Lezen moet je bijhouden

© MGL

Eén op de acht Limburgers heeft moeite met lezen en schrijven. Dat zijn echt niet alleen maar oudere, laagopgeleide mensen. Ook bijna 15 procent van de vijftienjarigen is laaggeletterd. Dat verkleint de kans op een baan.

Monique Evers

Robert Doyen, opleidingsmanager van het ROC Leeuwenborgh in Maastricht, ziet ze regelmatig: jongeren die moeite hebben met lezen en rekenen. „Ik merk dat veel kinderen niet het niveau hebben dat ze aan het eind van de basisschool zouden moeten hebben. Het leesniveau is echt een stuk lager dan vijf jaar geleden.”

Doyen was dinsdagmiddag één van de deelnemers aan de conferentie Samen voor Taal in Roermond waar laaggeletterdheid centraal stond. Laaggeletterdheid kost de Nederlandse samenleving niet alleen ruim 556 miljoen euro, het is vooral lastig voor de mensen zelf.

Formulieren lezen en invullen is een ramp, net als het begrijpen van bijsluiters bij medicijnen of hypotheekaanvragen. Maar ook voorlezen aan kinderen of kleinkinderen is er niet bij. Of het lezen van ondertitels op televisie. Laaggeletterden hebben een kleinere kans op werk en zijn minder productief. „Je ziet ook vaak dat ze dingen niet meer doen. Kortom: ze doen niet volwaardig mee in de maatschappij”, zegt professor laaggeletterdheid Maurice de Greef. Wie heeft leren lezen moet dat onderhouden, zei hij. Dat geldt ook voor kinderen. Er zijn nog altijd kinderen die opgroeien zonder leesboekjes, waar ouders zelf ook geen boeken of de krant lezen. Het Nederlands ontwikkelt zich, er komen steeds meer nieuwe, maar ook Engelse woorden in voor. Wie nooit leest, komt er niet mee in aanraking en loopt een achterstand op. Daarbij komt dat lezen en begrijpen wat er staat, twee verschillende dingen zijn.

Volgens De Greef is ons onderwijssysteem erg gericht op succes. „Met als gevolg dat er een groep is die er steeds met de hakken over de sloot achteraan hobbelt. Vaak zie je ze dan in het mbo-onderwijs uitvallen. En dan helpt het niet als we vooral focussen op toetsen en nog eens toetsen. Deze groep heeft veel meer aan goede begeleiding.”

De Greef vindt niet alleen dat er een verantwoordelijkheid ligt bij het onderwijs, ook bedrijven moeten investeren in de aanpak van laaggeletterdheid. Veel werkgevers zeggen echter dat ze „die problemen” niet hebben. Laatst nog kreeg De Greef van een grote bakkerij te horen dat er in dat bedrijf echt geen laaggeletterden werkten. Hoe hij het in zijn hoofd haalde om dat te suggereren ? „Terwijl één op de acht mensen laaggeletterd is.”

Fred Dijk van het Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid-Limburg heeft dezelfde ervaring. Hij deed onlangs 150 brieven de deur uit naar bedrijven om ze te wijzen op de mogelijkheden om werknemers te helpen. „Want je hebt als werkgever de plicht de talenten van je mensen te helpen ontwikkelen, zodat ze zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren. Daarom heeft de WOZL ook twee mensen in dienst die taallessen geven” Dijk kreeg op zijn brieven trouwens precies één reactie. Hij is echter niet van plan om het daar bij te laten zitten.

Toch zijn er bedrijven die wel al focussen op de laaggeletterden. Zo hebben de baliemedewerkers van de Rabobank inmiddels de cursus ‘Hoe herken ik een laaggeletterde’ gevolgd. Want daar begint het mee. „Wie kan lezen en schrijven heeft geen idee hoe het voelt als je dat niet kunt”, zegt Fred Dijk. „Ik stel me dan altijd voor dat ik in China of Japan ben en niets snap van al die tekens. Dan voel je je toch heel ongelukkig?”

Reageren? monique.evers@delimburger.nl

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee