'Emotioneel blijf ik een wrak'

Print
'Emotioneel blijf ik een wrak'

Afbeelding: Hbvl

Voor haar is de strijd niet gestreden. Marina Tijssen (53) kan zich weliswaar winden in de veroordeling tot 28 jaar opsluiting van Jelle Frenken (42), de man die haar vorig jaar zwaar verminkt heeft met zwavelzuur. "Maar elke dag vertelt de spiegel haar wat er is gebeurd. En dat kan zij maar moeilijk verwerken", zegt de dochter van Marina.

"Emotioneel blijf ik een wrak", geeft Marina Tijssen toe. Ze stapt ogenschijnlijk zelfverzekerd de rechtszaal uit, na de uitspraak waardoor haar belager voor 18, misschien zelfs 28 jaar naar de cel wordt gestuurd. Daarbovenop moet dader Jelle Frenken Marina en haar gezin 284.000 euro betalen. Delhaize krijgt net geen 1,95 miljoen euro voor de afpersing. Aangezien Frenken onvermogend is, zullen de slachtoffers zich tot de commissie voor Slachtofferhulp moeten richten om enige tegemoetkoming te krijgen. Ondanks het vonnis kan Marina tot vandaag nog altijd niet in haar eentje de Delhaize-winkel in Antwerpen betreden waar Frenken haar op 20 februari 2015 een volle beker geconcertreerd zwavelzuur over haar gezicht en arm gooide.

De diep gefrustreerde Nederlander had beslist Delhaize zo te dwingen hem 150.000 euro te "schenken". Omdat hij geen job meer had, maar de schijn bij zijn familie hoog wilde houden met een geveinsde nieuwe job in Barcelona. Hij kreeg uiteindelijk om en bij 7.000 euro, tot hij overging tot zijn waanzinnige daad waar Marina nog elke dag onder lijdt.

"Ik beleef nog elke dag wat toen gebeurd is. Ik hoor hem mij nog aanspreken, ik voel het bijtende product, ik ren nog naar de keuken van de winkel om het zuur met water te spoelen. Ik probeer wel het verleden achter mij te laten en vooruit te blikken. Maar makkelijk is dat niet", aldus Tijssen.

Harde realiteit
Marina herinnert zich hoe ze uit de kunstmatige coma ontwaakte waarin de artsen haar gebracht hadden om haar brandwonden te verzorgen. "Ik leefde toen in een irreele wereld, maar ik werd door de spiegel met de harde realiteit geconfronteerd. Wat mij vandaag de dag nog het meeste raakt, is dat zelfs mijn kleinkinderen mij over het gebeuren aanspreken. 'Hoe heeft iemand je dat kunnen aandoen, oma?', vragen ze mij dan. Maar ze voegen er ook aan toe dat ze blij zijn dat ik het almaar beter stel."

"Voor hen, voor mijn man, kinderen en familie die mij door dik en dun gesteund hebben, moet ik vooruitblikken. Ik ben tevreden dat mijn belager een strenge straf gekregen heeft. Ik vind het dan weer droevig dat hij en zijn familie weinig tekenen van empathie tegenover ons hebben getoond. Ik vind het ook vreemd dat hij in de gevangenis steun krijgt, terwijl hij door het gerecht afgeschilderd wordt als een gevaarlijk persoon."

"Door dit vonnis valt een last van mij af, maar vergeten zit er niet in. Ik ben nog maar een paar dagen geleden aan een oog geopereerd, en er volgen nog heelkundige ingrepen. Pijn is mijn dagelijkse lot. Maar ik hoop op beterschap over enkele maanden."