Nieuwe verdenkingen politiemol: plaag of patroon?

Print
Nieuwe verdenkingen politiemol: plaag of patroon?

Afbeelding: Ruben L. Oppenheimer

De 50-jarige agent die vastzit voor het lekken van informatie, was mogelijk ook betrokken bij twee liquidatiepogingen. De man is maandag in zijn cel opnieuw aangehouden op de nieuwe verdenkingen.

Lees het nieuws hierover op 1Limburg.nl.

De 50-jarige Limburgse politieman zou eerder drie ton hebben ontvangen voor het leveren van politie-informatie aan criminelen. Hij was afdelingshoofd bij de basiseenheid Westelijke Mijnstreek. De van corruptie verdachte agent stond op de ‘loonlijst’ van een zware crimineel. Via hem circuleerde in het Limburgse misdaadmilieu een lijst met alle kentekens van observatie- auto’ s van de politie.

Die informatie werd vergaard door een undercoveragent. De spion, bij de politie bekend als ‘Geheim agent A3930’, had opdracht om onderzoek te doen naar de liquidatie van Brunssumer Sven Prins in september 2015. De undercoveragent had vier maanden contacten met verdachte personen uit Brunssum en omgeving. Tijdens zijn werk stuitte hij op de vermeende corruptie. 

De verdachte politiefunctionaris diepte jarenlang onder de naam van andere werknemers informatie heeft op uit politiesystemen. Hij gebruikte wisselende identiteiten om te voorkomen dat zijn praktijken aan het licht kwamen. De spion hoorde via zijn contacten in het criminele circuit in Parkstad dat de verdachte politieman ook geld kreeg voor andere ‘politie-dingen’. 

 

In Limburg lijkt het afgelopen jaar sprake van een ware 'politiemollen-plaag'. Lees hieronder een achtergrond uit De Limburger van 17 augustus 2016 bij deze zaken.


Alweer een lek: toeval of patroon?

DOOR MARCO VAN KAMPEN

Alleen al in Limburg was het in anderhalf jaar tijd vier keer raak. Mike D. uit Kerkrade beet het spits af. De rechercheur werd in januari 2015 gearresteerd vanwege het verkopen van vertrouwelijke politie-informatie. Zo’n zeven maanden later zorgde Mark M. uit Weert voor misschien nog wel een groter schandaal. 

De agent werd opgepakt omdat hij politiedossiers tegen betaling zou hebben doorgespeeld naar criminelen. Envlak daarna was het opnieuw kassa. Twee Limburgse dienders werden in de kraag gevat omdat ze verdacht worden van het lekken van geheime informatie. Dat brengt de teller op vier. Een optelsom die zorgen baart, moest politiechef van de eenheid Limburg Gery Veldhuis in een door hemzelf geïnitieerde persconferentie toegeven. Om vervolgens te benadrukken dat de situatie in Limburg écht niet anders is dan elders in het land. 

Maar wat ís die situatie dan? Hebben we het hier over individuele gevallen die toevallig kort na elkaar aan het licht zijn gekomen? 
Zitten de media er dichter op en liggen dit soort kwesties dus eerder onder een vergrootglas? Of zwicht de allesbehalve riant gesalarieerde Nederlandse politieagent anno nu mogelijk eerder voor de verleiding van puissant rijke criminelen die met hun dikke portemonnees zwaaien? 

In dat laatste geval zou de Nationale Politie met een structureel probleem kampen. Of er inderdaad meer aan de hand is, dat vraagt ook criminoloog Hans Nelen zich af. Hij zegt momenteel bezig te zijn met een onderzoek dat zich richt op corruptie bij onder meer politie, marechaussee en douane, maar daarover wil hij nog weinig kwijt. „Ik ben net gestart. Het is nog te vroeg om daar inhoudelijk iets over te zeggen. Over een halfjaar hoop ik dat wel te kunnen.” 

Gerrit van de Kamp, voorzitter van politievakbond ACP, waardeert die terughoudendheid. „Pas als je weet wat de motivatie van de lekkende agenten was, kun je conclusies trekken. Los daarvan is het natuurlijk onaanvaardbaar wat er is gebeurd. Het is schadelijk voor het imago van de politie en levert intern een hoop commotie op. Dat Veldhuis ervoor heeft gekozen om open kaart te spelen voor zover het onderzoek het toelaat, snap ik. Hij is daarmee duidelijk en transparant. Doe je dat niet, dan krijg je al snel het verwijt dat je iets ‘onder de pet’ houdt.’’ 

Limburg lijkt het integriteitsvraagstuk sowieso bijzonder serieus te nemen, zo blijkt uit onlangs gepubliceerde cijfers in Trouw. Per 100 politiemensen waren er tussen 2012 en 2015 in de eenheid Limburg bijna 3 onderwerp van een integriteitsonderzoek, zo becijferde het dagblad. Dat is ongeveer twee keer zoveel als in Den Haag (1,49) en Amsterdam (1,21). De eenheid Rotterdam (4,9) loopt voorop als het gaat om het handhaven van de integriteit. 

Michiel Princen, oud-journalist, voormalig rechercheur en auteur van De Gekooide Recherche, juicht deze extra alertheid toe. „Je hebt in mijn optiek weinig voorbeelden nodig om het belang van integriteit binnen de politie onder ogen te zien. Garanties kun je natuurlijk nooit geven, maar er zijn manieren om de risico’s op herhaling te minimaliseren.” 

Princen doelt onder meer op de screening van agenten. „Die zou wel wat frequenter kunnen. Om de vijf jaar, wat mij betreft. Nu is het zo dat als je eenmaal binnen bent, je verder niet meer gescreend wordt, tenzij je van functie wisselt. Maar tijdens iemands loopbaan kunnen er natuurlijk een hoop veranderingen plaatsvinden in de privésfeer of op financieel gebied, die risico’s met zich mee kunnen brengen. Die risico’s kunnen met herhaalde screenings aan het licht komen.” 

Een ander punt van aandacht, volgens Princen: wie heeft toegang tot gevoelige politie-informatie? „Het is lang niet altijd zo dat enkel de rechercheurs die op de betreffende zaak zitten, kunnen meekijken. Vaak zijn ook collega’s die bijvoorbeeld slechts voor korte duur zijn ingezet - tijdens een actiedag of bij doorzoekingen - geautoriseerd om bij die informatie in het systeem te kunnen. Daar moet je alert op zijn. Je moet steeds blijven kijken wie erbij kan en voor wie dat nog echt nodig is.” 

Ten slotte mag er, als het aan Princen ligt, wel wat meer aandacht worden besteed aan het „bulkbegrip” ‘integriteit’. „Het is in de loop van de tijd aan verandering onderhevig. ‘Vroeger was het allemaal wat soepeler’, hoor je soms. Het is daarom goed om bij te houden wat we inmiddels onder integriteit verstaan. Wat is goed handelen? Door middel van interne workshops, waarin fictieve of waargebeurde cases worden behandeld, kun je die vraag samen beantwoorden. Ook een ethicus zou hierin een rol kunnen spelen. Zo hou je het thema ook bij iedereen onder de aandacht.”