Tienerschool biedt houvast

Print
Tienerschool biedt houvast

Afbeelding: ANP

Een experiment in het onderwijs: de Tienerschool. Groep 7 en 8 van de basisschool en de eerste klassen van de middelbare school samen. Het begint als proef in Parkstad. Voor een betere overgang en meer kansen voor scholieren.

Jaar na jaar een eerste plek. Voorwaar een prima score voor Limburgse basisscholen bij de eindtoets voor leerlingen in groep 8. Landelijk gezien scoorde Limburg van 2010 tot 2015 als beste bij het gemiddeld toetscijfer. Die topnotering betekent ook dat veel Limburgse kinderen op havo of vwo terechtkomen, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht (UM) naar de stand van zaken in het Limburgse onderwijs. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Educatieve Agenda Limburg, een samenwerking tussen de kennis- en de onderwijsinstellingen in de provincie. 19,3 procent van de Limburgse achtstegroepers kwam in 2015 op het vwo terecht, 29 op de havo en 51,7 op het vmbo. Alleen NoordHolland en Utrecht scoren beter. Uitgesplitst naar regio’s kennen Maastricht-Heuvelland en Sittard-Geleen procentueel de meeste vwo’ers en havisten, Noord-Limburg en Parkstad blijven flink achter. Reden daarvoor volgens de UM: het zijn regio’s met veel laagopgeleiden en scholen verwijzen leerlingen met eenzelfde eindtoetsscore minder vaak naar havo of vwo. 

Tienerschool

Dat moet anders, vindt Bert Nelissen, bestuursvoorzitter van onderwijsstichting Innovo. Nelissen werkt, samen met de andere onderwijskoepels in Parkstad, aan het opzetten van een Tienerschool. Een school voor leerlingen tussen 10 en 14 jaar. Grosso modo de groepen 7 en 8 van het basisonderwijs en de leerjaren één, twee en soms drie van het voortgezet onderwijs. Ze zitten samen in één gebouw, krijgen – deels - samen onderwijs, werken samen aan projecten om vervolgens een meer gerichte keuze voor een onderwijsniveau te maken. Nelissen: „Vooral bij jongens is 12 jaar veel te jong om een goede keuze te kunnen maken.” De eindtoets van het basisonderwijs is allang niet meer het maken.”

De eindtoets van het basisonderwijs is allang niet meer het enige meetpunt voor de vervolgkeuze. Wat Nelissen betreft wordt die keuze grondig voorbereid. „Zeker omdat het steeds lastiger blijkt om door te groeien van het ene naar het andere niveau in het voortgezet onderwijs. Bij een goed onderbouwde en gerichte keuze is de kans op een hogere vervolgopleiding groter.” Het plan voor de Tienerschool wordt uitgerold binnen het project IBA in Parkstad. waarbinnen Nelissen voorzitter is van het deel ‘onderwijs en samenleving’. Volgens de Innovobestuurder is het wachten op het ministerie van Onderwijs dat experimenteerruimte moet bieden. Nelissen hoopt binnen een jaar te kunnen starten.

Turbulent

Het initiatief voor een Tienerschool is niet nieuw, maar ook nog niet wijdverspreid. In Gorinchem, Ridderkerk en Amsterdam zijn projecten gestart. De moeilijkheid bij het opzetten van een Tienerschool is dat het eigenlijk geen school is. Het is een samenwerking binnen het onderwijs, dat juridisch en bestuurlijk haken en ogen kent. Twee vormen van bekostiging, twee toezichtkaders, twee schoolbesturen. Toch gloort er hoop, weet Lenie van Lieverloo, expert bij onderwijsadviesbureau KPC Groep, die diverse trajecten voor Tienerscholen begeleidt. „Er zijn nu 70 schoolbesturen bezig met wat wij het 10-14 onderwijs noemen” zegt Van Lieverloo. „Dat valt ook op bij het ministerie..” Volgens Van Lieverloo is de Tienerschool een goede impuls voor de doorlopende leerlijn, de onderwijslijn tussen 2 en 18 jaar die kinderen doorlopen. „En net op hun twaalfde, een zeer turbulente leeftijd, moeten ze die belangrijke keuze voor het vervolgonderwijs maken.” De al lopende initiatieven in Nederland bewijzen dat twee jaar langer wachten met die keuze beter is. Zeker voor de leerlingen tussen vmbo en atheneum in. „Kinderen zijn dan rijper, beter in staat om hun eigen leerlijn bij de hand te nemen”, zegt Van Lieverloo. „Maar daar is wel tijd voor nodig. Je hebt de werkwijze van scholen en scholieren niet zomaar veranderd. We willen ook niet het hele systeem veranderen, er moet experimenteerruimte zijn om die leerlijn te versterken.”  

Ongelijkheid

Dat is exact de opvatting van Bert Nelissen. Vanwege de beter onderbouwde onderwijskeuze, maar ook om sociale ongelijkheid tegen te gaan. Vroeg selecteren leidt tot grotere ongelijkheid, zo bleek recent uit een onderzoek. In Limburg komt daar nog eens bij dat de groep kinderen van laagopgeleide ouders groter is dan in de rest van Nederland, zo blijkt ook uit de eerder aangehaalde onderwijsschouw van de UM. Concreet: kinderen van ouders met een lagere opleiding hebben een grotere kans zelf ook op een lagere opleiding terecht te komen. Soms is daar weinig aan te doen, maar het komt voor dat de ouders hen laag inschatten, of dat de leraren dat doen. Twee jaar langer wachten, biedt een beter beeld van de leerling. Daarbij kan hij of zij dan ook zelf het stuur beter in handen nemen. Nelissen: „We willen wel eerst nog overleggen met de ouders. Misschien zien zij dit wel helemaal niet zitten. We willen kinderen ook absoluut geen proefkonijnen maken. Maar aan de kinderen ook absoluut geen proefkonijnen maken. Maar aan de Tienerschool zitten genoeg voordelen om te zeggen dat we dat moeten doen. Zeker in Parkstad.”

De Tienerschool zal niet voor elke leerling interessant zijn. Maar voor iedereen die op de grens tussen vmbo en havo of havo en vwo zit, verwachten de kenners kansen. Kansen om zo hoog mogelijk in te stromen. Nelissen: „Wanneer wij er niet in slagen om lage verwachtingen te doorbreken bij ouders en leerkrachten, dan lossen wij de onterechte kansenongelijkheid niet op. Dat zou eeuwig zonde zijn.

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje