Beslist publiek de strijd tegen hondenpoep?

Print
Beslist publiek de strijd tegen hondenpoep?

Afbeelding: ANP

Dat hondenpoep een groot probleem is, daarover zijn de meeste mensen het wel eens. Maar over de oplossing lopen de meningen uiteen. De een zoekt het in strenger straffen en handhaven, de ander pleit voor meer voorlichting en voorzieningen als hondentoiletten en uitrengebieden.

Zaterdag mogen inwoners het zeggen, tijdens de eerste hondenpoepconferentie in Heerlen. Daar komen deskundigen als Martin Gaus aan het woord. Hij bepleit de vorming van hondenspeeltuinen en hondenscholen. Dat moet leiden tot meer sociale controle. Bovendien zouden de leden korting kunnen krijgen op hondenbelasting en bij dierenspeciaalzaken.

Nederland telt al een twintigtal hondenspeeltuinen, waar van twee in Limburg (Venlo en Eygelshoven).

Gemeenten in Nederland worstelen met het probleem. Dat leidt tot oplossingen als poepzuigers, strengere controles en zelfs dna-testen om de honden die hun poep achterlaten te achterhalen.

Ook in Heerlen is het probleem groot. De stad telt 8654 honden die samen 726.503 kilo poep per jaar per jaar produceren, heeft de gemeente berekend. In heel Nederland is de hoop maar liefst 126 miljoen kilo per jaar.

Heerlen heeft tien controleurs, die afgelopen twee jaar samen 43 bekeuringen en een veelvoud daarvan aan waarschuwingen uitdeelden. Dat is een druppel op een gloeiende plaat, beseft verantwoordelijk wethouder Nico Aarts (ouderen Partij Heerlen). Hij ziet dan ook weinig heil in alleen straffen, Ook een verplichting voor hondenbezitters om poepzakjes mee te nemen helpt volgens hem niet.

De werkgroep honden van buurtteam MSP (een van de grootste wijken van Heerlen) stelde die maatregel voor, die wel geldt in gemeenten als Landgraaf en Nuth. Dat zou controleurs een middel geven om onwillige baasjes op de bon te kunnen slingeren. Nu mogen ze alleen mensen bekeuren die ze op heterdaad betrappen en gebeurt maar weinig.

De bewonerswerkgroep is het met de wethouder wel eens over het belang van voorlichting. Werkgroeplid Rudolf van den Broek dook in de historie en kwam met

interessante voorbeelden uit het verleden. Hij trekt een parallel met de negentiende eeuw .

Destijds deden veel Nederlanders hun behoefte op straat, zoals honden nu. Door voorlichting van medici en andere deskundigen drong in de loop der jaren het besef door dat dit ongezond was. Het bewustzijn rond hygiëne is gegroeid. Nu moeten dat nog groeien voor onze viervoeters, vindt van den Broek.

”Er kwamen voorzieningen als schoon water en riolering. Nu is handenwassen en een toilet in huis normaal.” Zo normaal zouden ook hondentoiletten en poep opruimen moeten worden, wat Van den Broek betreft.

Wethouder Aarts is het wel met de bewonerswerkgroep eens dat de regels soms te onduidelijk zijn. Wat de werkgroep betreft moet voor iedereen duidelijk zijn waar je een hond wel of niet mag uitlaten.

Komen bewoners met opvallende historische vergelijkingen, deskundigen komen soms met onconventionele oplossingen. Zoals hondendeskundige Martin Gaus, een van de sprekers op de poepconferentie in Heerlen. Hij bepleit het stimuleren van hondenspeltuinen. Daarin zouden hondenbezitters kunnen samenkomen om een hondenschol te vormen. Dat leidt tot meer sociale controle; leden zullen elkaar eerder aanspreken als ze de poep van hun hond niet opruimen.

 

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje