Roda boekt bovenal mentale zege

Print
Roda boekt bovenal mentale zege

David Boysen (rechts) heeft met zijn goal een einde gemaakt aan een droogte van liefst 687 minuten (beker en competitie). Afbeelding: ANP Proshots

Met de wijze ogen van Sef Vergoossen op de tribune en een grote engel op de lat sleepte Roda JC eindelijk de eerste zege binnen. De kostbare driepunter bij Excelsior (0-1) heeft bovenal mentale waarde voor een ploeg die hevig zoekt naar een fundament.

Succes heeft vele vaders, maar Sef Vergoossen is niet de man die een onbedwingbare behoefte voelt om deze wijsheid te onderstrepen. 

Terwijl vrienden, familie, sponsors en directie van Roda JC om half vijf zondagmiddag boven de spelerstunnel van Woudestein de winnaars van de dag bejubelen, staat de nieuwe technisch adviseur een eind verderop van zijn rode kuipstoeltje op, in zalige anonimiteit. 

Alleen, in alle rust, heeft hij deze middag op de Henk van Zon Tribune naar een hard werkende, maar nog fragiel ogende ploeg gekeken, als een meesterbioloog die zijn studieobject onder de microscoop legt. Ongetwijfeld zal hij deze week zijn analyse delen met Yannis Anastasiou, de coach die ruimhartig accepteerde dat twee ogen over zijn schouders meekijken en nu eindelijk wat meer lucht krijgt. 

Het zou verleidelijk zijn om nu meteen te spreken van het ‘Sef-effect’, maar dat zou een veel te makkelijke conclusie zijn. De éminence grise van het Limburgse voetbal heeft met zijn komst zeker wat losgemaakt in Kerkrade, al was het maar dat de druk op de schouders van Anastasiou en technisch directeur Ton Caanen wat weggenomen is, maar Vergoossen is de eerste die zijn rol in het juiste perspectief zal zien. Bewust beperkte hij zijn inbreng in zijn eerste dagen tot enkele aftastende gesprekken met de technische staf, zonder zich met zaken als de opstelling te bemoeien. Vermoedelijk zal zijn invloed vanaf nu een stuk groter worden. Ook de eerste, bevrijdende zege kan niet verbloemen dat er in Kerkrade nog bergen werk te verzetten zijn. 

Bovenal ligt de waarde van de fortuinlijke overwinning in Rotterdam op het mentale vlak. De spelers, die wekenlang moesten aanhoren dat ze niet meer kunnen winnen, zijn voor even verlost van hoon en bijtende kritiek. Anastasiou wint tijd om aan te tonen dat hij wel degelijk een plan en een visie heeft. De hoogspanning rond het Parkstad Limburg Stadion zal afnemen, voorlopig tenminste. Weg zijn de statistiektijgers die Roda achtervolgen: na een droogte van liefst 687 minuten (beker en competitie) weet de ploeg eindelijk weer eens te scoren, via een gouden doelpunt van de weer uit het vet gehaalde David Boysen. En, niet zeker niet onbelangrijk voor het moreel, Roda is officieel geen hekkensluiter meer. 

PEC is de nieuwe schlemiel van de eredivisie, met evenveel punten als de Kerkradenaren (zes), maar een slechter doelsaldo. Op het sportieve vlak valt echter nog veel, zo niet alles te winnen, ook dát is het verhaal van deze middag in het kleinste stadion van de eredivisie. 
Wonder boven wonder overleeft Roda in de eerste tien minuten een ware stormloop van Excelsior, dat ontketend aan de wedstrijd begint. 

De thuisploeg krijgt vier 24-karaats kansen, maar een excellerende doelman Benjamin van Leer houdt de Limburgse equipe in leven, evenals een dosis geluk die in eerdere wedstrijden soms node ontbrak. 

De beroerde openingsfase kan niet los gezien worden van de zoveelste make-over van het elftal. Anastasiou heeft opnieuw zijn basis grondig gewijzigd. Boysen, De Silva en Ajagun staan aan de aftrap, ten koste van Rutjes, Mytides en Auassar. 

Vooral voor die laatste, ex-Excelsior, is dat een bittere pil. Pas na een minuut of twintig lijken de Roda-spelers te wennen aan de nieuwe samenstelling, zonder echt dreigend te worden. Na rust is de ploeg dat plots wel, en direct met resultaat. Boysen verzilvert een zeldzame scherpe aanval, na een assist van Daniel de Silva: 0-1. Excelsior start vervolgens een lang offensief. 
Maar Roda geeft geen krimp, met Daryl Werker als rots in de branding en Farshad Noor als de straatvechter op een voor hem vreemde plek als controleur op het middenveld. 

Na negentig minuten staat eindelijk een uitslag op het scorebord waarmee ze de geelzwarte enclave op de tribunes, van fans tot directeur, onder ogen kunnen komen. Vanaf een afstand, op zijn rode stoeltje, kijkt een man met onmiskenbaar voetbal-DNA toe. Het is wellicht te vroeg om nu al van het ‘Sef-efffect’ te spreken, maar dit resultaat kan niemand meer uit de boeken gummen.