Katholieken wacht woestijntocht

Print
Katholieken wacht woestijntocht

Zo’n 450 priesters, diakens en parochiebestuurders luisteren naar de visie van bisschop Wiertz op de toekomst van de kerk in Limburg. Afbeelding: Harry Heuts

De kerk zal in deze streek ooit weer sterk zijn. Maar dat kan lang duren, als een tocht van veertig jaar door de woestijn. Een hele generatie zal dat niet meer beleven. En als er geen geld meer is, zullen priesters er een baantje bij moeten nemen. Zegt bisschop Frans Wiertz.

Sommige priesters moeten toch iets wegslikken, als bisschop Frans Wiertz heeft uitgelegd dat er in de toekomst geen geld meer is om alle kerkdienaren voluit te betalen. „Als echte missionarissen zullen de priesters straks bereid moeten zijn zelf een financiële bijdrage te leveren. Net zoals dat tot de jaren zestig van de vorige eeuw gebeurde. Toen had ook elke priester er een moestuintje bij, hield hij dieren of gaf hij les op school. Als dat straks weer het geval is, moeten we dat nu al onder ogen durven zien”, zegt Wiertz in zijn ‘toekomstvisie’ op de kerk in Limburg. 

De bisschop sprak zaterdag 450 priesters, diakens en parochiebestuurders toe die naar Abdij Rolduc in Kerkrade waren gekomen om samen de jaarlijkse Bisdomdag te vieren. „Ik heb vroeger Nederlands gestudeerd”, zegt deken Harrie Smeets van Venray in een eerste reactie. „Maar ik moet er niet aan denken dat ik nu, op mijn vijfenvijftigste, nog voor een klas moet gaan staan en les ga geven. Zeker naast al het drukke werk voor de kerk.” 

Als echte missionarissen zullen de priesters straks bereid moeten zijn zelf een financiële bijdrage te leveren

Smeets glimlacht even, want hij begrijpt ook dat bisschop Frans Wiertz zojuist een helder, maar ook onontkoombaar toekomstbeeld heeft geschetst van de Limburgse kerk. De feiten zijn immers keihard: het toch al minieme kerkbezoek daalt alleen maar verder, kerken kunnen in sommige plaatsen slechts met moeite open blijven en door minder inkomsten uit bijdragen en giften zal in de kerk straks schraalhans keukenmeester zijn. „Alle priesters hebben nu een vast salaris en ze hebben een uitstekende pensioenregeling” zegt Smeets. „Maar dat hou je niet nog tientallen jaren vol. Daar moeten we ons op instellen.” 

Bisschop Wiertz vergelijkt de situatie in de kerk met de situatie in de Nederlandse samenleving. „Sinds de jaren zestig kwamen er steeds meer sociale wetten en zekerheden. AOW, bijstand, WW, allerlei regels in de zorg - wetten die waren gemaakt om de solidariteit tussen de mensen te bevorderen. Langzaam maar zeker werden die wetten echter steeds meer als een ‘recht’ van de mensen beschouwd. Omdat steeds meer mensen daarop een beroep zijn gaan doen en de financiële middelen daarop niet berekend zijn, raakt het systeem dolgedraaid en is het niet meer te handhaven. Daarom zie je nu allerlei maatregelen van de overheid om bijvoorbeeld de kosten in de zorg te drukken. De kerk kent een parallelle ontwikkeling. We hebben goede voorzieningen voor priesters. En als bisdom kunnen we vaak ondersteunen. Zo nemen we vaak 20 procent van restauratiekosten van een kerk voor onze rekening. Maar dat is in de toekomst niet meer mogelijk. Priesters die over pakweg twintig jaar hier aan de slag gaan, zullen zelf ook voor inkomsten moeten zorgen”, voorziet Wiertz. 

Over een tekort aan priesters maakt Wiertz zich geen zorgen. De priesteropleiding in Rolduc telt op dit moment 47 studenten. „En daarvan komen er liefst 43 uit Zuid- Amerika, Sri Lanka en Indië. Hier zie je dat de grote wereldkerk ons te hulp schiet. Zoals wij in het Westen vroeger de Derde Wereld te hulp schoten. Wist u dat in 1950 liefst 14 procent van alle missionarissen ter wereld uit Nederland kwam? Tegenwoordig wonen er meer katholieken in Azië dan in Europa. Zo vreemd is het dus niet dat andere continenten ons hier nu komen helpen.” 

Of de katholieke kerk in Limburg een toekomst heeft? Wiertz is er vast van overtuigd. Al zal het een kwestie van lange adem en vertrouwen zijn, vindt hij. „Wetenschappers wijzen er in prognoses op dat nog maar 25 procent van de Nederlandse bevolking in God gelooft. ‘Dan zal de kerk op den duur wel verdampen’, concluderen zij dan. Maar dat is een tunnelvisie. Men heeft dan geen oog voor de Wereldkerk. 
Die blijft groeien. Telkens zullen de katholieken elkaar onderling blijven helpen. Dat is alleen moeilijk te geloven, als je in een dal zit. Soms wordt het geloof triomfaal uitgedragen, zoals in de eerste helft van de vorige eeuw. Soms ook wordt er over het geloof alleen maar gefluisterd. Die periodes wisselen elkaar in de geschiedenis altijd af, als een reactie op elkaar. We zitten nu een in tijd dat veel gelovigen zich zorgen maken over de toekomst. Maar ik ben niet zo angstig.” 

Het herstel van de kerk zal in deze streken wellicht lang gaan duren, voorspelt de bisschop. Hij vergelijkt het met de veertig jaar dat het volk van Israël door de woestijn zwierf, voordat het in het Beloofde Land aankwam. „Onderweg was er steeds onvrede” zegt Wiertz. „Men verlangde terug naar de vleespotten van Egypte, er was gemopper over het voedsel, er was ongeloof, men keerde zich af van God en begon een gouden Kalf te aanbidden. En velen van hen stierven onderweg en zouden het Beloofde Land nooit zien. Zelfs hun leider Mozes was het niet gegeven uit de woestijn te geraken. Zoiets maken wij in onze tijd ook mee. Veel mensen mopperen en hebben zich van God afgekeerd. 

En ook nu zal er een hele generatie zijn die het einde van de tocht niet zal meemaken. Want geloof maar niet dat we over tien jaar al uit de woestijn zijn. Wie dat denkt, zal bedrogen uitkomen. Maar er zijn lichtpuntjes onderweg. Noem het oases. Soms maar met twee sprietjes als bomen. Tekenen van mensen die het geloof tastbaar houden. Zoals bij de Passiespelen in Tegelen of de Heiligdomsvaart in Maastricht. Maar ook kleiner: bidgroepen van moeders die voor hun kinderen bidden, stagiaires van de pabo die graag catecheselessen geven, de gretigheid van kinderen die het vormsel ontvangen en ontvankelijk zijn voor Gods Heilige Geest, mensen die in de diaconie, de zorg voor behoeftigen actief zijn. Er zijn genoeg tastbare tekenen van levend geloof in ons bisdom. Daarom zullen wij ook nooit de kerken in de dorpen en in de centra van de steden sluiten. Want God woont in de kerk en zal dus steeds bij de mensen zijn.” 


 

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje