Heerlense tranen voor Marcinelle

Print
Heerlense tranen voor Marcinelle

Afbeelding: Luc Lodder

Op 8 augustus 1956 loeiden de sirenes over het mijngebied van Bois du Cazier in Marcinelle, nabij Charleroi. Op die dag dit jaar zestig jaar geleden komen 262 mijnwerkers om het leven ondergronds in de mijn. Onder de slachtoffers één Nederlander, mijningenieur Jan Stroom uit Heerlen.

„Dood wat zijt ge wreed door zo toe te slaan op het Bittere Hart, de mijngroep waartoe Bois du Cazier behoort, waar talloze mannen diep in de grond waren afgedaald om er te werken voor hun vrouw en kinderen. Zelfs zij die hun ingesloten kameraden te hulp snelden om hen te redden uit de afgrond van chaos en ellende hebt ge niet gespaard.”

Deze aanklacht staat op het bidprentje voor Jan Humberto Stroom die op 28 maart 1957 wordt begraven op het kerkhof aan de Akerstraat in Heerlen. Dat is bijna acht maanden na zijn dood ondergronds. Pas op 19 maart 1957 kregen zijn vrouw en kinderen in Heerlen het officiële bericht dat zijn lijk uiteindelijk geborgen was.

Enorme brand
Het is een mooie zomerdag die 8ste augustus 1956. Maar 262 mijnwerkers zullen dat zonlicht nooit meer zien. Op de 975 meter verdieping wil rond acht uur ’s ochtends een inkooider een volle kolenwagen inkooien. Door een defect wordt een lege kolenwagen niet geheel uit de kooi geduwd en als de liftkooi omhoog gehaald wordt, raken beide wagens geklemd tegen de schachtwand en trekken olie-, perslucht-, telefoon-, en elektriciteitsleidingen stuk. Een enorme brand in schacht I is het gevolg. Die brand wordt extra aangewakkerd door vernevelde olie uit de olieleiding en de afzuiging door de ventilator van schacht II.

Mijningenieur Jan Stroom is op Bois du Cazier aanwezig als opzichter bij de firma Enterprises générale de Travaux Miniers et Publics, die is ingehuurd om te werken aan het afdiepen van een nieuwe schacht. Zijn ploeg moet een opbraak maken vanuit de 1035 meter verdieping naar een hoger geleden verdieping. Jan Stroom is nog gekleed in zijn burgerkloffie: regenjas en hoed.

Lijken
Hij bedenkt zich geen seconde en gaat de brandende mijn in om de levens van collega’s beneden te redden. Zes kompels weten zich met de laatste kooi van de verdieping 1035 meter onder de grond in veiligheid te brengen. Zij zien tot hun verbazing een afdalende kooi passeren met daarin Jan Stroom. Zijn liftkooi schiet regelrecht het vuur tegemoet. De mannen horen hem nog roepen: „Het is mijn plicht. Volg me later.” Even later smelten de kabels van de lift en storten de liftkooi naar beneden. Er valt niets meer te redden. Tutti cadaveri, alleen maar lijken daar beneden, roepen Italiaanse kompels. 

Het blijken uiteindelijk 262 lijken te zijn. Het Limburgsch Dagblad en De Nieuwe Limburger berichten uitgebreid over de ramp en over de Heerlenaar die vermist wordt. In het Limburgsch Dagblad van 11 augustus 1956 lezen we: „Een van de meest aangrijpende daden van heldhaftigheid bij het begin van de mijnramp van Marcinelle is verricht door een Heerlense mijnbouwkundige, Jean Stroom (zoals ze hem in Wallonië noemden, red.), 40 jaar oud, vader van drie kinderen.” Het gezin Stroom woont in de Vrijdagstraat in de Heerlense wijk Molenberg.

Vermissing
Daar komt directeur Frederic Lebrun van de firma mevrouw Stroom persoonlijk op de hoogte stellen van de ramp en de vermissing van haar echtgenoot. In De Nieuwe Limburger van 13 augustus lezen we: „Nu weet zij dat haar man waarschijnlijk is ingesloten op de 1035 meter verdieping waarheen hij zich heeft laten overbrengen na bovengronds te hebben vernomen, dat enkelen van zijn ondergeschikten in benarde omstandigheden waren komen te verkeren. Hij daalde in de mijn af en is niet meer naar boven gekomen.” 

Het Limburgsch Dagblad: „Aan de Vrijdagstraat no. 29 te Molenberg- Heerlen wacht een dappere vrouw op berichten uit Marcinelle... Zij raakte niet in paniek, zij bleef dapper... Mevrouw Stroom zorgt voor haar drie kinderen en wacht en wacht. En met haar mee wachten de honderden en honderden vrienden van Jean Stroom, die hem kennen als een kundig en beminnelijk man.” 

Tegenbezoek
Pas veertig jaar na de ramp gaat mevrouw Stroom met haar kinderen voor het eerst naar Marcinelle om de plek te bezoeken waar echtgenoot en vader Jan Stroom zijn einde vond. Maandag bracht Marcinelle zestig jaar na de vreselijke ramp een tegenbezoek aan Heerlen.

Alle personeelsleden van het mijnmuseum Le Bois du Cazier waren per bus naar Heerlen afgereisd om bloemen te leggen op het graf van de moedige mijningenieur en om daarna een bezoek te brengen aan het Nederlands Mijnmuseum in Heerlen. Limburgse kompels zijn ook naar de begraafplaats aan de Akerstraat in Heerlen gekomen om bloemen te leggen op het graf waarin Jan Stroom is begraven. Ook zoon Jean Stroom, 75 inmiddels, is uit zijn woonplaats Amsterdam naar de kleine herdenkingsbijeenkomst in Heerlen gekomen.

 

Dinsdag meer in De Limburger

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje