Leven in de lange schaduwen van de Twin Towers

Print
Leven in de lange schaduwen van de Twin Towers

Afbeelding: AD

Vandaag worden de aanslagen van 9/11 herdacht. Als reactie op deze fatale dag vol zelfmoordterreur begon een ‘war on terror’ waarvan het einde nog niet in zicht is. Hoe de grootste terreuraanslag uit de geschiedenis de wereld waar we in leven veranderde.

This just in. You are looking at obviously a very disturbing live shot there. That is the World Trade Center, and we have unconfirmed reports this morning that a plane has crashed into one of the towers of the World Trade Center… 

Dat zijn de later iconisch geworden eerste zinnen die CNN-verslaggeefster Carol Lin uitspreekt bij het begin van een marathonuitzending op de ochtend van 11 september 2001. De dag is stralend begonnen in New York. Staalblauwe luchten. In Central Park wordt gezonnebaad. Om 8 uur, 46 minuten en 40 seconden vliegt American Airlines vlucht 11 in de noordelijke wand van World Trade Center 1, een van de twee machtige Twin Towers, de bekendste symbolen van Amerikaanse economische macht. Een paar minuten later vallen en springen de eerste mensen uit de brandende wolkenkrabber. Zeker 200 mensen zullen in de komende 102 minuten op die wijze sterven. Een massale zelfmoordactie waarvan de beelden, schrijft Tom Junod in The Falling Man (Esquire, 2003), bijna uit ons collectieve geheugen zijn gewist. Taboe door consensus. 

Maar op deze septemberdag in 2001 bellen mensen elkaar. 'Zet CNN op. Er is iets vreselijks gebeurd.' Niet alleen Amerika maar heel de wereld zit daarom aan de buis gekluisterd.

Osama Bin Laden

De zachte, nazomerse dag is veranderd in een gruwelspektakel, gadegeslagen door ontzette mensen op straat en op televisie. TV is dat jaar nog de belangrijkste en snelste informatiebron voor inkomend nieuws. Dat zal snel veranderen. Facebook wordt drie jaar later opgericht, Twitter een jaar later. Beide instrumenten worden nu gebruikt om het nieuws, vaak niet gehinderd door feiten, al te duiden terwijl het zich afspeelt. Maar op deze septemberdag in 2001 bellen mensen elkaar. 'Zet CNN op. Er is iets vreselijks gebeurd.' Niet alleen Amerika maar heel de wereld zit daarom aan de buis gekluisterd voor wat een verslag van een vreselijk ongeluk lijkt te zijn. 

Op 11.000 kilometer afstand van Manhattan, in de bergen boven de stad Khost aan de Afghaans-Pakistaanse grens, probeert een aantal mannen intussen een satelliet-tv aan de praat te krijgen. Dat lukt niet. Ze ontvangen alleen maar ruis en sneeuw. Lawrence Wright beschrijft in zijn Pullitzerprijswinnende The Looming Tower (Al Qaeda’s Road to 9/11 (2007) hoe de mannen op de radio de Arabische service van de BCC zoeken. Daar horen ze het nieuws dat een vliegtuig het WTC is binnengevlogen. De mannen vallen op hun knieën en juichen. Wacht, zegt een van hen. Wacht. Het is Osama Bin Laden, de leider van Al Qaida.

Het is Bin Laden die weet dat wat in New York is gebeurd, geen ongeluk is. Er komt meer. Om 9 uur, 3 minuten en 2 seconden crasht vlucht 175 van United Airlines in de zuidwand van WTC 2. Miljoenen mensen over de hele wereld zien dit live gebeuren. Dat is ook het moment van pure horror, het plotselinge besef dat het niet om een incident met een van koers geraakt toestel gaat, maar om een gecoördineerde aanval. Er volgt later nog een aanslag met een vliegtuig op het Pentagon. Een vierde vliegende bom, op weg naar het Witte Huis of het Capitool, stort neer bij Shanksville Pennsylvania als de passagiers aan boord, die al weten van New York, in opstand komen en de cockpit bestormen. De kapers besluiten het toestel te laten crashen. Een van hun laatste zinnen: 'Allah is de grootste'.

Wat Zawahiri in essentie zegt, is dat mensen, alle mensen, niet autonoom zijn. Allah is alleenheerser over alles en daarom moet democratie vernietigd worden.

Voordat de dag voorbij is, zijn drieduizend mensen dood. Er zijn zesduizend gewonden. De Verenigde Staten zijn doelwit van de grootste terreuraanslag uit de wereldgeschiedenis geworden. In Afghanistan bidt en huilt Bin Laden. Zijn mannen zijn buiten zinnen van vreugde. Deze aanslag, op Amerikaanse bodem, is de voorlopige apotheose in wat een wereldwijde jihad tegen het ongelovige westen moet worden. 

Democratie

Het is Bin Laden’s tweede man, de Al Qaida-ideoloog Ayman Al-Zawahiri, die twee maanden na 9/11 een boek publiceert (Knights Under the Prophet’s Banner) dat de filosofie achter ‘de universele jihad’ uit de doeken doet. Wat Zawahiri in essentie zegt, is dat mensen, alle mensen, niet autonoom zijn. Allah is alleenheerser over alles en daarom moet democratie vernietigd worden. Democratie is een ‘heidense religie’ omdat die mensen gezag toekent dat toebehoort aan Allah. Verder zijn alle moslims op aarde verplicht zich te verenigen onder de vlag van de profeet en te streven naar één moslimstaat, het kalifaat, onder één wetgeving, de shariah. Dit kan bereikt worden door een combinatie van geduld en door het doden van zo veel mogelijk vijanden door middel van zelfmoordaanslagen. De ‘vijand’ is een begrip dat zo ver wordt opgerekt dat het gaat om elke belastingbetaler (lees: financier) van een anti-islamitische en door ‘zionisten en kruisvaarders’ gevolgde politieke koers. Ook alle leiders van moslimlanden die niet de shariah hebben ingevoerd, zijn doelwit, want ‘afvallig’.

Dat zelfmoord verboden wordt in de Koran (evenals het doden van onschuldigen) wordt door Zawahiri weggeredeneerd. Een zelfmoordaanslag is geen zelfmoord, want de shaheed (martelaar) is een wapen in een strijd tegen een vijand die meer wapens heeft. En als er een onschuldige om het leven komt, dan zal Allah zich om hem of haar bekommeren in het hiernamaals. De Franse islamdeskundige en specialist op het gebied van jihadisme en arabistiek Gilles Kepel beschrijft in Beyond Terror and Martyrdom (2008) waarom 9/11 een breekpunt vormt in de geschiedenis. Niet alleen een breekpunt voor de radicale islamisten die nu de hele wereld tot strijdtoneel hebben uitgeroepen en zichzelf een license to kill hebben gegeven voor iedereen die zij als kuffar (ongelovigen) beschouwen.

Bin Laden zal, tot aan zijn dood, het symbool van zowel zijn eigen missie als van Amerikaanse onvermogen om hem te pakken worden.

Ook voor de Amerikaanse president George Bush en zijn neoconservatieve regering begint een wereldwijde strijd: de war on terror. Voor Bush en zijn ideologische adjudanten Dick Cheney en Donald Rumsfeld is 9/11 een casus belli: een reden om een ‘gerechtvaardigde’ oorlog te gaan voeren en en passant Amerikaanse (olie)belangen veilig te stellen. Dat gebeurt onder andere door een land (Irak) binnen te vallen dat geen enkele band met de aanslagen van 11 september heeft. Het gebeurt ook door Afghanistan binnen te vallen. De zoektocht naar Bin Laden, de architect van 9/11 in de ogen van de VS, levert echter niets op. De meeste leiders van Al Qaida ontkomen naar Pakistan. Aanslagen, van Mombassa tot Bali, gaan door en Bin Laden zal, tot aan zijn dood, het symbool van zowel zijn eigen missie als van Amerikaanse onvermogen om hem te pakken worden. Kepel: „Door het vernietigen van Al Qaida in Afghanistan en het elimineren van het regime van Saddam Hussein zou de geboorte van democratie in het hele Midden-Oosten worden ingeluid. „Net zoals democratie had gezegevierd bij het uiteenvallen van het Oostblok, zou dat ook gebeuren in het Midden-Oosten."

Religie en vrijheid

Die veronderstelling dat alle onderdrukte mensen als ze eenmaal in aanraking komen met (westerse) opvattingen over vrijheid, rechtsstaat en mensenrechten die opvattingen ook zullen omarmen, noemt onder andere Paul Cliteur (Moreel Esperanto, 2007) 'een utopische visie'. Die gedachte heeft volgens Cliteur ook het Nederlandse integratiebeleid decennialang beheerst en nu, in de vluchtelingenkwestie, speelt het ook weer een rol. Het geloof dus dat godsdienstige tradities ‘van binnenuit’ liberaliseren, door een wonderlijk proces van osmose dat het gevolg is van blootstelling aan de normen en waarden van westerse samenlevingen. Dat gaat rechtstreeks in tegen de overtuiging van niet alleen Cliteur maar ook van Kepel dat er binnen de islam een strijd gaande is tussen hervormingsgezinden en orthodoxen, waarbij de laatste groep aan de winnende hand is.

De fout die Bush en zijn coalition of the willing maken na 9/11 is de onderschatting van de diepte waarmee religie verankerd is in de cultuur en opvattingen over beschaving in islamitische landen. Diezelfde fout zie je ook bij het door een westerse bril analyseren van de zogeheten Arabische Lente. Ook hier is er een neiging om de enorme verschillen tussen seculiere Arabieren en hun islamistische landgenoten in de verschillende ‘lentelanden’ buiten beschouwing te laten. Om te voorkomen dat de war on terror zal worden gezien als een war on islam, vermijden Bush en de meeste westerse leiders sinds 9/11 verwijzingen naar religie. Men spreekt over terrorisme, soms zelfs op een manier die suggereert dat het om een vorm van natuurgeweld gaat.

De oorlog in Irak doodt meer Amerikanen dan de aanslagen op 9/11, kost miljarden dollars, destabiliseert de hele regio en werkt, uiteindelijk, de opkomst van terreurgroepen als Islamitische Staat in de hand. 

Het aantal groeperingen dat als terroristisch wordt aangemerkt, wordt echter ook uitgebreid. Naast de Taliban en Al Qaida in Afghanistan, Saddam Hussein en zijn regime in Irak, werden ook Hezbollah en Hamas geoormerkt. Twee bewegingen die, aldus Kepel, grote sympathie genieten onder moslims ver buiten de landsgrenzen. Wat anti-Amerikaanse sentimenten wereldwijd onder moslims aanwakkert, zijn de (pornografische) foto’s van vernederingen die naakte moslimgevangenen in de Abu Ghraib gevangenis bij Bagdad moeten ondergaan door toedoen van Amerikaanse militairen. De imagoschade die de VS hiermee aanrichten, is onherstelbaar.

Uittocht der jihadisten

De hele ‘bevrijding’ van Irak is bovendien een fiasco. De massavernietigingswapens die Saddam zou hebben? Ze bestaan niet. De Amerikanen zijn ook verrast door de omvang van het geweld dat losbarst tussen sjiietische en soennitische moslims na de ‘bevrijding’. De kaderleden van het voormalige (soennie-)bewind van Saddam Hussein, sluiten zich aan bij soennitische islamisten onder de vlag van Al Qaida. Het verzet tegen de Amerikanen en de ‘heidense sjiieten’ die de VS in het regeringszadel hebben geholpen, krijgt een gezicht. Zo geeft de bezetting van Irak Al Qaida juist een wind in de rug die de beweging eerder niet had. De VS lopen vast in het moeras van sektarisch geweld. De oorlog in Irak doodt meer Amerikanen dan de aanslagen op 9/11, kost miljarden dollars, destabiliseert de hele regio en werkt, uiteindelijk, de opkomst van terreurgroepen als Islamitische Staat in de hand. Wat Zawahiri en Bin Laden niet lukt, de jihad naar Europa brengen, lukt Islamitische Staat wél.

De aanslagen in Madrid (2004) en Londen (2005) brengen niet de massa’s jihadisten op de been die Zawahiri heeft voorspeld. Maar onder aansporing van Abu Bakr Al-Baghdadi, voormalige filiaalhouder van Al Qaida, en zijn bende van halsafsnijders in het ‘kalifaat’ worden er reeksen aanslagen in Europa gepleegd en komt een ongekende uittocht van duizenden jihadisten uit de hele (moslim)wereld naar strijdgebied in Syrië op gang. Kennelijk slaat de radicale islamistische retoriek van IS en andere terreurbewegingen om uiteenlopende redenen aan bij jonge moslims. Onrustbarend is dat velen van hen die ‘uitreizen’ niet voldoen aan het clichébeeld van de gemarginaliseerde moslim. Nog onrustbarender is de recente ontwikkeling waarbij zware criminelen zich aansluiten bij jihadistische groeperingen en zich aanmelden voor martelaarsoperaties om, van alle zonden vergeven, het paradijs te kunnen betreden.

Voldemort-effect 

De neiging bij veel westerse politici om elke aanslag als een individuele ontsporing van een ‘eenzame wolf’ of een ‘psychisch getroebleerde’ te zien en niet, zoals de bekende ex-radicaal (en gelovige moslim) Maajid Nawaz beweert, als onderdeel van een wereldwijde jihadistische opstand, heeft gevaarlijke kanten. De mantra dat IS en islam niets met elkaar te maken hebben – de favoriete uitspraak van Barack Obama - werkt, hoe goedbedoeld ook, averechts. Aldus Nawaz. Hij rept, in een verwijzing naar de Harry Potter-reeks, over het Voldemort-effect. De personages die de fictieve wereld van J.K. Rowlings’ boeken en verfilmingen bevolken, zijn zó bang voor Het Kwaad dat ze twee dingen doen: ze noemen het kwaad niet bij naam en ontkennen gelijktijdig dat het bestaat. Waardoor angst en hysterie alleen maar toenemen. De Zeitgeist na 9/11 is er een van (handel in) angst. Angst voor terreur, angst voor identiteitsverlies, angst voor de moslim, angst voor de ander, angst van de moslim voor een backlash, angst voor een clash of the civilisations en angst voor de toekomst. Angst is het nieuwe normaal.

De mantra dat IS en islam niets met elkaar te maken hebben – de favoriete uitspraak van Barack Obama - werkt, hoe goedbedoeld ook, averechts.

Er is een serieus gevaar dat mensen door vrees gedreven bereid zullen zijn om steeds meer vrijheden die zwaar zijn bevochten, in te leveren voor een gevoel van veiligheid. Tevens is er, ook in Nederland, het groeiende besef dat democratie geen geschenk is dat we ooit hebben gekregen. Er is voor gevochten. Zoals Bastiaan Rijpkema opmerkt (Weerbare Democratie, 2015) kan een teveel aan democratische tolerantie schade toebrengen aan die democratie. Een democratie zou zich, kortom, weerbaarder moeten opstellen tegen hen die haar, gebruikmakend van de vrijheden die de democratie hen schenkt, willen ondermijnen. Dit is geen strijd in militaire zin maar een strijd om de harten en hersens van mensen. Die moet met andere middelen gevoerd worden. Met verstand, met compassie en maximale klaarheid. En het is een strijd die gewonnen moet worden.