De kramp rond de krimp

Print
De kramp rond  de krimp
Hoera! ‘We’ krimpen veel minder hard dan voorspeld. Het CBS maakte recent bekend dat het meevalt met de krimp in Limburg. Maar wat betekent dat nou? En hoe komt dat? Een reconstructie van 20 jaar kramp om krimp.

Als het al zo is, je houdt je mond. Het is 1995 als Wim Derks, econoom en demograaf, in niet mis te verstane bewoordingen van bestuurders te horen krijgt vooral niet over krimp te beginnen. Als die teruggang van de bevolking al bestaat, want daar zijn in die jaren in bestuurlijk Limburg grote twijfels over.

De hele provincie is nog ingesteld op groeidenken. Provinciehoofdstad Maastricht zal richting de 150.000 inwoners en meer gaan, zo is de verwachting. Bouwproject volgt op bouwproject, wethouders plaatsen de ene na de andere eerste steen. Derks is een roepende in de woestijn. „Ik ben toen verketterd, maar desondanks ben ik het verhaal blijven herhalen. Alleen: niemand pikte het op.”

Dat gebeurt pas tien jaar later, als zowel het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) als onderzoeksbureau E’til keiharde cijfers presenteert. De Limburgse bevolking zal met een kwart dalen, luidt de prognose. Landelijke kranten pikken de cijfers op. Krimp is plots een issue. Derks en zijn kompanen Peter Hovens  en Leo Klinkers springen er vol op. Ze presenteren het rapport ‘Structurele bevolkingsdaling, een urgente nieuwe invalshoek voor beleidsmakers’, richten het kenniscentrum voor Bevolkingsdaling en Beleid op en laten de website www.bevolkingsdaling.nl vastleggen. Alle bestuurlijke seinen op rood dus. „Was dat maar waar”, zegt Peter Hovens. „Waar media driftig publiceerden over krimp, bleef de politiek wegkijken. Ik kan me geen bestuurder heugen die rond 2005 krimp op de agenda heeft gezet. Krimp is geen leuk onderwerp, zo bleek ook toen.”

Harde woorden
Toch verandert er wel degelijk iets in het denken in Limburg en de rest van het land. Zo ziet Topteam Krimp het levenslicht, geleid door oud-minister Hans Dijkstal en Jan Mans, ex-burgemeester van onder meer Kerkrade, Enschede en Maastricht, dat de krimp in Parkstad in kaart moet brengen. Het provinciebestuur draagt Mans, samen met Wim Deetman, later op datzelfde te doen voor heel Limburg. „In Parkstad werd het voor het eerst echt een thema”, weet Mans. „Daar werd de impact van krimp echt duidelijk. Leegstand, wijken die de voorzieningen niet meer overeind kunnen houden: Parkstad wordt met de neus op de feiten gedrukt. Om maar eens een cijfer dat in die tijd gepresenteerd wordt te noemen: uit een woningonderzoek  blijkt dat in Parkstad tussen 2005 en 2010 behoefte is aan 1150 nieuwe woningen. Er zijn echter plannen voor 12.000 huizen. Meer dan het tienvoudige.

Dat cijfer opent ook Peter Bertholet de ogen. Hij  is net actief als directeur van de regionale samenwerking Parkstad Limburg, een coöperatie van de acht Parkstadgemeenten, als hij het woningonderzoek onder ogen krijgt. „Daarvoor had ik nog nooit van krimp gehoord. Althans: niet dat het in die mate zou toeslaan.” Bertholet schaart zich in het ‘kamp Derks-Hovens’. Ook hij gaat overal waar hij kan het krimpverhaal vertellen. „Soms zijn echt harde woorden gevallen. Bestuurders bleven wijzen op hun bouwplannen, investeerders en projectontwikkelaars bleven denken dat ze bouwgrond hadden gekocht.” Maar daar zit volgens Bertholet, Derks en Hovens de crux: het verhaal blijven vertellen. De feiten presenteren. Weggezet worden als een doemdenker moet dan maar. Het krimpverhaal moet op tafel. Het groeidenken moet gestopt worden.

Risico
Aan het vertellen van de krimpboodschap kleeft meteen een risico. Omdat krimp een negatieve bijklank heeft, krijgt Limburg al snel het imago van ‘krimpregio’. Toch moet de provincie eerst door die zure appel heen. Peter Bertholet noemt een bezoek van Eberhard van der Laan in 2009, dan als minister, een ‘doorbraak’. „We hebben Van der Laan alles in Parkstad laten zien. Hij was zichtbaar geschrokken. Toen zag je dat krimp ook nadrukkelijker op de agenda van het Rijk kwam te staan. Het kan best dat het imago negatief was, maar het was wel nodig om de aandacht erop te vestigen.”

Krimp wordt meer en meer een bestuursonderwerp. Desondanks maakt zo nu en dan ook weer iemand een terugtrekkende beweging. Peter Hovens wijst op Onno Hoes, die in een nieuwjaarsspeech in 2011 aangeeft dat ‘Maastricht zich niet neerlegt bij krimp’. „Ik heb hem toen aangeboden mijn verhaal te komen vertellen. Kreeg ik als antwoord dat dat ambtelijk niet opportuun werd geacht.” Krimp wordt dan ook vooral gezien als een Parkstads probleem, weet Bertholet. „Ik heb bestuurders meegemaakt die uitstraalden: laat Parkstad maar in de stront zakken, zolang krimp maar aan ons voorbijgaat.” Maar dat gebeurt niet. Desondanks blijven er politici die hun eigen draai aan het krimpverhaal geven, hoe duidelijk de cijfers ook zijn en hoeveel mensen ook spreken over krimp als een gegeven. Hovens: „Iedereen wil dat lintje van dat bouwproject blijven doorknippen.”

In Parkstad wordt serieus werk gemaakt van krimp. De feiten worden onder ogen gezien en er worden keuzes gemaakt. Wat Jan Mans betreft, is dat het juiste medicijn. „We zijn gaan kijken in Maagdenburg waar ze een aantal rotflats hadden vervangen door grondgebonden woningen in het groen. Dan maak je een keuze. Krimp biedt ook de kans om rotte plekken weg te snijden.” Daarnaast is Parkstad een positief verhaal gaan vertellen, vult Peter Bertholet aan. Het verhaal van de mijnhistorie, het verhaal van het toerisme. Het zet langzaam zoden aan de dijk. Imago is ontzettend belangrijk. Weet ook Wim Ortjens die in die jaren leiding geeft aan Regiobranding Zuid-Limburg. ‘Je zal er maar wonen’ luidt de welbekende slogan. „De campagne heeft aantoonbaar bijgedragen aan een beter imago, maar mensen volgen vooral liefde of werk. In dat laatste is in Limburg enorm geïnvesteerd. De campussen, VDL, en daarnaast het imago. Amsterdam is vol, hier is ruimte. En steden, groen, campussen en een vliegveld. Dit gebied is hét alternatief voor de Randstad. Nu moeten we werken aan een nog duidelijker profiel. Naast het Bourgondische ook het economische verhaal vertellen. Naast traditie de vernieuwing. Zoals ze in Beieren zeggen: Laptop und Lederhosen, met de nadruk op und.”

Het imagoverhaal wordt door elke krimpkenner onderschreven. Limburg moet de sterke punten uitdragen. Maar dat betekent niet dat de bevolking weer zal groeien. De CBS-cijfers mogen dan iets positiever zijn, de tendens is duidelijk. Krimp. Zelfs in Midden- en Noord-Limburg die aanvankelijk minder hard getroffen leken te worden. „Bij elke positief cijfer denk ik: daar gaan we weer”, zegt Hovens. „Prognoses komen nooit uit. Maar ik hoop dat bestuurders zich niet laten leiden door momentopnames. Ga door met het ingezette beleid en werk als gemeenten nog meer samen. Het opschalen van gemeenten is noodzakelijk. Voor Midden- en Noord-Limburg zou ik zeggen: kijk goed naar wat in Zuid-Limburg is gedaan.” Het is zowel Bertholet als Mans uit het hart gegrepen.

Opvangprovincie
Nol Reverda, wetenschappelijk directeur van het Nederlands Expertise- en Innovatiecentrum Maatschappelijke Effecten Demografische krimp (Neimed) en lector bij Zuyd Hogeschool, gebruikt een simpel rekenvoorbeeld: „Laten we ervan uitgaan dat 100 echtparen elk anderhalf kind op de wereld zetten. Dan houd je voor de generatie daarna 75 koppels over. Als je die lijn van anderhalf kind doortrekt, zijn er de generatie daarna nog maar 58 koppels.” Reverda constateert dat er op het gebied van krimp best resultaten zijn geboekt, maar vindt tegelijkertijd dat Limburg nog een stap extra moet zetten. Vooral op het gebied van werkgelegenheid. De focus op campussen en kenniseconomie is prima, maar de middenklasse vindt er geen baan, constateert Reverda: „Daarom is de focus op toerisme ook goed. In de kenniseconomie worden toch veel mensen ‘van buiten’ ingevlogen. Dat lost de sociaal-economische problemen van Limburg niet op.” En die problemen zijn misschien nog wel pregnanter dan de bevolkingsdaling. Enerzijds is die gewoon een feit, zegt Reverda. „Prachtig Peel en Maas, prachtig Horst aan de Maas. Maar jongeren trekken naar de stad. Je wint de strijd nooit van Eindhoven of Maastricht. Vooral het platteland moet de krimpdiscussie daarom omdraaien: focus op de kwaliteit van leven en vergrijzing.”

Anderzijds moeten we het ook niet overdrijven, vindt de Neimed-directeur. „Wij kennen geen spookdorpen. Kijk, in Finland moeten kinderen soms 80 kilometer reizen voor hun school. Dat is in Limburg niet.” Reverda pleit voor alertheid. Constant kijken naar kansen. Zelf noemt hij een bijzondere. „Maak nou van Limburg dé opvangprovincie voor statushouders. Leidt die mensen op en probeer ze hier te houden.” Controversieel, geeft hij toe. „Maar wel onderscheidend. Natuurlijk zijn er beren op de weg, maar die waren er ook om krimp op de agenda te krijgen.”