Pruuse en Käseköpfe: eindelijk vrienden?

Print
Pruuse en Käseköpfe: eindelijk vrienden?

Professor Friso Wielenga, met op de achtergrond een spandoek van het Oktoberfest in Sittard. Afbeelding: Ermindo Armino

Oktoberfeesten in Nederland zijn populairder dan ooit.Teken dat de relatie met Duitsland beter is dan ooit? Professor Friso Wielenga, directeur van het Zentrum für Niederlande-Studien in Münster, over het Calimero-complex, Weltoffenheit en vlagvertoon.

Anti-Duitsland-uitingen vinden vaak plaats op en rond de voetbalstadions. „Dat is sinds 1974 ontstaan. Maar dat is vanaf het begin van de 21ste eeuw eigenlijk wel van tafel. Het is teruggebracht tot het normale derbygevoel. Vergelijkbaar met Ajax-Feyenoord. Het is niet zo beladen meer. Maar destijds hadden Nederlanders het gevoel: wij spelen het beste voetbal en Cruijff is een halfgod. De enigen die dat niet doorhadden, waren de Duitsers. Ten onrechte hebben we die wedstrijd in ’74 verloren. Dat werd goedgemaakt in 1988 met die halve finale van het EK in Hamburg. Het was een ongelofelijke ontlading. Ik reed na die wedstrijd over straat en zag overal mensen feestvieren, alsof we 43 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog opnieuw die oorlog op eigen kracht gewonnen hadden. Je kreeg uitbarstingen zoals aan de grens bij Arnhem. Daar hadden ze een spandoek opgehangen: Und jetzt fahren Sie in das Land des Europa-Meister.

Waarom is het zo gevoelig geweest en was die euforie in 1988 zo groot? Er zaten niet zozeer anti-Duitse gevoelens in. De Tweede Wereldoorlog is echt geschiedenis. Maar tussen Nederland en Duitsland is altijd wel een verschil geweest, tussen groot en klein. Een Calimero-complex.  En dat wordt bij voetbal zichtbaar gemaakt. Dat David de grote Goliath kan verslaan. Een Duitse vriend zei vlak na die wedstrijd tegen mij: hoeveel voetbaloverwinningen hebben jullie eigenlijk nog nodig om van dat minderwaardigheidscomplex af te komen? Uiteindelijk hadden we in 2000 nog dat rare spuugincident met Völler en Rijkaard. Maar daarna was het echt wel afgelopen. Toen Nederland op het WK in 2006 snel werd uitgeschakeld, zag je dat veel Nederlanders voor Duitsland gingen klappen. De Duitsers zelf beleefde die rivaliteit niet zo sterk. Ze waren verbaasd. Zoals ze wel vaker verbaasd zijn geweest over Nederlandse overgevoeligheden. In 1988 was er in het stadion van Hamburg een spandoek met de tekst Oma ik heb je fiets gevonden. Dat weerspiegelde  al een beetje de veranderende relatie, want het was ironiserend. En nu is die rivaliteit in en rondom het voetbalveld niet meer dan een aardige voetnoot in de geschiedenis.”

Los van het voetbal dan: Duitsers zijn nog altijd voorzichtig in hun omgang met Nederlanders.  Schuilt daar nog een stukje schuldgevoel in?
„Het verleden is natuurlijk ingebrand in de Duitse identiteit. Dat zie  je in de Duitse buitenlandse politiek. Angela Merkel wil niet alleen met Poetin praten, maar wil Hollande er ook bij hebben. Men wil geen Alleingang, geen wantrouwen meer oproepen. Maar of dat gevoel ook specifiek ten opzichte van Nederland aanwezig is?  Ik geloof het niet. Ik geef ieder jaar een college Herinneringscultuur. Hoe gingen Nederland en Duitsland na 1945 om met het nationaalsocialisme in de Tweede Wereldoorlog? De studenten zeggen dan: natuurlijk is het een belangrijk aspect van de Duitse geschiedenis en het is ook iets dat een  belangrijke verantwoordelijkheid met zich meebrengt voor de Duitse buitenlandse politiek. Voor Europa, dat na de oorlog een houvast was voor de Duitse identiteit. Voor het voortbestaan van Israël. Maar persoonlijk is het niet een hoofdstuk waarover wij ons schuldig moeten voelen, zeggen ze dan. Met dat schuldvraagstuk hebben vroegere generaties wel geworsteld. Ik herinner me nog van de jaren tachtig, toen ik in Bonn studeerde, dat vrienden van mij een dweil over hun nummerbord hingen, als ze met vakantie in Frankrijk waren. Ik zei dan: seid ihr bescheuert? Jullie zijn van na de oorlog!”

Voor veel Duitsers was het Sommermärchen van het WK van 2006 een soort van bevrijding. Ze gingen weer met Duitse vlaggen zwaaien.
„Ik zie het meer als een stap naar normalisering. Waar ik toch een beetje voor wil waarschuwen, is dat wij vanuit Nederland geneigd zijn om alle ontwikkelingen die in Duitsland plaatsvinden, steeds door de bril van de oorlog te bekijken. Duitsland is aan het normaliseren. Het is het laatste land in Europa, waar het populisme doorbreekt. Maar dan moeten wij niet gaan zeggen: dat is te verklaren vanuit hun lessen uit het verleden. Omgaan met het verleden is een permanent proces. Men blijft ermee bezig. Maar het is niet meer de permanente les uit het verleden, die de leidraad is voor het politieke handelen. Duitsland is net als wij een normale democratie geworden. Problemen die opduiken worden via democratische principes behandeld.”

Toch: in Duitsland willen velen  af van de politieke correctheid,  die voort zou komen vanuit een collectief schuldgevoel.
„Deels speelt het verleden daarin een rol. Je kunt ook zeggen: wat Duitsland nu beleeft, dat hebben wij in Nederland aan het eind van Paars gezien. Pim Fortuyn schold ook op de politieke correctheid. Wilders roept het al tien jaar. Andere landen in Europa staan er ook al geruime tijd zo voor. En nu is het dan de beurt aan Duitsland. Het wijst feitelijk eerder op de Europese normaliteit van Duitsland, hoe treurig je die normaliteit momenteel ook zou kunnen noemen.”

„Vanuit Duits gezichtspunt is er ook het een  en ander veranderd in de relatie tussen de twee landen. Nederland was voor Duitsland decennialang het grote voorbeeld: door en door democratisch, weltoffen. Toen kwam Pim Fortuyn. En daarna Geert Wilders.” 

„Je moet daarbij wel eerst kijken: wie neemt in Duitsland Nederland waar? Duitsland heeft negen buurlanden. Nederland is niet het belangrijkste daarvan. De kennis over Nederland is beperkt en neemt af naarmate je verder van de grens komt. In Beieren weten ze weinig tot niets van Nederland. In Berlijn ook niet. Maar wij van het Zentrum für Niederlande-Studien hebben de afgelopen twaalf, dertien jaar herhaaldelijk de vraag van Duitsers gekregen: wat is er eigenlijk bij jullie aan de hand? Want deze ontwikkelingen passen helemaal niet in het beeld van jullie, van jullie liberaliteit en tolerantie. Duitsers die iets met Nederland hebben, gaan vaak naar Amsterdams, roken daar misschien een joint en proeven daar zo nog wel iets van die liberaliteit. Het hangt er dus vanaf waarmee je geconfronteerd wordt. Nederland heeft nog wel de naam van locker en vooruitstrevend.

En door de huidige discussie over levensbeëindiging in Nederland zal dat beeld voor velen wel weer bevestigd worden. Maar er is wel iets veranderd. Nederland had lange tijd de neiging om met dat morele wijsvingertje te zwaaien. Maar dat is weg, sinds Srebrenica, sinds de opkomst van het populisme in Nederland. Nederland roept niet meer zo hard: kijk maar naar ons. Terecht. Voor de relatie tussen Nederland en Duitsland is dat alleen maar goed. Positief is ook dat Nederland steeds meer kijkt naar de eigen rol tijdens de bezetting. Er is altijd geroepen: wij waren goed en zij waren slecht. Het idee dat vrijwel iedereen in het verzet zat, is voorbij. En nu wordt ook de rol van Nederland in Indonesië onderzocht. Eindelijk. We zijn wat leiser geworden, minder luidruchtig. En dat is alleen maar goed. Nederlanders hebben inmiddels ook wel gezien hoe constructief en open Duitsland met dat verleden is omgegaan. En toen de DDR ten onder ging, hebben ze het weer gedaan. Ga er maar aan staan.”

Tussen Berlijn en Den Haag bestaan eigenlijk geen fundamentele verschillen van inzicht meer. Waar kan de schoen nog wel wringen?
„Er gaan veel meer Duitse studenten naar Nederland dan omgekeerd. Dat is een hele domme ontwikkeling. De Duitse taal verliest steeds meer terrein op Nederlandse scholen. Minister Bussemaker voert daarin een catastrofale politiek. Er wordt vrijwel niets gedaan om het Duits terug te brengen op school en alleen al in economisch opzicht is dat een domme politiek.”

En zo zijn de Pruuse en de Käseköpfe dus zo goed als  vrienden geworden. Zijn de Oktoberfeste in Nederland een uiting daarvan?
„Die Beierse vlaggen die hier overal hangen… De grensregio’s spelen daarin een heel belangrijke rol. De kit van de grensoverschrijdende samenwerking zit hier. In Den Haag doet men vaak denigrerend over ‘die Euregio’s’. Fout en kortzichtig. Juist in een periode waarin we in Europa in een crisis zitten. Alles wat de grensoverschrijdende samenwerking kan verbeteren is meegenomen.”

 

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje