Thermen al 1e eeuw: Heerlen ouder dan gedacht?

Print
Thermen al 1e eeuw: Heerlen ouder dan gedacht?

Op het Tempsplein in Heerlen wordt momenteel een zogeheten spitsgracht, die rond het badhuis werd aangelegd, opgegraven. Foto: Bas Quaedvlieg

Het Romeinse badhuis in Heerlen dateert vrijwel zeker al uit de 1e eeuw. Daarmee is het badhuis - en mogelijk ook Heerlen zelf - een stuk ouder dan altijd is gedacht, blijkt uit nieuw onderzoek.

Lees het nieuws hierover op 1Limburg.nl

Voor een archeoloog is een antiek badhuis geen ideaal object. "Het is notoir moeilijk te dateren, omdat het continu, na elke badbeurt, werd schoongemaakt”, zegt Karen Jeneson, conservator van het Thermenmuseum in Heerlen. Allerlei mogelijk interessante objecten die datering mogelijk maken, werden dus elke dag weggegooid. 

Maar toch valt er wel iets te zeggen over de datering van het Romeinse badhuis in Heerlen. Alles lijkt erop te wijzen dat het niet pas in de 2e eeuw na Christus werd gebouwd, maar al in de 1e eeuw. Mogelijk, mijmert Jeneson, zijn aangetroffen brandsporen zelfs stille getuigen van de Bataafse Opstand die in 69-70 na Christus deze regio in zijn verwoestende greep had. En als er omstreeks 50 na Christus al een stenen badhuis in het toenmalige Coriovallum stond, is het waarschijnlijk dat in de rest van de vicus - zoals dit soort stedelijke nederzettingen indertijd heetten - nog meer stenen gebouwen hebben gestaan. Waarmee het tevens aannemelijk wordt dat Heerlen rond die tijd al verder in zijn stedelijke ontwikkeling was - en dús ouder is dan tot nu toe gedacht. 

De nieuwe inzichten vloeien voort uit bestudering van het vele, vele Romeinse materiaal dat in het depot van het Thermenmuseum ligt. In totaal zo’n 35.000 Romeinse objecten, waarvan een deel momenteel nauwkeurig onder de loep wordt genomen door een team specialisten. Metaalspecialisten, mortelspecialisten, botdeskundigen, muntenexperts: allemaal zoeken ze naar aanwijzingen over bouwfase en ouderdom van het best bewaarde publieke Romeinse badhuis in Nederland. De eerste uitkomsten van dit nog lopende onderzoek druppelen nu naar buiten. „Een van de conclusies is dat het badhuis veel vaker is verbouwd dan tot nu toe is aangenomen”, aldus conservator Jeneson. Tot dusverre werd uitgegaan van twee bouwfases, op basis van de enige wetenschappelijke studie tot dusverre, het boek Thermen en Castella te Heerlen-Coriovallum van A. van Giffen uit 1948. 

Ook de datering gaat op de schop. Van Giffen opperde dat het badhuis medio 1e eeuw was gebouwd, maar die hypothese werd losgelaten na vervolgonderzoek door professor Jules Bogaers in de jaren vijftig. Op basis van twee dakpannen met een stempel van het - toentertijd bij Xanten gelegerde - 30e Legioen concludeerde Bogaers dat het badhuis op zijn vroegst in 120 n. Chr. was gebouwd. „Die dakpannen blijken echter afkomstig uit een muurtje dat in een later stadium is aangebouwd”, aldus conservator Jeneson. „Die pannen zijn waarschijnlijk begin 2e eeuw gebruikt bij een verbouwing waar we ook een inscriptie over hebben.” 

En zo puzzelen de wetenschappers de nieuwe stukjes aan elkaar

Er zijn ook andere aanwijzingen, zoals een inscriptie ‘TICLAV’ die op een brokstuk is ontdekt. ‘TICLAV’ ofwel ‘TI-CLAU’ duidt mogelijk op keizer Tiberius Claudius, regeerperiode 41-54 n. Chr., legt Jeneson uit. Het badhuis, denken de experts nu, is zo’n vier eeuwen in gebruik geweest, de laatste periode waarschijnlijk als fort. „Dat zie je in alle Romeinse steden”, legt Jeneson uit. „De steden krompen en met het puin werden versterkingen aangelegd. We zien dat ramen van het badhuis zijn dichtgemetseld, een veeg teken.” Ook werd rond het badhuis een zogeheten spitsgracht aangelegd; die wordt momenteel opgegraven op het Tempsplein. 

En zo puzzelen de wetenschappers de nieuwe stukjes aan elkaar. Natuursteen die is gebruikt voor het badhuis blijkt afkomstig uit een Noord-Franse groeve die toen in militaire handen was. „Die militaire connectie loopt als een rode draad door alles heen”, aldus Jeneson. Het gegeven is van belang omdat het duidt op een woelige periode waarin er nog volop werd gevochten. Pas later, in de 1e eeuw, trad de Pax Romana in en kon Coriovallum zich verder ontwikkelen tot een handelscentrum achter de militaire linies. 

Veelzeggend zijn ook de zogenaamde ako-bekers die in Heerlen zijn gevonden: erg breekbare bekers met een zeer dunne wand die enkel tussen 20 v. Chr. en het jaar nul werden gemaakt in Italië. 

Coriovallum/Heerlen, zo lijkt wel zeker, was ook twee keer groter dan tijdgenoot Mosa Traiectum/ Maastricht: het bebouwde oppervlak van Heerlen bedroeg waarschijnlijk zo’n zeshonderd bij duizend meter. „Op een lezing in Maastricht heb ik wel eens gezegd dat Heerlen veel groter was. Ik werd bijna met pek en veren de zaal uitgedragen”, glimlacht Jeneson. 

Als het badhuis inderdaad dateert uit de 1e eeuw, is dat het oudste bewaard gebleven Romeinse gebouw in Nederland - Romeinse kelderresten in Nijmegen niet meegerekend. En het zegt ook wat over de vermoedelijke stichtingsdatum van Heerlen: een ‘luxueus’ stenen badhuis in een verder uit hout opgetrokken dorp is immers niet logisch. 

De Romeinse vestigingen in deze regio begonnen allemaal als houten dorpjes, legt Jeneson uit. „De verstening vond pas plaats aan het einde van de 1e eeuw.” Met andere woorden: de ‘houten fase’ moet daar aan vooraf zijn gegaan. 
Hard bewijs op welke plek de allereerste Romeinse spade de grond in is gegaan, is er niet. Datering op exacte jaren is nagenoeg onmogelijk. „Maar”, zegt Jeneson, „alles wijst erop dat we in Zuid-Nederland drie steden hebben van meer dan tweeduizend jaar oud”. 

Reageren? sjors.vanbeek@delimburger.nl