Mijn man is pedofiel, maar wie helpt mij?

Print
Mijn man is pedofiel, maar wie helpt mij?

Afbeelding: AD

Sandra werd ontslagen, omdat haar man kinderporno verzamelde. Kreeg ze hulp? Nee hoor, ze staat te dichtbij. Ze is een van de vele vrouwen die in een isolement terechtkomen als ze ontdekken dat hun partner pedofiel is.

Sandra lag met haar man in bed, toen ineens de politie binnenviel. Ze kwamen computers in beslag nemen. Waarom, dat vertelden de agenten er niet bij. Ze vraagt aan haar man of hij iets weet, maar drie lange maanden zegt hij niets over het gruwelijke, strafbare materiaal dat op zijn computer staat. Dan zetten rechercheurs hem voor het blok: ,,Nu vertel je het haar, anders doen wij het''. 

,,Hij belde onderweg. 'Ik moet je wat vertellen. Als de kinderen naar bed zijn'. Ik kan je wel vertellen: die kinderen hebben nog nooit zo snel in bed gelegen'', vertelt Sandra. Het hoge woord komt eruit. Hij verzamelde kinderporno. Al tien jaar. ,,Ik schrok. En dacht: Hoe? Wat? Mijn huwelijk? Dit is vast iets psychisch. Ik moet hem helpen.'' 

Stress op zijn werk, was alles wat hij zei. Maar ja, wat is dat voor een antwoord? Waarom verzamel je dan geen plaatjes van kerktorens?

Sandra vertelt het rustig, maar de plotselinge bewegingen van haar handen verraden de spanning van die avond. Vanaf dat moment veranderde haar leven, vertelt ze, in één klap in een periode vóór en ná. In een tijd waarin de moeder een gelukkig gezinnetje met een lieve man en twee kinderen leek te hebben, en een baan. En een tijd erna die ze slechts in één woord kon omschrijven: ,,Alleen.'' 

Ze is niet de enige partner die dit overkomt. Elk jaar krijgt de politie meer meldingen binnen over kinderporno. Dit jaar al 12.000 meldingen, tegen 5.500 in het hele vorige jaar. In de regio Den Haag noopt dat het Openbaar Ministerie ertoe een derde van de gepakte verzamelaars op een alternatieve manier te bestraffen. Zaken worden voorwaardelijk geseponeerd als de mannen niet eerder zijn gepakt, in behandeling gaan, en regelmatig hun computers laten controleren.

Hulpverlening 

Sandra's echtgenoot kreeg van de politie informatie over beschikbare hulpverlening en Sandra ging ook op zoek naar hulp. Voor zichzelf. Ze struinde internet­sites af, maar vond niets. ,,Ik ging met mijn man mee naar zijn hulpverleners. Daar stonden ze me zo vreemd aan te kijken. Ze konden niks met mij. Ik belde naar Slachtofferhulp. Daar kreeg ik te horen dat ze mijn kinderen wel konden helpen. Mij niet. Ik stond te dichtbij.''

Thuis ging ze de strijd aan met haar man. 'Waarom?', bleef ze vragen. Echt antwoord kwam er niet. Stress op zijn werk, was alles wat hij zei. ,,Maar ja, wat is dat voor een antwoord? 'Waarom verzamel je dan geen plaatjes van kerktorens?', heb ik hem gevraagd. Daarna kwam er niets meer.'' 

,,Zeker het eerste halfjaar heb ik alleen maar 'overleefd'. Een vriendin van mij zei dat ze het achteraf gezien aan mij kon zien. Aan mijn gezicht, aan alles. Ik heb oogkleppen opgezet en niet willen denken over wat het voor mij betekende wat hij had gedaan.''  

Want ze kon haar man niet zomaar loslaten. ,,We waren twintig jaar samen geweest. Hij was toch altijd de man geweest van wie ik had gehouden? Moest ik hem ineens in de steek laten. Ik keurde absoluut af wat hij had gedaan, maar ik vond dat ik hem moest helpen. Daar kwam nog bij: met onze kinderen was niets gebeurd. Anders was ik meteen weggeweest.'' 

Sandra vertelde, met haar man zwijgend naast haar, aan de kinderen (toen 9 en 6 jaar) wat hun vader had gedaan. ,,Ik vertelde dat papa iets met computers had gedaan wat niet mocht. Daarvoor zou hij de gevangenis in moeten. Maar mijn zoon maakte er vervolgens een heel spannend verhaal van. Dat hij misschien wel de belastingdienst had gehackt. Dat kon natuurlijk ook niet. Toen heb ik ze toch meer verteld. 

,,Achteraf was ik er blij om. Nu ze wisten wat papa had gedaan, kon ik ook beter checken of hij niet aan ze had gezeten. Want ook al zegt iedereen dat er niets is gebeurd, in een hoekje vreet dat aan je.''

Het schuldgevoel ontbrak. Hij moest drie weken de gevangenis in. Toen hij thuiskwam, zei hij: 'Daar ben ik weer'. Of er niets was gebeurd. Zijn leven ging gewoon door

Strijd 

Intussen vocht Sandra nog steeds vanbinnen haar strijd uit. Dat ze bij haar man bleef, werd een splijtzwam. Het bemoeilijkte de zoektocht naar hulp. 'Ga eerst scheiden', kreeg ze vaak te horen. Het trok een lijn door haar familie. Haar ouders bleven achter haar staan; haar broer begreep niet dat ze bij haar man bleef. En of dat niet genoeg was, verloor ze haar baan. ,,Mijn manager kwam met een krantenbericht over de rechtszaak naar mij toe. Was dat mijn man? 'Ja', zei ik. Ben je nog bij hem? 'Ja', antwoordde ik. Dat was blijkbaar het verkeerde antwoord. Niet lang daarna stond ik op non-actief. Ik werd ont­slagen.'' 

Uiteindelijk komt Sandra bij een lotgenotengroep terecht. Een nieuw initiatief van het Expertisebureau Online Kindermisbruik en forensische polikliniek De Waag. Daar vond ze herkenning. ,,Het was zo'n opluchting. Ik ontmoette er vrouwen die ook bij hun man bleven na de ontdekking dat zij pedofiele gevoelens hadden. Niet omdat ze het goedkeurden, maar om hen te helpen. Ik was helemaal niet gek dat ik dat ook deed.'' 

Ze vocht zich een weg terug de maatschappij in en scheidde toen toch. ,,Het schuldgevoel ontbrak. Hij moest drie weken de gevangenis in. Toen hij thuiskwam, zei hij: 'Daar ben ik weer'. Of er niets was gebeurd. Zijn leven ging gewoon door.'' Veel van toen heeft ze inmiddels achter zich gelaten. Maar niet alles. ,,Mijn baan was mijn hobby. Ik zag het niet eens als werk. Híj gaat nog elke dag naar zijn kantoor, volgens mij weten ze niet eens wat er speelde. Dat heeft hij mij afgenomen. Dat kan ik nog niet vergeten.''   

* Uit privacyoverwegingen is de naam van 'Sandra' gefingeerd. Zij wilde niet worden gefotografeerd.