Meisje (19) riskeert celstraf voor vergiftigen vriendin met 'terpentinewafels'

Print
Meisje (19) riskeert celstraf voor vergiftigen vriendin met 'terpentinewafels'

Afbeelding: AD

Een 19-jarige vrouw uit het Belgische Maasmechelen riskeert een celstraf van 48 maanden met uitstel voor poging vergiftiging van haar beste vriendin. Het meisje had een plannetje bedacht om een wafel met terpentine tijdens de pauze aan het slachtoffer te geven en haar vriendin - waarmee ze ruzie had - te vergiftigen.

Op 25 maart 2015 kreeg de politie informatie doorgespeeld van de directeur van de school uit Genk waar de negentienjarige vrouw lessen volgde. Het meisje - dat hoogzwanger in de rechtbank verscheen - zou opdracht gegeven hebben aan een minderjarige medeleerling om tijdens het weekend wafels te bakken en via spuiten een hoeveelheid van 120 ml giftige terpentine in het deeg te injecteren. Ze zou het gif en de nodige attributen gestolen hebben uit een lokaal op school.

Omdat de jongen schrik had, besloot hij de wafels de maandag erop zonder gif aan beklaagde te overhandigen. Overtuigd dat de wafel tot de vergiftiging en zelf dood van haar beste vriendin zou leiden, overhandigde ze de zoetigheid tijdens de speeltijd aan het slachtoffer.

Poging moord

Zelf ontkent ze de feiten en probeerde ze alle sporen te wissen. ,,Ze maakte een vals Facebook profiel aan op naam van de minderjarige die alles in haar opdracht moest uitvoeren”, stelt de officier van justitie. ,,Zo verstuurde ze berichten naar zichzelf en liet ze uitschijnen dat ze alles onder bedreiging van hem deed.” De officier van justitie vraagt een herkwalificatie naar poging moord en eist een celstraf van 48 maanden met probatie-uitstel.

Vrijspraak

,,Uit onderzoek blijkt dat je nooit de hoeveelheid van 120 ml in een gebakken wafel kan spuiten”, stelt de advocaat van beklaagde. ,,De maximale hoeveelheid bedraagt 50 ml en dan nog ruik je de terpentine. Niemand eet zo een wafel op. Het is dus onmogelijk om iemand op die manier te vergiftigen.” Verder stelt hij dat zijn cliënte een ernstige geestesstoornis had op het moment van de feiten. Hij vraagt de vrijspraak.