, toen ik meer over mijn familie wilde weten, kon niemand mij wat vertellen over mijn grootvader Abraham Barend. Tijdens een bezoek dat ik later met mijn vrouw bracht aan het Holocaustmuseum Yad Vashem in Israël registreerde ik mijn grootouders in de officiële lijst van slachtoffers van de Shoa. Het was een van de weinige momenten dat ik emotioneel van de kaart was. Mijn grootouders zijn samen met nog veertig andere leden van de familie Barend op 7 september 1942 naar Auschwitz gedeporteerd. Bij nadere studie bleek mijn grootvader niet gestorven te zijn in Auschwitz, maar in Siebersdorf, waar hij samen met zijn  broer Louis vanuit Cosel waar we nu zijn naartoe gebracht was. 3500 Nederlandse joden stierven daar, niet in de gaskamers van Auschwitz, maar in de werkkampen. Zij zijn beiden overigens begraven, al weet ik niet waar en ook niet óf hun graven nog bestaan. Een ding is zeker: ze zijn verdwenen in de anonimiteit. Vandaag, 74 jaar later en met de onthulling van de zes plaquettes, komt er een teken dat aan hen zal herinneren.’’ 

De onthulling van de plaquettes bij het goederenstation van Cosel was vrijdag laat in de middag ten einde. Het gezelschap begaf zich daarna naar een café precies voor het treinstation van Cosel voor een kop koffie en een stukje cake. 
In het nabijgelegen Hotel Hugo leidde de meegereisde rabbi Albert Ringer (wiens vader tijdens de oorlog was ondergedoken in Beek) de sabbat in. Herman van Rens bood hem voor die gelegenheid een aantal door de gepensioneerde Beekse bakker Frits Mennens gebakken Challes-broden aan, gevlochten broden voorzien van sesamzaad.

In het gezelschap bevonden zich ook enkele leerlingen van het Broeklandcollege in Hoensbroek. Zij zijn betrokken geweest bij het ontwerp  van de plaquettes.
In de loop van zaterdag bezoekt Herman van Rens met het gezelschap een aantal plekken in de omgeving waar de toenmalige werkkampen hebben bestaan.