Voetbal, maar dan anders

Print
Voetbal, maar dan anders

Afbeelding: AD

Amateurclubs in Limburg zien heus wel de potentie van het nieuwe pupillenvoetbal. Met kleine teams en kleinere velden, zoals de KNVB voorstelt. Het is vooral de praktische uitvoering die de verenigingen zorgen baart. „Hoe krijg ik hier in godsnaam de vrijwilligers voor bij elkaar?”

Het was wel even wennen voor de jeugdspelertjes van VV Scharn om op zo’n klein veldje met twee tegen twee te spelen. „Dat vonden ze heel vreemd ja”, beaamt Marcel Eijkenboom, technisch jeugdcoördinator bij Scharn. „Maar na twee, drie partijtjes hadden ze het door”, stelt Eijkenboom over de ervaringen tijdens de proef met het nieuwe pupillenvoetbal die twee weken geleden bij Scharn gehouden werd.

„In de huidige opzet spelen die kleintjes vier tegen vier. Maar dan staan er aan beide kanten meestal twee ‘gras te plukken’. In de nieuwe opzet dwing je ze om mee te doen. Je krijgt ook heel andere uitslagen: 7- 10 of 11-8. Voor de kids is dat geweldig. ‘Vijf keer gescoord opa’, daar spreken ze het hele weekend over.”

Laat dát nou precies de bedoeling zijn van de KNVB met de nieuwe opzet van het pupillenvoetbal. Een grotere betrokkenheid en betere ontwikkeling van de jeugdspelers, maar vooral: meer spelplezier. Zodat meer kids gaan en ook blijven voetballen. Daarbij is de bond niet over één nacht ijs gegaan. Aan de plannen ligt gedegen wetenschappelijk onderzoek ten grondslag. De meeste clubs in Limburg zien net als VV Scharn ook echt wel de verbeteringen die de KNVB met de voorstellen voor ogen staan, zo blijkt uit een rondgang langs verenigingen in de provincie. Zij voorzien echter ook problemen. Met name bij de praktische uitvoering, die door de KNVB bij hen op het bord is gelegd. Sowieso voelen veel clubs zich door de bond nogal voor het blok gezet. De KNVB hield de afgelopen weken tachtig bijeenkomsten in den lande over het nieuwe pupillenvoetbal.

„We dachten: dat is nog maar een plan, en die avond vooral informatief”, zegt jeugdcommissielid Jan Smits van VV Baarlo, die in Velden bij zo’n avond aanwezig was. „Maar het bleek al heel serieus en concreet allemaal.” 

Geen voorstander

Wat heet, komend seizoen (2017/2018) moet de nieuwe opzet al praktijk zijn, zo luidt het streven van de KNVB. Dat gaat veel verenigingen erg snel. „Nee, wij zijn hierover als club niet geïnformeerd”, laat jeugdvoorzitter Jacco Teeuwen van IVS in Berg aan de Maas weten. „Dat is kennelijk langs ons heen gegaan.” Sinds vorige week is Teeuwen doende zich eigenhandig in de materie te verdiepen. Maar echt enthousiast wordt hij er niet van. „Dit heeft nog maar heel weinig te maken met hoe het spelletje aan het einde van de rit gespeeld wordt” sputtert Teeuwen tegen. „De stap naar echte elftallen en een heel veld wordt straks veel te groot. Maar ik denk met name: jongens hoe moet ik dit allemaal spits krijgen? Je krijgt zo veel meer wedstrijdjes. Wij hebben hier maar twee velden. Je bent veel langer bezig. Het kantinepersoneel moet straks de hele dag aan de bak. Mooi bedacht allemaal, maar ik ben hier geen voorstander van.”

Vrijwilligers

Met name de vrees dat door de kleinere teams meer vrijwilligers nodig zijn tijdens trainingen en wedstrijden, houdt veel clubs bezig. „We hebben nu al problemen genoeg om de onderbouw overeind te houden” zegt Ger van de Braak coördinator jeugd bij fusieclub FC Maasgouw. „Voor de D-teams en lager vind je nu al geen begeleiders of trainer. Dat is echt een ramp. Met die nieuwe opzet wordt dat probleem alleen maar groter” verwacht Van de Braak. „Hoe moet ik die vrijwilligers in godsnaam bij elkaar krijgen?”

Proefkonijnen

Of dat inderdaad zo negatief gaat uitpakken is overigens nog de vraag. De KNVB heeft clubs opgeroepen om met pilots de nieuwe opzet in de praktijk te testen. Naast VVV Scharn, heeft ook Veritas in Neeritter daar al gehoor aan gegeven. „Een begeleider of trainer kan makkelijk twee wedstrijdjes in de gaten houden, bij partijtjes van twee tegen twee nog wel meer”, stelt jeugdcoördinator Niels Naus vast. „Er zijn altijd oplossingen.” Zo is volgens Naus voor de jongste spelertjes misschien wel een nieuwe opzet van de competitie mogelijk. „Ik kan me bij de kleintjes voorbeeld voorstellen dat je twee weekenden onderling wedstrijdjes speelt en dan een keer naar een vreemde club gaat. Dat kan het ook weer makkelijker maken”, stelt Naus. „Daarom moeten verenigingen ook aan de slag met die pilots, om erachter te komen wat precies de struikelblokken zijn.” Want, en daar heeft Naus gelijk in, de plannen van de KNVB zijn nog kneedbaar. „Hoe begin je bijvoorbeeld zo’n wedstrijdje van twee tegen twee?”, zegt Naus. „Bij ons werkte ‘indribbelen’ het beste. Beter dan inschieten. Die kinderen zijn toch vooral bezig met ik en de bal. En qua speeltijd kwam twee keer tien minuten uit de bus.”

Veritas heeft de KNVB die bevindingen al doen toekomen. De bond hoopt de komende weken uit het hele land dergelijke reacties te verzamelen. Op basis daarvan valt in januari de definitieve beslissing voor wie onder welke voorwaarden de nieuwe wedstrijdvormen ingevoerd worden.